Geweld als prelude op de vrede?

Bommen, granaten en vredesonderhandelingen in Afghanistan

(c) Brecht Goris

‘Deze voormiddag vonden er al tien ontploffingen plaats in Jalalabad stad. Dertig gewonden. En het is nog niet eens 13 uur’, tweette New York Times correspondent Mujib Mashal op maandag 19 augustus. Later op de dag bleken er meer dan tachtig gewonden te zijn, maar dat zijn te weinig doden en de ontploffingen zijn te klein om het nieuws buiten Afghanistan te halen. Zeker na de verpletterende aanslag die minder dan 2 dagen eerder plaatsvond midden een huwelijksfeest in Kaboel, waarbij 63 doden en 182 gewonden vielen.

Duizend bommen en granaten

Het is een dodelijk jaar voor Afghanistan, al moet gezegd worden dat er in de eerste helft van het jaar minder burgerslachtoffers vielen dan de voorbije vijf jaren. Maar dat is een soort vooruitgangsoptimisme dat weinig mensen troost of hoop geeft, want met 1366 doden en 2446 gewonden op zes maanden tijd blijft Afghanistan letterlijk levensgevaarlijk voor boeren, burgers én buitenlui. Eén cijfer: tussen 8 februari en 9 mei tekenden de Verenigde Naties 5249 veiligheidsincidenten op in Afghanistan. Ook dat is een lichte daling, met zeven procent, tegenover vorig jaar. Maar 2018 was dan ook een van de dodelijkste jaren uit de lange oorlog, met zo'n 4000 doden en meer dan 7000 gewonden — onder burgers.

Met een bloedige aanslag als die van zaterdag op het trouwfeest in Kaboel lijkt ISKP er voor te willen zorgen dat zijn plaats in de VN-statistieken verzekerd is.

Naast de kleine vermindering van het aantal burgerslachtoffers dit jaar, is er de stijging van het aantal Afghaanse militairen en politiemensen die het leven laten in het oneindige conflict. Volgens president Ashraf Ghani sneuvelden er tussen 2014 en eind 2018 zeker 45.000 soldaten en politiemensen. Anderzijds zijn regeringstroepen in toenemende mate verantwoordelijk voor de burgerdoden: twintig procent in de eerste helft van 2017, 37 procent over dezelfde periode in 2018.

Een van de opvallende zaken in Afghaanse slachtofferstatistieken, is het aandeel van ISKP (Islamitische Staat – Khorasan Provincie). Volgens de Verenigde Naties was de Afghaanse franchise van IS vorig jaar verantwoordelijk voor 11 procent van alle burgerslachtoffers, terwijl experts schatten dat de organisatie nauwelijks 1 procent van het grondgebied controleert. Met een bloedige aanslag als die van zaterdag op het trouwfeest in Kaboel lijkt ISKP er voor te willen zorgen dat zijn plaats in de VN-statistieken verzekerd is.

Het is overigens niet helemaal duidelijk hoe belangrijk of marginaal ISKP is vandaag. Een expert als Thomas Ruttig stelt dat de beweging echt marginaal blijft, maar wel dodelijk. Anderen stellen dat ISKP al aanwezig is in vier oostelijke provincies, en militaire capaciteit heeft in Kaboel.

De belangrijkste vraag voor iedereen is echter: wat zal de impact zijn van een eventuele overeenkomst waardoor de Taliban deel zouden worden van de burgerlijke politiek in Afghanistan. Hoeveel Talibancommandanten of -strijders zouden dan de overstap maken naar de radicale internationalisten van IS?

Praten in Qatar, zwijgen in Kaboel

De opeenstapeling van aanslagen, slachtoffers en strijdende partijen doet anders vermoeden, maar de kans op een doorbraak in de richting van vrede in Afghanistan, of ten minste een einde aan de oorlog tussen westerse troepen, het nationale leger en Talibanopstandelingen, groeit met de dag. Sinds 25 februari 2019 voeren de Verenigde Staten, onder leiding van topdiplomaat Zalmay Khalilzad, ernstige onderhandelingen met de Taliban.

De voorwaarde voor de VS om de militaire terugtrekking effectief te realiseren, is dat de Taliban alle banden met internationale terreurgroepen moeten verbreken

Die gesprekken vinden plaats in Doha, Qatar, waar de Taliban al enkele jaren een officiële vertegenwoordiging hebben. Khalilzad kondigde half augustus aan dat de onderhandelingen wellicht in de laatste lijn naar een overeenkomst zaten. Dat werd bevestigd door zowel de Taliban als president Trump. De dag erna ontplofte er een zware bomvrachtwagen in Kaboel, met 14 doden en 145 gewonden als gevolg. Toponderhandelaar Khalilzad vertrok dinsdag 20 augustus voor een nieuwe ronde gesprekken naar Kaboel en Doha.

Dat Khalilzad eerst even langs Kaboel vliegt, is uiteraard niet toevallig. De Afghaanse overheid is immers – op uitdrukkelijke vraag van de Taliban – niet rechtstreeks betrokken bij de onderhandelingen. De gesprekken in Doha zijn dan ook geen vredesonderhandelingen, maar moeten leiden tot een overeenkomst die daartoe de voorwaarden creëert.

Dat de sterren gunstig staan in Doha, heeft te maken met een gedeeld belang tussen de twee partijen die elkaar nu al 18 jaar letterlijk naar het leven staan: de VS willen zo snel mogelijk een einde maken aan hun militaire aanwezigheid in Afghanistan en de Taliban willen pas praten over een staakt het vuren, een vredesakkoord of wat dan ook, als de laatste Amerikaanse troepen het grondgebied verlaten hebben.

De voorwaarde voor de VS om de militaire terugtrekking effectief te realiseren, is dat de Taliban alle banden met internationale terreurgroepen moeten verbreken en zich formeel engageren om dat ook in de toekomst zo te houden. In dat verband liet de Republikeinse senator Lindsey Graham dit weekend weten dat ‘een vredesakkoord dat niet voorziet in een robuuste Amerikaanse aanwezigheid voor terreurbestrijding géén vredesakkoord is’. Met andere woorden: de vredesduiven zijn nog lang niet binnen.

Voor oppervlakkige waarnemers lijken de goede sfeer in Doha en de bloedige aanslagen en militaire confrontaties in Afghanistan moeilijk te rijmen. Wie de dynamiek van vredesonderhandelingen kent, weet dat oorlogsgeweld meestal piekt in de aanloop naar dergelijke onderhandelingen. Het is namelijk zaak om de eigen onderhandelingspositie zo sterk mogelijk te maken. In Afghanistan geldt dat dubbel, omdat het echte conflict intussen een burgeroorlog is tussen Taliban en regeringsleger, terwijl de huidige gesprekken gevoerd worden tussen VS en Taliban.

Dat Pakistan achter de coulissen optreedt als onmisbare maar door iedereen gewantrouwde regisseur van zowel onderhandelingen als voortdurende gevechten, maakt het niet eenvoudiger.

The show must go on

Het is niet dat er in Kaboel enkel puin geruimd wordt en gewacht op een uitnodiging om mee te onderhandelen. Ook binnen het kader van het regime wordt volop strijd geleverd voor invloed, uitgangsposities en invloed. De verkiezingscommissie legde, na herhaald uitstel, 28 september vast als datum voor de presidentsverkiezingen die dit jaar moeten plaatsvinden.

De onzekerheid over wie de volgende president is en hoe de regering samengesteld zal zijn, is een bijkomend argument voor de Taliban om voorlopig niet met Kaboel of Ashraf Ghani te praten. Anderzijds zorgt de verwarring over de onderhandelingen ervoor dat er nog altijd twijfels zijn of de verkiezingen eind september effectief zullen doorgaan.

In elk geval zal niet elke Afghaanse stemgerechtigde zijn of haar stem kunnen uitbrengen, of zal dat mede afhankelijk zijn van de bereidheid van de Taliban om de stembusgang te laten plaatsvinden: zelfs de Amerikaanse overheid rekent nog slechts net over de helft van het Afghaanse grondgebied als “onder regeringscontrole”. Dat betekent niet dat in die andere helft – of meer, volgens andere bronnen – onder Talibanbestuur valt, maar hun aanwezigheid is er minstens even belangrijk als die van andere actoren zoals de regering, andere gewapende groepen, smokkelsyndicaten of hier en daar ISKP.

De belangrijkste kandidaten voor het presidentschap zijn huidig president Ashraf Ghani en zijn “eerste minister” Abdullah Abdullah. Officieel heeft die laatste de titel ceo, aangezien de functie van premier niet voorzien was in de grondwet, maar zijn positie in 2014 onder Amerikaanse druk gecreëerd werd om een gewapende confrontatie tussen twee belangengroepen binnen het regime te voorkomen.

Naast deze hoofdrolspelers meldden zestien andere kandidaten zich begin van de zomer als presidentskandidaat. Onder hen Gulbuddin Hekhmatyar, de leider van Hizb-e-Islami en vooral een van de historische moedjahedienleiders uit de strijd tegen de Sovjetbezetting, die na de Amerikaans-Britse inval in 2001 ook de wapens opnam tegen de nieuwe regering. Hij sloot in 2016 een vredesakkoord met de regering, waarna hij terugkeerde naar Kaboel.

De Afghaanse politiek is altijd al uitermate gepersonaliseerd, want cliëntelistisch, en versplinterd. Dat is ook nu weer het geval. De politieke coalitie die in 2009 en 2014 Abdullah Abdullah naar voor schoof als hun kandidaat-president, is nu verbrokkeld tot drie kandidaten met heel nieuwe allianties en belangroepen achter elk van hen. De verwachting is dat van de 18 kandidaten er verschillende nog uit de race zullen stappen in de laatste weken, waarbij hun steun voor een andere kandidaat vaak verzilverd wordt in beloften op benoemingen of contracten later.

(c) Brecht Goris

Emiraat of republiek: wie zal het zeggen?

Los van de politique politicienne en de onvoorspelbare uitslag van de verkiezingen eind september, debatteert de Afghaanse samenleving over de prijs van de lang verhoopte – maar nog lang niet verworven – vrede. De kans dat de Taliban, bij echte vredesonderhandelingen, zonder mopperen de huidige grondwet zullen aanvaarden als basis voor een toekomstig Afghanistan, lijkt onbestaande. Die grondwet legt weliswaar het islamitisch karakter van Afghanistan vast, maar voorziet verder in mensenrechten, gelijke rechten voor vrouwen en minderheden, republikeinse instellingen…

Voor stemmen uit de diaspora, door het Westen gefinancierde denktanks en internationale mensenrechtenorganisaties is het duidelijk: op al die theoretisch verworven rechten wordt geen gram ingeleverd, want dan zijn al die decennia strijd voor niets geweest. Anderzijds is er wellicht niemand te vinden in Afghanistan die nog eens een jaar of een decennium burgeroorlog aanvaardbaar vindt. Daarvoor zijn de menselijke ellende en economische verliezen te tastbaar en te breed verspreid.

Toch zal het erg moeilijk zijn om een compromis te vinden tussen het islamitisch emiraat dat de Taliban voorstaan en de islamitische republiek met al haar instellingen en (beloften op) rechten die de republiek de voorbije twee decennia opgebouwd heeft onder westerse voogdij.

Van het westelijk front…

De positie van de voorstanders van een liberale democratie op basis van de huidige grondwet wordt zeker verzwakt door de uitgesproken wens van westerse landen om zo snel mogelijk de militaire aanwezigheid in Afghanistan definitief te beëindigen en door de al heel sterk teruggelopen interesse en investeringen in de instituties die de rechtsstaat moeten realiseren. Wat Washington wil is duidelijk, maar België volgt impliciet dezelfde lijn.

Hoeveel Belgisch belastinggeld sinds 2001 besteed is aan Afghanistan, werd door de regering nooit opgeteld.

België was van in het begin (december 2001) betrokken bij de ISAF, een internationale militaire operatie onder leiding van de Navo. In de jaren 2008 tot en met 2013 had het Belgische leger permanent tussen vierhonderd en zeshonderd soldaten gelegerd in Kaboel, Kandahar of Kunduz.

Op aandringen van de VS ging er in die periode ook Belgisch ontwikkelingsgeld naar Afghanistan. Hoeveel Belgisch belastinggeld sinds 2001 besteed is aan Afghanistan, werd door de regering nooit opgeteld. Op basis van eigen rekenwerk kwamen we in 2012 al uit op ongeveer een miljard euro. Dat bedrag is sindsdien zeker overschreden, ook al zijn er momenteel maar 90 soldaten meer actief in het noorden van Afghanistan en werd de ontwikkelingssamenwerking stopgezet.

Begin dit jaar stelde een van de Belgische commandanten in Mazar-e-Sharif, in een reportage van VRT-journalist Jens Franssen, dat er opnieuw méér militairen moesten komen en dat het om een langetermijnengagement moest gaan. Of de nieuwe Belgische regering daartoe zal overgaan, gezien de vooruitgang in de gesprekken tussen de VS en de Taliban, lijkt vandaag twijfelachtig.

Quid IS?

De Afghaanse puzzel bestaat uit een complex web van onvoorspelbare spelers. Hoe groot is de centrale controle van de Taliban over zijn commandanten en lokale strijders? Hoe groot is de kans dat de huidige regimespelers aan één zeel blijven trekken? Hoe sterk kan de overheid rekenen op internationale steun? Wat zijn de belangen en strategieën van Pakistan, China, India, Iran, Saoedi-Arabië?… Hoe onberekenbaar de verschillende elementen ook zijn, dé grote onbekende vandaag is ISKP. Nu de organisatie haar territoriale kalifaat kwijt is, groeit het belang van haar aanwezigheid in de wetteloze gebieden van Zuid-Azië.

De Pakistaanse krant Dawn stelt dat ISKP kan steunen op de ongeveer 300 miljoen dollar oorlogskas van IS, waarmee de organisatie vanuit haar kleine hoekje in het oosten alvast een aanwezigheid in vier provincies uitgebouwd heeft. Indien er op termijn een echt akkoord komt tussen regering en Taliban, dan mag ISKP zich aan een gezamenlijk offensief verwachten om de concurrenten op de soennitisch-extremistische flank uit te schakelen. De Taliban en ISKP hebben de voorbije jaren een aantal confrontaties gehad omdat ze verwikkeld zijn in een harde strijd om territorium en ideologische suprematie.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De aanslagen die ISKP uitvoert, zoals de bloedige zelfmoordaanslag op het bruiloftsfeest het voorbije weekend, zijn niet bedoeld om een sterke uitgangspositie te hebben bij onderhandelingen: niemand wil met hen praten, en zij hebben het woord onderhandelen niet in hun ideologisch woordenboek staan. Ze proberen wel eventuele gesprekken te bemoeilijken en tegelijk aan de echte had-islamistische elementen uit de Taliban te tonen dat zij een volwaardig alternatief zijn als de leiding van de beweging besluit om de wapens neer te leggen en het politieke proces in te stappen.

Als de Islamitische Staat erin slaagt om meer voet aan de grond te krijgen, ontstaat er een nieuw probleem voor de Afghanen nog voordat de oude kans op een oplossing gekregen hebben.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur