Hoe veilig zijn Kaboel, Jalalabad en Mazar-e-Sharif voor Afghanen?

Afghanen terugsturen is politiek lonend, maar levensgevaarlijk

Wie vindt dat het politieke debat het niveau van een caféruzie nauwelijks nog overstijgt, of dat het rationele argument het online steeds meer moet afleggen tegen vooroordelen en onversneden racisme, moet na de volgende aanslag in Kaboel of Karachi de discussies tussen Afghanen en Pakistanen eens volgen.

De rookpluimen boven de bloedige aanslagen in Kaboel en Jalalabad van eind januari waren nog niet weggewaaid toen burgers, militairen en hooggeplaatste politici al beweerden bewijzen te hebben om aan te tonen dat de terroristen uit Pakistan kwamen. En toen een week later elf Pakistaanse militairen omkwamen bij een aanslag in de Swat Vallei, ontplofte Twitter met de haatboodschappen tegen de Afghaanse vluchtelingen die in het noordwesten van Pakistan verblijven -sommigen al sinds de vroege jaren 1980.

CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)

 

Keep in mind that in #Pakistani dictionary, #Afghanistan is now a hostile #Indian #vassalstate. With 2.7 million enemy combatants a.k.a #AfghanRefugees in #Pak’, twitterde een zekere High Priestess. En ze was zeker niet alleen met die weinig genuanceerde mening. Jahanzeb Khan formuleerde het zo, met typisch hoofdlettergebruik en krukkige grammatica: ‘Untill unless Afghan refugees r not thrown out of our land and Extremists& enemies will continuously use them against our nation as afghanis are our enemies from heart and can easily purchased on small offer FOR GOD SAKE SAVE NATION BAN AFGHANIS IN PAK’.

Pakistans minister van Defensie: ‘‘Drie miljoen Afghaanse vluchtelingen in Pakistan vormen de laatste terugvalbasis voor de terroristen’

De link tussen de ongeveer 2,5 miljoen Afghanen die in de Pakistaanse grensregio’s Balochistan en Khyber Pakhtunkwa, maar ook in Karachi en andere steden wonen, en het terrorisme in Pakistan, wordt door de Pakistaanse regering zelf gesuggereerd en gestimuleerd.

De Pakistaanse minister van Defensie Khurram Dastgir Khan zei in een interview met MO* vorige week nog: ‘Er blijven wel drie miljoen Afghaanse vluchtelingen in Pakistan, al veertig jaar. Zij vormen de laatste terugvalbasis voor de terroristen. Daarom vragen we aan Afghanistan en aan de internationale gemeenschap om te helpen bij hun repatriëring. Maar we krijgen daarvoor geen steun of hulp.’

Schaken met kwetsbare levens

Zowel de minister als de Pakistaanse Twittertrollen verwijzen naar het opzet van de Pakistaanse regering om op korte termijn zo veel mogelijk Afghanen terug te sturen naar hun “vaderland”, al zijn er intussen heel wat volwassen Afghanen in Pakistan die geboren en getogen zijn in het land waar hun ouders opgevangen werden in de jaren 1980 of 1990. Dat dreigement past duidelijk in een cynisch machtsspel met Afghanistan, India, de Verenigde Staten en andere betrokken landen, waarbij dat de Afghaanse vluchtelingen door Pakistan ingezet worden als kwetsbare pionnen.

De Pakistaanse overheid had aangekondigd dat 1,5 miljoen Afghanen na 31 januari het land uit moesten. Die deadline wordt twee maanden opgeschort.

Op 31 januari werd kregen ongeveer anderhalf miljoen Afghanen te elfder ure een verlenging van hun precaire verblijfsstatus voor twee maanden. Zij behoren tot de “geregistreerde” Afghanen die een Proof of Registration (PoR) kaart hebben. Daarnaast leeft een miljoen Afghanen in Pakistan zonder registratie, wat hen nog kwetsbaarder voor deportatie of willekeurige behandeling maakt.

Het voorbije jaar heeft de overgrote meerderheid van die niet-geregistreerden de Afghan Citizen kaart aangevraagd, maar ook dat heeft hun situatie niet stabieler gemaakt. De Pakistaanse overheid had aangekondigd dat de PoR-kaarten niet hernieuwd zouden worden na 31 januari en kwam daar pas op de dag van de deadline zelf op terug, met een voorlopige verlenging van twee maanden. De onzekerheid voor de miljoenen Afghanen is daarmee dus niet van de baan en de nieuwe deadline van 31 maart hangt alweer als een zwaard van Damocles boven miljoenen hoofden.

CC EU/ECHO Pierre Prakash (CC BY 2.0)

Afghaanse vluchtelingen in Iran

De argumenten die de Pakistaanse regering geeft voor het bruuske opschorten van de decennialange gastvrijheid voor miljoenen Afghaanse vluchtelingen focussen op terrorisme en vermeende banden tussen de Afghaanse gemeenschappen en de Taliban. Daarmee antwoordt Pakistan op de herhaalde beschuldigingen dat de Pakistaanse inlichtingendiensten de Afghaanse opstandelingen -e met name de Taliban en de Haqqani-groep- steunt, financiert en/of bewapent.

Die beschuldigingen waren vaste prik onder voormalig Afghaans president Karzai en ook huidig president Ashraf Ghani en zijn regeringsleider Abdullah Abdullah herhalen ze bij elke aanslag. Gezien de decennia-oude vijandschap tussen Afghanistan en Pakistan verwonderen die wederzijdse beschuldigingen niet, maar het feit dat de Amerikaanse president Trump ze ook herhaalde -eerst in zijn strategische toespraak van augustus 2017 en dan in een serie vlijmscherpe Tweets vlak na nieuwjaar- is wel heel hard aangekomen in Islamabad. Waarnemers zien in de gecombineerde beschuldigingen de voornaamste aanleiding om de Afghaanse vluchtelingen op grote schaal in te zetten op het geopolitieke schaakbord van Centraal-Azië.

Terugkeren naar gevaar en onzekerheid

Ook in juni 2016 werden al eens 600.000 Afghanen over de grens gezet door de Pakistaanse overheid, velen met niet meer dan 48 uur tijd om hun spullen te pakken. En sinds 2001 keerden alles bij elkaar al meer dan 3,6 miljoen Afghanen uit Pakistan terug naar hun vaderland. De Verenigde Naties hebben speciaal voor die terugkeerders een ondersteuningsprogramma lopen, dat echter tijdens de wintermaanden stilligt -wat voor bijkomende ongerustheid zorgde in de weken voor 31 januari.

Sinds 2001 keerden alles bij elkaar al meer dan 3,6 miljoen Afghanen uit Pakistan terug naar hun vaderland.Oorspronkelijk vrijwillig, in toenemende mate gedwongen.

In Iran zouden ook nog ongeveer 3 miljoen Afghanen wonen, waarvan minder dan een miljoen geregistreerd werden als vluchtelingen. De kansen op scholing of permanente vestiging zijn voor Afghanen in Iran nog een stuk kleiner dan in Pakistan. De cijfers die de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) over terugkerende Afghanen zonder verblijfspapieren geeft, zijn veelzeggend: in januari 2018 keerden 1500 Afghanen terug uit Pakistan, en net geen 40.000 uit Iran. Een groot deel daarvan zijn uitzettingen, een ander deel “vrijwillige” terugkeerders -al is die laatste categorie wellicht vooral door omstandigheden en gebrek aan mogelijkheden overtuigd van die terugkeer.

De terugkerende vluchtelingen uit Pakistan, Iran en Europa komen grotendeels terecht in de grote steden, gezien de veralgemeende onveiligheid op het platteland. Die onveiligheid wordt best geïllustreerd door de enorme toename van het aantal ontheemden binnen Afghanistan. Volgens een rapport van de Norwegian Refugee Council verdriedubbelde het aantal ontheemden binnen Afghanistan (of IDP’s: Internally Displaced Persons) tussen 2012 en eind 2016: van 492.000 tot 1,5 miljoen, waarbij niet minder dan 653.000 mensen in 2016 alleen al ontheemd geraakten door het toenemende oorlogsgeweld. In 2017 gingen elke dag gemiddeld 1200 Afghanen op de vlucht. Driekwart van de ontheemden overleeft zonder ondersteuning of hulp van de overheid, waardoor onder andere honger, schulden en kinderarbeid hand over hand toenemen.

CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)

 

Volgens de NRC moeten zeven op de tien gedwongen terugkeerders snel opnieuw op de vlucht voor geweld of onveiligheid. Een deel vertrekt opnieuw naar het buitenland, op zoek naar toekomst en bescherming, terwijl anderen deel gaan uitmaken van de kwetsbare groep ontheemden in eigen land.

Jan Egeland: ‘Met die cijfers zouden ook de Europese landen moeten besluiten om hun gedwongen terugkeerbeleid naar Afghanistan stop te zetten’

‘Met die cijfers zouden ook de Europese landen moeten besluiten om hun gedwongen terugkeerbeleid naar Afghanistan stop te zetten’, zegt Jan Egeland, directeur van de NRC. Negen Europese landen maken vandaag gebruik van de afspraak die in 2016 afgedwongen werd van de Afghaanse regering om geweigerde asielzoekers gedwongen te kunnen terugsturen: België, Nederland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, Oostenrijk en Frankrijk.

Van kwaad naar erger

Die uitzettingen vanuit Europa en vanuit de buurlanden Iran en Pakistan vonden plaats tegen de achtergrond van een toenemend aantal burgerslachtoffers in de Afghaanse oorlog: 11.500 doden en gewonden in 2016, en wellicht liggen de definitieve cijfers voor 2017 nog hoger. De voorbije weken maakten duidelijk dat die slachtoffers in toenemende mate ook in veilig geachte steden zoals Kaboel vallen. Amnesty International noemt de hoofdstad trouwens het gevaarlijkste gebied in Afghanistan, op basis van het aantal burgerslachtoffers: één op vijf slachtoffers in 2016 viel in de provincie Kaboel. Dat stemt overigens wel overeen met de omvang van de bevolking. Volgens de jongste bevolkingscijfers woont ongeveer één op vijf Afghanen in de hoofdstedelijke provincie.

Thomas Ruttig, van het Afghanistan Analysts Network, schrijft in een recente analyse dat er tussen 28 december en 29 januari acht grote aanslagen plaatsvonden in drie grote steden, met 232 dodelijke slachtoffers als gevolg. Tegelijk onttrekken die aanslagen het grotere plaatje van toenemend oorlogsgeweld aan het internationale zicht, zegt Ruttig. Want de Afghaanse media meldden tijdens twee van de aanslagendagen tijdens die maand gewapende treffens tussen het leger en opstandelingengroepen in zeven andere provincies. 

Het “collectief van Afghanen”, dat vandaag (maandag 5 februari) zijn eis tot bescherming kracht wil bijzetten door nieuwe acties aan te kondigen, klaagt dat de beschermingsgraad voor Afghaanse asielzoekers in 2017 maar 59 procent bedroeg, een lichte stijging tegenover de 57 procent in 2016, maar een sterke terugval tegenover de 74,5 procent in 2014. Dat relatief hoge cijfers schrijft het collectief toe aan de acties van 2013-204. Daarom willen de Afghaanse asielzoekers nu opnieuw druk zetten op het beleid.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur