'Het volk heeft niets ondertekend. We blijven op straat'

Chilenen willen systeemverandering, maar de politieke elite luistert niet

Cristian Beltrand (CC BY-NC-ND 2.0)

Het is maandag 18 november. We rijden op de Ruta 5, de autosnelweg die het noorden met het zuiden van Chili verbindt. Een twintigtal leerlingen van de middelbare school maakten een barricade met smeulende autobanden. De wegomlegging stuurt ons door Curico, een provinciaal stadje 2 uur ten zuiden van Santiago. Op een muur in een verlaten straat lees ik: ‘El pueblo no ha firmado nada. Seguimos en la calle.’ Het volk heeft niets ondertekend. We blijven op de straat.

Zjos Vlaminck studeerde internationale politiek aan de Universiteit van Gent en specialiseerde zich daarna verder in de politics of development aan het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (IOB) in Antwerpen. Ze werkte voor onderzoeksinstituten zoals HIVA en het Afrika-Studiecentrum in Leiden en verricht nu onderzoek voor ngo’s en vakbonden als onafhankelijke consultant. De rode draad doorheen haar onderzoek is de manier waarop mensen via collectieve organisatie hun rechten claimen. Momenteel verblijft ze in Chili. 

De voorafgaande vrijdag, 15 november, ondertekende de regering een historisch akkoord over de vernieuwing van Chili’s grondwet via referendum. De huidige grondwet werd onder Pinochet in 1980 opgesteld en is ondanks veelvuldige wijzigingen niet noemenswaardig veranderd.

Simón Ramirez, socioloog aan de Universidad Católica in Santiago, omschrijft het als het laatste bastion van de dictatuur die de draad vormt van het neoliberale weefsel waarvan de Chileense maatschappij is opgebouwd. Volgens het akkoord zal het Chileense volk via een verplicht referendum moeten beslissen of ze 1) een nieuwe grondwet willen en of 2) de grondwetscommissie enkel uit verkozen volksvertegenwoordigers zal bestaan of ook leden van het huidige politieke bestel zal omvatten.

Dat tweeledige referendum zal in april 2020 plaatsvinden. Het is één van de maatregelen die Sebastián Piñera met zijn regering trof om tegemoet te komen aan de eisen van de betogers die sinds 19 oktober op straat kwamen.

Dat protest kwam initieel van verontwaardigde studenten die de verhoging van de metroprijs aanklaagden. Maar al snel bleek dat die verhoging van 30 chileense pesos de spreekwoordelijke druppel was die het vat vol loze beloften bij de bredere bevolking deed overlopen.

Sinds 1995 zag Chili economische groei, maar dat vertaalde zich niet in een evenredige verbetering van de levenskwaliteit voor de bredere bevolking. Hoewel armoede en ongelijkheid daalden, heeft Chili nog steeds de op twee na grootste Gini-coëfficiënt van alle OECD-landen, wat wil zeggen dat er een zeer ongelijke verdeling van inkomen en vermogen is — alleen Zuid-Afrika en Costa Rica scoren nog slechter. Het is dat wat leidde tot een sterk gevoel van sociale onrechtvaardigheid en het huidige protest.

In die context is een nieuwe grondwet volgens het volk fundamenteel. Maar de transversale sociale agenda die de betogers nastreven omvat meer eisen waaronder de verhoging van het minimum loon, een aanpassing van het pensioenstelsel, de afschaffing van de tol op de autosnelwegen en de herziening van het onderwijssysteem en gezondheidszorg die onder Pinochet werden geprivatiseerd.

Tegen de verwachtingen in wist het akkoord over de vernieuwing van de grondwet de sociale onrust niet te sussen. De jongeren in Curico die barricades opzetten, waren niet de uitzondering op de regel. In heel Chili bleef het volk op straat komen. Meer nog, een week na het akkoord (op 25 en 26 november) riep de Unidad Social, een netwerk van meer dan 200 organisaties uit het maatschappelijk middenveld inclusief vakbonden, een algemene staking van 48 uur op. Waarom?

Politiek van de straat vs. politiek van de staat

Er is aanhoudend ongenoegen over de inhoud van het akkoord. Zo worden rechten van minderheidsgroepen, zoals vrouwen, jongeren en de Mapuche-gemeenschap, te weinig gevrijwaard omdat er geen quota werden opgesteld om de vertegenwoordiging van die groepen in de grondwetscommissie te garanderen.

Maar van fundamenteler belang voor dat ongenoegen is de manier waarop het akkoord tot stand kwam. Dat het akkoord achter gesloten deuren tot stand kwam, raakte een gevoelige snaar en deed het politieke establishment verder van het volk verwijderen. Het is een politiek compromis tussen de regering en de oppositiepartijen, beiden onderdeel van diezelfde politieke elite waartegen de betogers in opstand komen. Ook de oppositiepartijen maken namelijk deel uit van het politiek systeem dat sociale, economische en politieke uitsluiting in stand houdt.

Vertegenwoordigers van de civiele maatschappij waren bijgevolg niet betrokken. Niet bij het opstellen van het akkoord en niet in de technische werkgroep die de details van het komende referendum en onderliggende wetsvoorstel moeten uitstippelen. Zo werd Unidad Social, dat op 28 oktober een onderhandelingsagenda aan de regering voorlegde, niet geconsulteerd.

Uit het aanhoudende protest blijkt dat beleidsvoorstellen alleen de gemoederen niet zullen sussen. Want ook al daalde de intensiteit van de betogingen, is de sociale beweging niet gaan liggen. Meer nog, er blijven steeds nieuwe belangengroepen aansluiten, zoals recente betogingen van afvalverwerkers en organisaties die mensen met een beperking vertegenwoordigen illustreren. En op 4 december kwamen duizend vrouwen samen in Santiago om gender-gebasseerd geweld aan te klagen via de hymne Un violador en tu camino. Het protest-lied werd inmiddels overgenomen door vrouwenbewegingen over heel de wereld.

Iedere vrijdag worden nog steeds betogingen in Santiago en andere steden georganiseerd. De betogers willen een radicale verandering van het huidige politieke en economische systeem. In de ogen van velen, moet die verandering zich in de eerste plaats vertalen in het afzetten van president Piñera, maar het moet ook verder gaan. Business as usual is geen optie en zoals in vele landen verloor het politieke establishment legitimiteit. Op die manier is er een link met de opstanden in Bolivia, Hongkong, Algerije en Soedan, om er maar enkele te noemen. Zoals Alcinda Honwana stelt: de politieke marginalisering en economische impasse waarin veel jongeren over heel de wereld zich in bevinden, wordt niet langer aanvaard. Hoewel Honwana Chili niet aanhaalt als case, denk ik dat haar analyse toepasbaar is op de huidige crisis in Chili.

De onderliggende drijfveren van de protesten

Om dat aanhoudende protest te begrijpen, moeten we voorbij de feiten kijken. Meer dan wat politici de bevolking aanbiedt — zoals de prijs van metrotickets dan toch niet verhogen — gaat het over hoe de politiek wel of niet wordt beleefd door een groot deel van de Chileense maatschappij. Er is een clash tussen wat het volk van “de politiek” verwacht en hoe huidige beleidsmakers “politiek” voeren. Het zijn de diepgewortelde gevoelens van politieke, sociale en economische uitsluiting die het Chileense volk op de been brachten. En de manier waarop Piñera’s regering de crisis aanpakte, voedt deze sentimenten nog meer.

Hoewel de regeringsleiders proberen tegemoet te komen aan de concrete eisen van het volk, zoals door het opstellen van een referendum over een nieuwe grondwet, gaan ze voorbij aan de onderliggende drijfveren door hun politieke cultuur en het discours niet dusdanig aan te passen.

Van meet af aan werden de pacifistische betogingen over één kam geschoren met het vandalisme en geweld gepleegd door enkele minderheden. Door het uitroepen van de noodtoestand gaf Piñera het recht aan het leger om de protesten te onderdrukken, waarmee hij de voedingsbodem voor politieke dialoog ondermijnde.

Daarnaast nam de regering pas na een maand het initiatief om met leden van de civiele maatschappij te onderhandelen. Op 28 november, na de zoveelste algemene staking van 25 en 26 november, nodigde de minister van Binnenlandse Zaken Blumel, de vakbondsvertegenwoordigers die deel uitmaken van Unidad Social uit om te onderhandelen over een uitweg uit de “sociale crisis”. Dat de andere leden van Unidad Social niet werden uitgenodigd onderstreept nogmaals de conservatieve politieke cultuur van de regering.

De bijeenkomst tussen minister Blumel en de vakbondsleiders bracht bovendien geen concrete uitkomst. Tot dusver gaat het om initiële stappen tot het opbouwen van een constructieve dialoog tussen de regering en vakbonden. Maar de effectiviteit ervan hangt deels af van de wijze waarop vakbondsleiders het vertrouwen van de bredere bevolking kunnen winnen en behouden, want ook zij leden gezichtsverlies.

Het actief betrekken van jongeren is cruciaal voor een duurzame oplossing.

Welk politieke jargon wordt gehanteerd, zal van belang zijn. Dat de huidige situatie herhaaldelijk wordt omschreven als een “sociale crisis”, ligt bijvoorbeeld gevoelig bij velen op straat. De opstand is net een reactie op de sociale crisis waarin Chili zich al ruim 30 jaar bevindt. Volgens Patricia Muñoz Garcia van de Defensoria de la Niñez zal het actief betrekken van jongeren van cruciaal belang zijn voor het vinden van een duurzame oplossing.

Tot dusver zijn alle maatregelen en wetswijzingen door het huidige politieke bestel genomen zonder substantieel overleg met het maatschappelijk middenveld. Daardoor voelt het volk zich niet serieus genomen. Reacties die ik vaak hoor zijn: ‘Ze begrijpen er niks van’ of ‘ze luisteren niet naar de “straat”’.

De manier waarop de regering disproportioneel aandacht geeft aan het geweld gepleegd door betogers, terwijl er lippendienst wordt bewezen aan de schendingen van mensenrechten door de politie en andere overheidsinstanties draagt bij tot dit gevoel van politieke marginalisering. Er werden tot nog toe 2.670 gevallen van mensenrechtenschendingen bij de openbare aanklager aangegeven (Fiscalia 2019) maar om de infrastructurele en materiële schade wordt het meest gerouwd.

Cristian Beltrand (CC BY-NC-ND 2.0)

En nu?

De vraag op iedereens lippen is: wanneer zal het ophouden? Wat moet Piñera doen om de gemoederen te bedaren? Hoewel we nood hebben aan rationele antwoorden en duidelijke uitkomsten, hebben sociale bewegingen en protesten een eigen dynamiek.

Op dit ogenblik is het onduidelijk hoe en wanneer de situatie in Chili zal bedaren. Maar één ding is zeker: het volk moet zich gehoord en gerespecteerd voelen vooraleer het zal stoppen met roepen. Net als een rebellerende tiener die met deuren smijt omdat hij of zij zich onbegrepen voelt.

Politici onderschatten de democratische maturiteit van het electoraat onderschat.

Zoals in vele landen hebben politici de democratische maturiteit van het electoraat onderschat. De bevolking aanvaardt niet langer dat de regering vanuit hun ivoren toren denkt te weten wat het beste voor hen is. Zeker niet als ze sociale rechtvaardigheid en het terechtstellen van de daders van de mensenrechtenschendingen niet vooraan op de agenda zetten. Tot er sociale rechtvaardigheid is voor de slachtoffers van politiegeweld zal er geen sociale vrede zijn, aldus vertegenwoordigers van Unidad Social. Maar de Chileense case staat niet alleen. Over heel de wereld zien we een clash tussen jongeren die meer politieke inspraak willen en niet louter om de 4 jaar een kruisje willen zetten in een kieshok en een politieke elite die hen als kieskoeien behandelt, aldus David van Reybrouck in Tegen Verkiezingen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het is tijd dat de Chileense politieke elite hun oogkleppen afzet en echt gaat luisteren en kijken naar wat er op de straat gebeurt, wil ze overleven in het “nieuwe” Chili. Want, zoals Honwana aantoont, geeft de compromisloze afkeuring van de huidige politieke cultuur ruimte voor het hertekenen van nieuwe politieke structuren.

Op lokaal niveau werd in Chili het heft al in eigen handen genomen. “Cabildos” of volksvergaderingen werden er opgesteld, waarin thema’s zoals waterrechten, duurzame ontwikkeling en inclusief onderwijs worden behandeld. De effectiviteit ervan in het opstellen en implementeren van beleidsvoorstellen moet nog worden afgewacht, maar de actieve manier waarop het Chileense volk, geleid door Unidad Social, de contouren van hun democratie hertekent, is noemenswaardig.

Al blijven het fragiele veranderingen, volgens Ramirez. ‘De participatieve politieke cultuur en het verhoogde gemeenschapsgevoel, dat we vandaag in Chili zien is een momentopname in de context van de betogingen, die de “normale” gang van zaken radicaal heeft doorbroken. Als we terug naar business as usual gaan en er geen structurele veranderingen komen in het pensioenstelsel, gezondheidszorg en onderwijssysteem, om maar enkele te noemen, dreigen ze na de protesten weer te verdwijnen omdat deze instituties het individualisme voorop zetten.’

Of Chili’s ontwaking zal leiden tot structurele veranderingen in de politieke cultuur valt af te wachten, maar de eerste stappen naar een participatieve democratie worden vandaag door het volk gezet.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Zjos Vlaminck studeerde internationale politiek aan de Universiteit van Gent en specialiseerde zich daarna verder in de politics of development aan het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (IO