De huidige representatieve democratie kraakt in haar voegen – wat te doen?

De burger doet meer dan kiezen

© Panos pictures / Samuel Aranda

Steeds meer burgers stellen zich er niet mee tevreden om de zoveel jaar één keer hun stem uit te brengen: ze willen nog op andere manieren hun wereld mee vorm geven en ze hebben daartoe de tijd én de kennis.

In oktober gaan we weer stemmen om onze vertegenwoordigers in gemeente- en provincieraden aan te wijzen. Zullen de mensen die we verkiezen het oor lenen aan hun almaar actievere burgers?

Meestal wordt democratie – het politieke systeem waarin het volk de macht heeft – vereenzelvigd met verkiezingen, met wat we representatieve democratie noemen: het verkiezen van mensen die jou vertegenwoordigen in de machtsorganen.

Dat was altijd al een erg beperkte kijk op wat democratie kan zijn, maar dezer dagen meer dan ooit. De representatieve democratie wordt immers op veel plaatsen als niet bijster representatief ervaren: veel burgers haken af en dikwijls biedt het systeem ook geen krachtig antwoord op grote problemen. Daarom proberen burgers in onze contreien op allerlei andere manieren meer greep te krijgen op hun wereld en zodoende de democratie een frisse impuls te geven. We zetten enkele van de vormen die dat aanneemt op een rijtje.

Deel zijn van de oplossing

Uit de reeks:
Meer gemeenschap in de gemeente


De kern van elke gemeente is de gemeenschap
Na regen komt zonneschijn. Na neoliberale besparingen, gemeenschapsbezit.

George Monbiot: ‘Iedereen politicus!’
Groot interview met de Britse milieujournalist en schrijver George Monbiot. ‘We hebben meer, niet minder politiek nodig. Meer en directe democratie, niet minder.’

‘Je schrijft water, je leest democratie’
Reportage over de strijd in Italië om “gemeenschapsgoederen” aan de gemeenschap terug te geven.  Dit is een verhaal van lokaal verzet van burgers en burgemeesters, priesters en juristen tegen “het dictaat van de onzichtbare financiële markten”. 

Vijf redenen waarom gemeenten privatisering terugschroeven of afwijzen
Internationaal is er een opvallende tendens: gemeenten lopen voorop in de terugkeer naar publieke verantwoordelijkheid, na decennia van privatisering van openbare diensten. 

Hoe we wonen weer betaalbaar kunnen maken
Hoe kunnen steden zich wapenen tegen de wereldwijde vastgoedspeculatie die gebouwen, straten en pleinen alleen maar ziet als een middel om winst te maken? 

Antwerpen levert hier een modelvoorbeeld. Sterke burgerverenigingen streden er jarenlang tegen de Oosterweelverbinding – zeg maar de bouw van een extra autosnelweg (met op een bepaalde plaats achttien rijstroken) dwars door de stad. Die zou nóg meer fijn stof, nóg meer verkeerslawaai en dus minder levenskwaliteit als gevolg hebben.

Door hun werk zowel inhoudelijk als communicatief als procedureel zeer goed te doen, slaagden ze er uiteindelijk in volwaardig betrokken te worden bij het uitwerken van een definitieve oplossing. In zogenaamde werkbanken tekenden vertegenwoordigers van de burgerverenigingen, ambtenaren en experts een nieuw plan met veel meer draagvlak. Dat zal onder meer door de overkapping van de binnenring veel nieuwe leefruimte scheppen in de stad.

Of hoe de Antwerpenaren wel in een wereldhavenstad willen wonen, maar er met succes voor hebben gevochten dat hun levenskwaliteit daar minder onder lijdt. In Gent komt nu met ViaduKaduk een soortgelijke beweging op gang tegen het E17-viaduct dat al veertig jaar als een soort Lange Wapper avant la lettre de stad doormidden snijdt.

Ook in Gent blijken groepen mensen gebruiksrechten te verwerven op stukken grond die onderbenut worden. In Wondelgem slaagden buurtbewoners erin van een braakliggend terrein het zogenaamde Driemasterpark te maken, waar ze varkens en kippen kweken, elkaar ontmoeten, speelruimten voor kinderen scheppen. De Buren van de Abdij blazen sinds 2007 nieuw leven in de Sint-Baafsabdij, het oudste gebouw van de stad met bijbehorende binnentuin, die sinds 2003 door de stad gesloten was. Dat zijn de meenten (commons in het Engels) die Michel Bauwens in 2017 voor de stad in kaart kwam brengen.

Intussen probeert de stad een dialoog op gang te brengen met die vele tientallen gemeenschapsinitiatieven om zo te achterhalen hoe ze zich als partner van dergelijke initiatieven kan opstellen. De vraag is of die initiatieven een stem kunnen ontwikkelen die mee richting kan geven aan de stad.

Remunicipalisering

Een tijdje geleden publiceerde de Amsterdamse denktank Transnational Institute een studie die aantoont dat gemeentebesturen in verschillende landen, dikwijls onder druk van lokale burgerbewegingen, geprivatiseerde diensten (opnieuw) in openbaar beheer nemen. In Frankrijk werd sinds 2002 de waterdistributie op 106 plaatsen gedeprivatiseerd. In Duitsland werd in dezelfde periode in liefst 347 gemeenten de energiedistributie opnieuw in handen genomen door lokale besturen.

‘In Duitsland en Frankrijk is er intussen meer deprivatisering dan privatisering bij gemeenten, meestal onder druk van georganiseerde burgers.’

Het rapport stelt niet dat er sprake is van een wereldwijde tendens richting het (opnieuw) in huis nemen van geprivatiseerde diensten door gemeenten. ‘Maar voor Duitsland en Frankrijk zijn we er wel zeker van dat er meer deprivatisering dan privatisering is’, aldus coauteur Satoko Kishimoto. ‘Soms wil de gemeente gewoon kosten besparen door de dienst zelf te verlenen, maar meestal gebeurt het onder druk van georganiseerde burgers.’

In die zin is de recommunalisering gewoon een andere manier waarop burgers door zich te organiseren mee vorm willen geven aan hun omgeving. Dat de burgerverenigingen hierin een grote rol spelen, wordt vaak gehonoreerd door hun een rol te geven in het beheer van het nieuwe gemeentebedrijf. Bij het Parijse waterbedrijf Eau de Paris zitten in de bestuursraad behalve gemeenteraadsleden ook vertegenwoordigers van verbruikersorganisaties, milieuorganisaties en van het Parijse Waterobservatorium.

Woordvoerder Eric Pfliegersdoerfer: ‘Dat laatste staat open voor iedereen: politici, experts en burgers. Hier worden alle grote waterthema’s behandeld die de bevoegdheden van Eau de Parijs overstijgen. Het observatorium voedt mee de beslissingen van de Parijse gemeenteraad en sluit nauw aan bij de participatieve democratie die het stadsbestuur wil organiseren.’ Een belangrijke vraag is of publieke bedrijven betere diensten gaan verlenen als burgers mee in het bestuur ervan zitten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Een andere manier waarop burgers mee vorm geven aan hun omgeving is door burgercoöperaties op te richten. Energiecoöperaties zijn daarvan een actueel voorbeeld. ‘In Duitsland zijn er de laatste tien jaar zo’n achthonderd opgericht en in Nederland ongeveer driehonderd’, zegt Dirk Vansintjan, voorzitter van REScoop.eu, de koepel van Europese energiecoöperaties. Ook in België zijn er de voorbije vijf jaar enkele tientallen bijgekomen. Net als in Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. In de Filipijnen, Argentinië en Denemarken (meer dan 600 windcoöperaties) is het fenomeen ouder.

Vansintjan ziet een aantal oorzaken: ‘De klimaatverandering, het feit dat hernieuwbare energie almaar goedkoper werd, het feit dat spaargeld niks meer opbracht… Burgers zien de overgang naar hernieuwbare energie als een kans om meer greep te krijgen op hun energievoorziening en de lokale economie en democratie. Burgers werken aan een energiesysteem dat milieuvriendelijker is, de opbrengsten onder meer mensen verdeelt en lokaal wordt aangestuurd.’

© Panos Pictures / Mads Nissen / Politiken

 

De klad in de “volkspartijen”

Moeten we verbaasd zijn dat burgers op die uiteenlopende manieren, buiten de representatieve politiek om, mee vorm geven aan hun samenleving? Eigenlijk niet. Democratie betekent bestuur door het volk en het volk is uiteraard veel meer dan volksvertegenwoordigers georganiseerd in politieke partijen en het dwingende verkiezingstheater waarin die moeten functioneren. Dat werd de voorbije jaren steeds duidelijker naarmate de geloofwaardigheid en de kracht van de representatieve politiek afkalfden.

Meer burgers voelen zich minder vertegenwoordigd door hun verkozenen. Daar zijn, om te beginnen, mathematische redenen voor. Bij veel verkiezingen gaat minder dan de helft van de burgers stemmen. Wie dan de “winnaar” wordt door bijvoorbeeld een derde van de stemmen te behalen, vertegenwoordigt maar een deel van de bevolking. De presidenten Trump en Macron kregen bijvoorbeeld nog geen twintig procent van de burgers achter zich.

Partijen zijn ook minder dan vroeger “volkspartijen” met duidelijke programma’s waar mensen zich op lange termijn mee verbonden voelen. Filip De Rynck, professor bestuurskunde aan de UGent: ‘Vroeger waren politieke partijen meer geworteld in de samenleving, maar de voorbije veertig jaar zijn die zuilen verzwakt en daalden de ledenaantallen van politieke partijen sterk. Een schepen in Gent heeft nog formele macht, maar als hij dingen gedaan wil krijgen, kan hij daarvoor nauwelijks op zijn partij rekenen. Vroeger was die tot in de wijken vertakt en als de schepen sprak, was dat gedragen tot in de wijken.’

In de plaats van de stabielere en vaster gewortelde zuilen kwam een verkiezingsstrijd die neigt naar een permanente communicatieoorlog waarin partijen evenzeer benadrukken wat de anderen verkeerd doen als waar ze zelf voor staan – met alle trucs en listigheden die daarbij horen. Die permanente polarisering stoot veel burgers af en maakt het vinden van oplossingen moeilijker. Bovendien zorgt de eeuwige gerichtheid op het winnen van de volgende verkiezing ervoor dat de partijpolitiek zich moeilijk op de lange termijn kan richten.

Door de globalisering – het vrijmaken van mondiale geld- en goederenstromen, én migratiestromen – heeft de nationale politiek overal aan macht ingeboet. Al verschilt dat van land tot land. In de VS liet de politiek de krachten van globalisering ongeremd tot meer ongelijkheid leiden: zowat alle groei ging naar de rijkste tien procent, die bovendien zijn belastingen zag dalen. Dat lag onder meer aan het feit dat politieke partijen er in de greep zijn gekomen van financiële elites: politici kunnen geen dure campagne voeren zonder steun van het bedrijfsleven. De “corruptie” van de politiek door machtige groepen en het kortetermijndenken verklaren waarom representatieve democratieën soms zo zwak reageren op grote problemen als klimaatverandering.

Was de representatieve democratie na de Koude Oorlog in opmars, nu is ze op haar retour. Kijk naar het succes van een land als China, niet bepaald een democratische kampioen.

Het onderzoek van Branko Milanovic toonde aan dat de lagere middenklasse in het Westen de grote verliezer van de globalisering is geworden. De financiële crisis van 2008 en het daaropvolgende besparingsbeleid, dat de bankiers vrijuit liet gaan, deed voor die verliezers van de globalisering de deur dicht. De terreuraanslagen en de migratiedruk voegde een dimensie van belegering toe aan de globalisering die electoraal vlot te verzilveren was.

Dat alles samen leidde tot ontevredenheid bij delen van de bevolking; ze stemden de traditionele partijen weg en kozen voor zogenaamde populistische partijen, Brexit, Trump…

De verkiezing van iemand als Trump tot machtigste mens ter wereld heeft de geloofwaardigheid van de democratie als het minst slechte bestuurssysteem ondergraven. Het succes van een land als China dat niet bepaald wegloopt met democratie draagt daar ook toe bij. Was de representatieve democratie na de Koude Oorlog in opmars, nu is ze op haar retour.

De wijsheid van de burgers

Verloor de representatieve politiek aan geloofwaardigheid en slagkracht, de burgerpolitiek won aan mogelijkheden. Uiteraard hebben georganiseerde burgers altijd en overal op de politiek gewogen. Maar relatief rijke en vrije samenlevingen met veel hoogopgeleide mensen die via het internet vlot aan informatie raken zijn een ideale voedingsbodem voor burgerparticipatie. Steeds meer burgers stellen er zich niet mee tevreden om de zoveel jaar één keer hun stem uit te brengen: ze willen nog op andere manieren hun wereld mee vorm geven en ze hebben daartoe de tijd én de kennis.

‘Politici moeten beseffen dat ze aan legitimiteit winnen door samen te werken met burgers.’

De Antwerpse activist en essayist Manu Claeys ziet daarin een grote kans op een horizontale en levendige democratie in zijn boeiende boek Red de democratie: ‘Er zit een hoop expertise in de maatschappij. Als je die aanboort, kom je tot betere beslissingen.’ Gebruik de wijsheid van het volk, zoiets. Ook professor De Rynck van de UGent wijst erop dat de ervaring leert dat overheden lang niet altijd meer over een informatievoordeel beschikken tegenover burgers: ‘Politici moeten beseffen dat ze aan legitimiteit winnen door samen te werken met burgers.’

Ian Goldin en Chris Kuturna beschrijven in hun Age of Discovery waarom representatieve democratie soms niet de antwoorden biedt die nodig zijn in ons tijdperk van klimaatverandering, ongelijkheid, globalisering en grote wetenschappelijke vernieuwing: ‘Het risico op stagnatie is groot in democratische samenlevingen. Democratie is een enorme innovatie in vergelijking met de vorige renaissance: het biedt groot aanpassingsvermogen aan sociale spanningen. Maar daar staat een prijs tegenover: niks groots is mogelijk tenzij de burgers er samen achter gaan staan.’

Kennelijk beseft een deel van onze politici dat ze beter meer samenwerken met de burgers. Op 21 februari 2018 nam het Vlaams parlement een resolutie aan over het stimuleren van burgerbetrokkenheid op het lokale beleidsniveau. De aanvankelijke erkenning dat het betrekken van burgers bij het beleid de kwaliteit van het overheidsoptreden kan verbeteren was uit de tekst verdwenen. Wel overeind bleef de erkenning dat luisteren naar en cocreatie met de burger een breder draagvlak schept voor beslissingen. De resolutie vraagt de Vlaamse regering om steden en gemeenten aan te zetten tot burgerparticipatie en een kenniscentrum inzake burgerparticipatie op te richten.

De parlementaire oproep blijft voorzichtig. Luc Huyse, emeritus hoogleraar in de sociologie aan de KU-Leuven, schreef immers al in 1994 in De politiek voorbij dat politici, liever dan over elk beleidsdossier eigenmachtig te beslissen, vooral moeten vastleggen wie betrokken wordt bij de besluitvorming. Burgers moeten niet louter consumenten maar ook coproducenten van politieke beslissingen worden.

De vraag is in hoeverre politici dit de komende jaren – bijvoorbeeld lokaal – zullen waarmaken en daadwerkelijk zullen luisteren naar hun almaar actiever wordende burgers. De uitdagingen zijn in ieder geval groot genoeg.

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur