Gemeenschapszin en doortastend beleid

Corona bij de horens: wat we kunnen leren van Senegal

© John Wessels / AFP

Senegalese gelovigen schuiven gedisciplineerd én voorzien van een mondmasker aan bij de ingang van de grote moskee in de hoofdstad, Dakar

Nu COVID-19 ook in het bergkoninkrijk Lesotho is opgedoken, zijn alle 54 Afrikaanse landen officieel in de ban van het virus. Maar de gevreesde apocalyps blijft uit. In westerse media zijn daar enkele populaire verklaringen voor: de jongere bevolking zou minder vatbaar zijn, de hogere temperatuur bemoeilijkt de voortgang van het virus. Geen van die verklaringen legt de verantwoordelijkheid expliciet bij de Afrikanen zelf. Wat met gemeenschapszin? Goed bestuur? Beide factoren zijn prominent aanwezig in een land als Senegal. En dat toont zich in de cijfers.

Fraaie foto’s uit Senegal stromen van de wire van de bekende persagentschappen: lange rotten biddende mensen, op straat en in de moskee. An sich geen ongebruikelijke beelden in het West-Afrikaanse moslimland. Het gebed is hier misschien een moment van persoonlijke introspectie, maar toch vooral een druk bijgewoond massa-evenement, en dat vijf keer per dag. Ware het niet dat sinds kort zowat iedereen een mondmasker draagt.

Overal wordt anderhalve meter afstand bewaard. Aan de ingang van de moskee verdelen medewerkers handgel, onder het toeziende oog van geüniformeerde politieagenten. Hier en daar is te zien hoe sommige moskeegangers warempel selfies lijken te nemen, alsof ze zelf niet kunnen geloven wat er in de tijdspanne van enkele weken gebeurd is.

Gelijkaardige beelden aan de ziekenhuizen: keurig laten de bezoekers beurtelings een stoeltje vrij. Overal afstand, overal mondmaskers. Toen enkele agenten het nodig vonden om enkele overtreders te matrakkeren, volgden daar publieke excuses op van het korps. De onderliggende toon: barre tijden nodigen uit tot fouten, maar laten we van elkaar leren.

“Ubuntu” mag dan een concept uit het verre Zuid-Afrika zijn, in Senegal wordt het tot levenskunst verheven: ‘Ik ben, omdat wij zijn.”

Senegal staat al langer bekend als baken van orde en rust in een woelige regio. Verkiezingen vinden er plaats zonder noemenswaardige heisa. Religieuze extremisten krijgen er nauwelijks voet aan grond, moslims en christenen vieren elkaars feesten. De Casamance-regio was vooral in de vorige eeuw het toneel van een onafhankelijkheidsoorlog(je) met een etnisch-economische inslag, maar intussen zwijgen de wapens er toch ook al weer bijna een decennium.

Los van andere factoren speelt hier toch ook de geroemde burgerzin van de Senegalezen, bekend tot ver buiten de landsgrenzen. Want “Ubuntu” mag dan een concept uit het verre Zuid-Afrika zijn, in Senegal wordt het tot levenskunst verheven: “Ik ben, omdat wij zijn.”

Het staat buiten kijf dat die burgerzin vandaag een handje helpt in de uitbraak van de pandemie. Maar er is meer: eigenlijk verdient ook de Senegalese regering onder leiding van president Macky Sall een dikke pluim voor haar benadering van de globale ramp. Het beleid is kordaat en doortastend, zonder repressief te willen zijn zoals dat in andere landen wereldwijd wél gebeurt.

Tweeënhalve maand na de uitbraak van het nieuwe coronavirus in Senegal stond de teller op 20 mei op 2617 besmettingen, met 30 te betreuren doden, op een bevolking van net geen 16 miljoen. Het Ministerie van Gezondheid en Sociale Actie gaat er prat op om de nabestaanden van alle doden persoonlijk steun te betuigen in de dagelijkse updates.

De kalender bemoeilijkt de zaak. Intussen passeerden het feest van de zestigjarige onafhankelijkheid en de ramadan. Hier is behalve een goed uitgebouwde gemeenschapszin duidelijk meer aan de hand.

Ebola als oefening, COVID-19 als praktijk

Op 2 maart 2020 stuurde de lokale afdeling van het Louis Pasteur-Instituut in hoofdstad Dakar een bericht de wereld in: een 54-jarige Fransman testte positief na een vlucht uit Parijs. Zo werd Senegal het tweede land op het Afrikaanse continent met een bevestigd geval van COVID-19, na Nigeria.

Het land kon bogen op de ervaring die het had opgedaan tijdens de ebola-epidemie die vanaf 2014 Liberia, Sierra Leone en Guinée teisterde.

Toeval of niet, net op datzelfde moment legde een commissie onder leiding van president Macky Sall de laatste hand aan een noodplan voor COVID-19. Van in het begin was het de bedoeling om een uitbraak te voorkomen. ‘We mogen niet wachten tot het virus ons overvalt. We moeten nu reageren’, verklaarde Sall aan de verzamelde pers.

Daarbij kon het land bogen op de ervaring die het had opgedaan tijdens de ebola-epidemie die vanaf 2014 Liberia, Sierra Leone en Guinée teisterde.

Ondanks de nabijheid van die ebola-broeihaard, telde Senegal destijds welgeteld één geval van ebola binnen haar grenzen. Hoewel die grens met buurland Guinée al sinds maart 2014 gesloten was, raakte in augustus 2014 bekend dat een Guineese universiteitsstudent het virus had opgelopen.

De regering-Sall reageerde bliksemsnel door de patiënt te isoleren en gedurende de incubatieperiode van 21 dagen al zijn 74 contacten te monitoren. De student herstelde, en de Senegalezen haalden opgelucht adem. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) prees de Senegalese regering voor haar doortastendheid.

Toen Macky Sall op 2 maart aankondigde dat zijn regering niet ging wachten op de uitbraak van het nieuwe coronavirus, waren dat geen loze woorden.

In december van datzelfde jaar werd een noodcentrum voor medische urgenties opgericht (Centre des Opérations d’Urgence Sanitaire, COUS), onder directe auspiciën van de Minister van Volksgezondheid. Doel: detecteren van patiënten door monitoring, vroeger ingrijpen door geïntegreerde coördinatie. Daarnaast begon het centrum zich alvast intensief te trainen in simulaties van ebola-achtige noodgevallen, in samenspraak met verschillende internationale instanties waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie.

Toen Macky Sall op 2 maart aankondigde dat zijn regering niet ging wachten op de uitbraak van het nieuwe coronavirus, waren dat geen loze woorden. Z’n regering had er al goed vijf jaar intensieve training opzitten.

Geen plaats voor toeval

Tegen half maart, twee weken na de eerste besmetting, sloot Sall de landsgrenzen voor internationaal vliegverkeer. Scholen gingen dicht voor drie weken, en een avondklok moest ’s nachts de bevolking van de straten houden. Markten, restaurants en moskeeën sloten de deuren. Vooral dat laatste moet moed hebben gevergd in het diepreligieuze land, waar de verschillende scholen een enorme invloed hebben op het dagelijkse leven van miljoenen mensen. Op 23 maart ging het land in noodtoestand.

Contact tracing teams opereren vanuit 78 verschillende lokale gezondheidsinstellingen, en traceren patiënten tot in de kleinste dorpen in het binnenland. Wie positief test, verdwijnt twee weken in quarantaine. Daarvoor heeft het land haar opvangcapaciteit drastisch uitgebreid. Wie milde symptomen vertoont, kan zelfs in een hotel terechtkomen. Vol pension. Voor de drukbevolkte steden waar social distancing, laat staan zelfisolatie, niet realiseerbaar is, lijkt dat dé oplossing.

Nochtans: voor Senegal geen totale lockdown zoals op verschillende andere plekken op het Afrikaanse continent. Er is zelfs geen verplichting om een mondmasker te dragen.

De avondklok werd op maat van de ramadan gesneden. Markten en moskeeën openden intussen alweer de deuren.

Intussen maakte de regering miljoenen vrij om de meest kwetsbare bevolking te voorzien van basisproducten zoals rijst, suiker en olie. Die moet verlichting brengen aan zowat 8 miljoen Senegalezen, de helft van de bevolking.

Voor COUS-baas Abdoulaye Bousso is het Senegalese recept dan ook redelijk eenvoudig uit te verklaren: ‘Er zijn weinig gevallen omwille van onze snelle reactie’, verklaarde hij aan het tijdschrift Jeune Afrique. ‘Resultaten van de tests zijn binnen 24 uur beschikbaar, en alle patiënten die positief testen, nemen we automatisch op in het ziekenhuis, of ze nu symptomen vertonen of niet. Ook hun directe contacten worden in afzondering geplaatst.’

De vraag is nu hoe de curve verder zal evolueren. De avondklok werd op maat van de ramadan gesneden. Markten en moskeeën openden intussen alweer de deuren. De markten uit economische noodzaak, maar wat betreft de moskeeën heeft zonder enige twijfel ‘s lands machtige religieuze lobby aangedrongen op een versoepeling.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘We moeten leren leven met de aanwezigheid van het virus’, sprak de Senegalese president toen hij de versoepeling aankondigde, op dezelfde dag dat er een piek in het aantal besmettingen plaatsvond. ‘We moeten ons individueel en collectief gedrag aanpassen aan de evolutie van de pandemie, die nog bij ons kan blijven tot augustus of september.’

De toekomst wijst uit of dat voldoende zal zijn. Met het oog op andere geplande massa-evenementen zoals het Offerfeest en de Grand Magal (waarbij miljoenen Mouride-moslims van over heel West-Afrika naar de stad Touba afzakken) blijft de situatie volatiel. Maar intussen hebben de Senegalezen zich wél getoond als een baken in de woelige branding.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur