Anti-establishment kandidaat verkozen met steun van militair establishment

De kapitein belooft een nieuw land aan 210 miljoen Pakistani’s

CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)

Imran Khan doet weinig moeite om zijn verleden als de meest succesvolle kapitein ooit van de nationale cricketploeg te verbergen. Dat blijkt onder andere uit het symbool waarmee zijn Pakistan Tehreek-e-Insaaf (PTI, of Partij voor Rechtvaardigheid) zich eind juli aan de Pakistaanse kiezers presenteerde: een cricket-bat. En partijsymbolen zijn van enorm belang in een land waar de alfabetiseringsgraad onaanvaardbaar laag ligt: slechts 58 procent van de bevolking kan er lezen en schrijven.

De referentie naar zijn verleden in dé nationale sport bij uitstek moet iedereen duidelijk maken dat Imran Khan -in Pakistaanse media vaak afgekort tot IK- elk doel dat hij zich stelt ook echt kan realiseren. En dat doel is nu meer dan ooit: Naya Pakistan, een nieuw Pakistan dat beantwoordt aan de hoge idealen van de vader des vaderlands, Mohammad Ali Jinnah. Zo verwoordde Khan het in zijn tv-toespraak waarin hij de overwinning van de verkiezingen op 25 juli opeiste.

En omdat zowat iedereen zich op Jinnah beroept, voegde hij er meteen aan toe dat zijn ideaal van een welvaartstaat gebaseerd is op de ervaring van de profeet Mohammed en zijn eerste volgelingen in Medina. Het is dus niet de seculiere politicus Jinnah waarnaar Khan verwijst, maar de politicus die islam gebruikte als de grond om er een apart volk op te baseren, en daarom ook een afzonderlijke staat voor hen eiste -en kreeg: Pakistan.

De anti-corruptie-krijger

‘Corruptie vreet aan Pakistan als een kanker’, zei Imran Khan nog tijdens die toespraak. Dat is het centrale thema waarmee Imran Khan al een twintigtal jaar politieke capagne voert, en dat hem zeker de enthousiaste steun van het Pakistaanse electoraat opleverde -eerst de stedelijke jeugd, later stukje bij beetje andere sectoren van de kiezers. Hij belooft onder andere om de opulente villa van de premier beschikbaar te stellen voor maatschappelijke doeleinden, aangezien hij zich zou schamen om daarin te gaan wonen terwijl de rest van het land in armoede verkeert. Sommigen doen dat af als makkelijk populisme, maar qua symbool kan het wel tellen. Alleen: hij deed vijf jaar geleden een vergelijkbare belofte in verband met de ambtswoning van de provinciepremier in Khyber-Pakthunkwa, de provincie die zijn PTI de voorbije jaren bestuurde, maar daar kwam blijkbaar nog niet veel van in huis.

Imran Khan belooft de opulente villa van de premier beschikbaar te stellen voor maatschappelijke doeleinden, aangezien hij zich zou schamen om daarin te gaan wonen terwijl de rest van het land in armoede verkeert

De strijd van Imran Khan tegen de overal aanwezige corruptie leverde een jaar geleden al het gedwongen ontslag op van toenmalig premier Nawaz Sharif, die genoemd werd in de Panama Papers en tijdens rechtszaken naar aanleiding daarvan een aantal uitgaven en inkomsten niet kon verantwoorden. Die slag kwam de Pakistan Muslim League van Nawaz niet te boven, waardoor haar zetelaantal tijdens de recente verkiezingen zowat halveerde -grotendeels ten voordele van de PTI, die haar zetelaantal zag verviervoudigen.

Op maandag 6 augustus herhaalde Khan nog eens dat de Pakistaanse kiezers van de toekomstige PTI-regering een andere regeerstijl verwachten dan wat ze gewoon zijn van de twee partijen die elkaar de voorbije decennia afwisselden als het leger de macht niet greep, de PML-N en de PPP. Bij de officiële aankondiging dat de PTI Imran Khan voordraagt als premier, zei Khan: ‘Als wij straks op de traditionele wijze aan politiek gaan doen, zullen we [net als de twee andere grote partijen] de woede van de kiezers over ons heen krijgen.’

Volgens de berichten zal de eedaflegging van de toekomstige premier dan ook een sobere ceremonie worden, zonder buitenlandse gasten. De Pakistaanse krant Dawn berichtte onlangs dat de drie bekendste Khans uit Bollywood — Aamir Khan, Shahrukh Khan en Salman Khan — hun naamgenoot in Pakistan gefeliciteerd hadden en geïnteresseerd waren om de eedaflegging bij te wonen. De verleiding om die stap te zetten is natuurlijk groot, zeker nadat Imran bij zijn eerste toespraak de uitdrukkelijke wens uitsprak om de relaties met India en Afghanistan te normaliseren, maar blijkbaar is de wens om zijn geloofwaardigheid in de strijd tegen ongelijkheid en corruptie te onderlijnen nog groter.

Rechtvaardigheid of IMF-geld?

Imran Khan en zijn regering zullen op korte termijn alle publiekssteun nodig hebben, gezien de grote uitdagingen waar het land voor staat. Naast de strijd tegen corruptie, beloofde de PTI ook prioriteit te zullen geven tewerkstelling (tien miljoen nieuwe banen) en huisvesting (vijf miljoen nieuwe en betaalbare woningen) in de periode 2018-2023. Het verkiezingsprogramma vraagt met andere woorden nooit geziene investeringen in sociale ontwikkeling, alleen is de staatskas zo goed als leeg. In de weken voor de verkiezingen werd al duidelijk dat Pakistan zo goed als door zijn buitenlandse reserves heen zit -er zouden momenteel nog genoeg buitenlandse valuta zijn om voor een tweetal maanden invoer te betalen. Om dat probleem op te lossen, heeft Imran Khan meer dan waarschijnlijk een grootschalig IMF-programma nodig, maar dat brengt hem meteen in conflict met zijn eigen standpunten en beloften.

De Verenigde Statenzullen een steunvraag van Pakistan bij het IMF zeker aangrijpen om meer inzicht te krijgen in de gemaakte afspraken met China

Het IMF zal namelijk niet met langetermijnsteun of met aanzienlijke bedragen over de brug komen, tenzij Pakistan meer inzicht geeft in de investeringen die China gedaan heeft, doet of voorziet in het kader van de China Pakistan Economic Corridor (CPEC), een belangrijk onderdeel van de One Belt One Road initiatieven.

Tot vandaag is voor niemand echt duidelijk hoeveel geld er geleend werd, tegen welke voorwaarden, of welke contractuele afspraken er gemaakt werden tussen Pakista en China, of tussen de Pakistaanse staat en Chinese bedrijven. De Verenigde Staten, die een dikke vinger in de pap hebben bij het Internationaal Muntfonds, zullen een eventuele steunvraag van Pakistan zeker aangrijpen om meer inzicht te krijgen in de gemaakte afspraken en zo hun concurrentiepositie tegenover China opnieuw wat aan te scherpen.

De VS hebben nog een andere reden om via het IMF of andere wegen wat stokken in de wielen van de nieuwe regering te steken. Imran Khan heeft zich de voorbije twintig jaar uitdrukkelijk anti-Amerikaans opgesteld, zeker in alles wat met de War on Terror te maken had (de logistieke steun aan de Amerikaanse oorlog in Afghanistan, de drones op Pakistaans grondgebied, de strijd tegen extremistische gewapende groepen in Pakistan…). Khan zegt nu dat hij vooral uit is op een gelijkwaardige relatie met de VS, die beide landen ten goede komt. Of dat overtuigend klinkt in het Trump Witte Huis, is de vraag.

Indien een IMF-“hulppakket” mogelijk zou worden, dan lijkt het moeilijk denkbaar dat het IMF akkoord zou gaan met het programma van grootschalige sociale uitgaven dat de PTI tijdens de verkiezingen beloofde. Er is geen reden om aan te nemen dat het IMF plots zou afstappen van de eis om een streng besparingsbeleid door te voeren in ruil voor vers geld en goedkope leningen. Khan zou dat besparingsbeleid kunnen aanvaarden en de verantwoordelijkheid ervoor bij de vorige regering leggen -wat niet eens vergezocht is- maar het zou toch een politieke gok zijn, omdat het meteen de kans op grote en tastbare sociale verwezenlijkingen tijdens deze regeerperiode grondig zou hypothekeren.

Flirten met extremisten

Een heel andere uitdaging waar de nieuwe regering voor staat, is het indijken van religieus extremisme -wat op zijn eigen manier een bedreiging inhoudt voor economische groei of vooruitgang van minderheden, waar Imran Khan zelf uitdrukkelijk op hamert. Naar gewoonte hebben de religieuze partijen slecht gescoord tijdens de verkiezingen, met niet meer dan 12 zetels (op een totaal van 272 in het nationale parlement) voor de MMA, een alliantie van vijf religieuze partijen. Van de nieuwe, nog meer extremistische religieuze partijen haalde geen enkele een zetel in het nationale parlement.

Extremistische religieuze politiek is misschien onvoldoende om via verkiezingen aan de macht te komen, maar er is maatschappelijk zeker een basis voor hardleers islamisme

De Tehreek-i-Labbaik Pakistan, een van die nieuwe partijen, slaagde er wel in om twee zetels te veroveren in het provincieparlement van Sindh. Die TLP haalde overigens wél meer dan 2,2 miljoen stemmen over heel Pakistan, en dat geeft aan dat extremistische religieuze politiek misschien onvoldoende is om via verkiezingen (in een winner-takes-all systeem) aan de macht te komen, maar dat er maatschappelijk zeker een basis is voor hardleers islamisme.

Imran Khan heeft een geschiedenis waarin hij de grens van het aanvaardbare aftast als het gaat over allianties met religieuze scherpslijpers. Hij pleitte zo lang voor onderhandelingen met de Pakistaanse Taliban, dat die beweging hem nomineerde als hun onderhandelaar toen de vorige regering van Nawaz Sharif in 2014 effectief een poging deed om met de Taliban te praten -een benoeming die Imran Khan gelukkig van de hand wees.

CC Gie Goris (CC BY-NC 2.0)

Hij steunde vorig jaar ook het straatprotest in Islamabad tegen een kleine wijziging in de formulering van een eed/verklaring die parlementsleden in Pakistan moeten afleggen. Een beweging, die achteraf politieke vertaling zou krijgen in de TLP, vond dat de nieuwe formulering tekort deed aan het niet-onderhandelbare geloofsartikel dat Mohammed de laatste en ultieme profeet was, en blokkeerde daarom wekenlang een druk kruispunt in de hoofdstad.

De steun die Imran Khan aan die Khatm e Nabuwwat (“finality of Prophethood) beweging leverde hem tijdens de jongste verkiezingscampagne extra aanhang op bij een breed spectrum van religieuze organisaties, initiatieven en bewegingen. De kans is dan ook reëel dat de nieuwe regering deze achterban tevreden moet houden door nog strenger op te treden tegen minderheden, met name de Ahmaddiya die uitdrukkelijk geviseerd worden door de Khatm e Nabuwwat, aangezien ze zich zelf zien als islamitische sekte maar hun stichter wel als een profeet beschouwen.

En op het einde wint het leger

Neemt Imran Khan volgende week een vliegende start als de anti-establishment premier van een nieuw Pakistan, of struikelt hij meteen over budgettaire problemen, Amerikaanse achterdocht en fundamentalistische eisen? Die vraag is te zwart-wit. Er zijn immers nog zo veel andere zaken die te realiseren zijn -en waar de regering dus ook op haar beperkingen kan stuiten. Een goed overzicht van al die uitdagingen werd gepubliceerd in Dawn, vlak na de verkiezingen. In deze “agenda voor de eerste minister” zijn de analyses pertinent, al valt dat nogal tegen in het hoofdstukje over veiligheid en buitenlands beleid.

Het militaire establishment houdt nog altijd vast aan de “strategische diepte” doctrine, waarin India de allerbelangrijkste bedreiging is en waarin steun aan gewapende groepen in Kasjmir en in Afghanistan nodig blijft

Nochtans weet Imran Khan, en met hem het hele land, dat er in Pakistan geen gevoeliger beleidsterrein is dan deze combinatie. Khan verwees er trouwens ook al naar in zijn tv-toespraak, toen hij oproep tot vrede en vrijhandel met India en Pakistan, en er meteen aan toevoegde daarvoor het decennia-oude conflict over Kasjmir opgelost of ten minste bespreekbaar gemaakt moet worden.

Volgens veel waarnemers viel de vorige premier, Nawaz Sharif, uit de gratie van de oppermachtige militaire top omdat hij zelf wou beslissen welke stappen te zetten om tot betere relaties te komen met India. De kans dat Imran Khan hem dat nadoet is erg klein. Maar dat betekent ook dat vooruitgang op dit vlak onwaarschijnlijk is. Het militaire establishment houdt immers nog altijd vast aan de “strategische diepte” doctrine, waarin India de allerbelangrijkste bedreiging is voor Pakistan en waarin steun aan gewapende groepen in Kasjmir en in Afghanistan nodig blijft om er de nodige strategische manoeuvreerruimte te creëren.

‘De omsingelingsangst van het Pakistaanse leger is niet enkel een defensieve, territoriale vrees’, zegt militair deskundige en wetenschapster Ayesha Siddiqa. ‘Het gaat eigenlijk op de eerste plaats om de behoefte aan een politieke en economische invloedssfeer. In het oosten wordt Pakistan beperkt door India, in het westen door Iran. De enige uitweg voor de Pakistaanse machtsdenkers om de ingebeelde regionale roeping van Pakistan te realiseren, begint dan ook met een Pakistan-vriendelijke regering in Kaboel om uiteindelijk te eindigen in een islamitisch Centraal-Azië dat de voortrekkersrol van Pakistan zou omarmen.’ Het klinkt als een hoogmoedige droom, maar zo kan je het denkkader van de militaire top wel degelijk samenvatten, volgens Siddiqa.

Hoe Imran Khans Naya Pakistan zich verhoudt tot dat ideologische kader, is vandaag niet helemaal duidelijk. Maar dat de nieuwe premier straks ook anti-militair-establishment zou besturen, lijkt heel onwaarschijnlijk na alle impliciete en expliciete steun die hij en zijn PTI de voorbije maanden uit legerkringen kreeg. Het nieuwe Pakistan zou dus wel eens heel erg op het oude kunnen lijken. En dat is slecht nieuws voor de 210 miljoen Pakistanen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur