Een ramp op het slechtst mogelijke tijdstip

Hoe de explosie Libanon dieper de crisis in duwt: ‘De ziekenhuizen zaten al vol door corona’

© Reuters/Aziz Taher

Een man ruimt gebroken glas in een moskee die beschadigd werd door de explosie, Beiroet, Libanon, 5 augustus 2020.

Bij de zware explosie in de haven van Beiroet woensdagavond gingen 135 levens verloren. 5000 mensen raakten gewond. Wat zullen de gevolgen zijn voor de Libanezen? ‘Voor veel mensen was de winkel of woning wellicht het enige wat ze nog hadden. En nu ligt ook dat in puin.’

Na twintig jaar in Beiroet te hebben gewoond is mijn reactie op een explosie nog altijd dezelfde, ook al woon ik inmiddels 10.000 kilometer verderop. Even is er helemaal niets. Even kan het brein de beelden niet bevatten. En hoe kan dat ook anders? Een plotse explosie is surrealisme van het hoogste niveau.

‘De laatste weken zagen we een opleving in het aantal COVID-19 besmettingen. Daar komen nu meer dan 5000 gewonden bij.’

Vervolgens strijden angst en woede om voorrang. Hoe kan het? Een ongeluk? Een terroristische aanslag? Een bom? Een Israëlische aanval op een wapendepot van Hezbollah? Het begin van weer een oorlog? Vervolgens is het tijd voor internet en telefoon. Vrienden en familie. Is iedereen oké?

Zeina post een video op Facebook. Alle ruiten liggen eruit en ze zit onder het bloed. Gelukkig zijn het maar schrammen. Even later ligt Omar in het ziekenhuis met een paar gebroken ribben en stuurt Nizar een foto van zijn voorgevel die er niet langer staat. Gelukkig zat hij op het moment van de explosie aan de achterzijde van zijn appartement, anders had hij het niet overleefd. In het gebouw naast hem liggen enkele doden.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Ze wonen alle drie in Mar Mikhael op een paar honderd meter van de haven waar de explosie plaatsvond. De straat onder hen, bekend vanwege de vele barretjes en restaurants, oogt als een slagveld. De beelden herinneren me aan Valentijnsdag 2005 toen een bom van duizend kilogram een einde maakte aan het leven van voormalig premier Rafic Hariri.

De rest van de dag is gevuld met meer telefoon, internet en televisie. Langzaam maar zeker verschijnt er enige orde in de chaos. En is er zelfs even een moment van opluchting, waarschijnlijk heeft de ontploffing niets met Hezbollah of Israël te maken. Het is van korte duur. Terwijl de rook optrekt en Beiroet haar doden telt, maakt opluchting plaats voor ongeloof.

De boosdoener in de explosie lijkt 2750 ton ammoniumnitraat, een vrij gangbaar chemisch middel dat veelal gebruikt wordt in kunstmest. Het is echter ook een hoogst explosief goedje dat speciale opslag vergt. In Beiroet lag het meer dan zes jaar in grote jute zakken in een hangar aan het water.

Vrachtschip MV Rhosus

Op 23 augustus 2013 verliet de MV Rhosus, een vrachtschip varend onder Moldavische vlag, de haven van Batumi in Georgië met aan boord 2750 ton ammoniumnitraat bestemd voor Mozambique, zo blijkt uit een persbericht van het Libanese advocatenkantoor Baroudi & Associates.

Vermoed wordt dat het voor de eigenaar goedkoper was om schip en lading te dumpen dan aan zijn verplichtingen te voldoen.

Toen het schip op de Middellandse Zee met technische problemen kampte, week het uit naar Beiroet. Aldaar bleek het in zo’n belabberde staat te verkeren dat de autoriteiten het schip verboden haar koers voort te zetten. In haar kielzog doken vervolgens tal van schuldeisers op. Een van hen schakelde Baroudi in.

Baroudi trachtte de Russische eigenaar te bereiken, maar die gaf op geen enkele manier thuis. Vermoed wordt dat het voor hem goedkoper was om schip en lading te dumpen dan aan zijn verplichtingen te voldoen. Ondertussen zat Beiroet opgezadeld met een steenoud schip en een bemanning die al maanden niet was betaald.

Met het oog op het gevaar van de lading aan boord verzocht Baroudi de Libanese ‘rechter voor urgente zaken’ om toestemming de bemanning naar huis te laten gaan en de 2750 ton ammoniaknitraat aan wal te brengen. Zo gezegd, zo gedaan. Maar die bleef daar vervolgens wel meer dan zes jaar staan.

Het hoofd van de douaneautoriteiten verzocht de rechter nog een aantal keer de zakken te verwijderen, maar hij kreeg nooit antwoord. Voor buitenstaanders is dat onbegrijpelijk, maar voor wie Libanon een beetje kent, is dit geenszins een onmogelijk scenario.

© Reuters

Een dronebeeld toont de schade twee dagen na de explosie, Beiroet, Libanon, 6 augustus 2020.

‘Helaas is het in Libanon heel goed mogelijk dat een tijdelijke oplossing voor een noodgeval vanzelf een langetermijnoplossing wordt’, zegt Sami Halabi, hoofd beleid van Triangle Consulting, die zich in Italië bevond op het moment van de explosie. ‘Een paar jaar geleden verdronk het land bijna in haar eigen vuilnis omdat de politiek jarenlang faalde in het formuleren van een structurele oplossing.’

‘Kijk, als het ammoniumnitraat eenmaal in de haven ligt, dan doet de veiligheidsman zijn werk niet, en de inspecteur niet, en de ambtenaar niet, en de havenautoriteiten weten ook niet wat ze ermee moeten. De rechter? Die heeft twee grote stapels papier voor hem liggen,’ aldus Halabi. ‘Het is luiheid, incompetentie en, wie weet, is er een politiek motief. Misschien een combinatie van de drie. Feit is dat de lading verkocht, opgeslagen of verwerkt had moeten woorden, al heeft Libanon wat dat laatste betreft weinig opties.’

Vreselijke timing

De ramp kon voor Libanon niet op een slechter tijdstip komen en voorspelt weinig goeds voor de komende maanden. Het land bevindt zich in een diepe politieke en financiële crisis. De staatsschuld liep de laatste maanden op tot 170 procent van het bruto nationaal product. De nationale munt verloor 80 procent van haar waarde ten opzichte van de dollar.

De banken staan mensen slechts toe een minimaal bedrag in Libanese ponden op te nemen, en dat slechts tegen de officiële koers die nog niet de helft bedraagt van de waarde op de zwarte markt. Grote delen van Libanon hebben slechts enkele uren elektriciteit. Werkloosheid is alom. Honger dreigt.

‘De laatste maanden is de koopkracht enorm gedaald,’ zegt Noor Lekkerkerker, woordvoerster van Basmeh & Zeitooneh, een organisatie die zich toespitst op het ondersteunen van Syrische vluchtelingen in Libanon en die samenwerkt met het Vlaamse 11.11.11. ‘Zowel Syriërs als Libanezen hebben minder en minder inkomen, terwijl de levensbehoeften almaar duurder worden.’

‘En vergeet niet dat de ziekenhuizen al overvol zaten,’ vervolgt Lekkerkerker, die zelf slechts glasschade ondervond. ‘De laatste weken zagen we een opleving in het aantal COVID-19 besmettingen. Daar komen nu meer dan 5000 gewonden bij. Het Rafik Hariri-ziekenhuis berichtte vorige week al dat alle intensive care eenheden bezet waren.’

Medicijnen komen het land in via de haven. En niet alleen dat, Libanon leeft van import en – in veel mindere mate – export. De haven is haar levenslijn, van olie en graan tot voedsel en bouwmaterialen. En is die grotendeels verwoest. Dat geldt ook voor de enorme graansilo en haar inhoud die pal naast de hangar met 2750 ton ammoniaknitraat stond. Honger dreigt.

‘De haven van Tripoli kan een deel overnemen,’ zei Halabi. ‘Maar die is veel kleiner en heeft minder faciliteiten dan de haven in Beiroet. Wat dreigt is een domino-effect. Zonder olie en goederen die het land binnenkomen kan het niet aan de wederopbouw beginnen, kan het geen handel drijven, en zakt het almaar verder de diepte in. Het is als een negatieve spiraal zonder eind.’

Vluchtelingen

‘Ik deed mijn kinderen in bad toen we plots een enorme knal hoorden,’ zegt Elena Dikomitis, woordvoerster van de Norwegian Refugee Council in Libanon. ‘Het voelde alsof het heel dichtbij was. Toen we glas zagen vallen, dacht ik aan een gasexplosie op een verdieping boven ons en dus renden we naar beneden.’

‘Schepen worden achtergelaten door hun eigenaars wanneer ze niet meer winstgevend zijn of als er boetes zijn uitgeschreven.’

Daar bleek de straat al vol te staan met mensen en bleek dat de explosie maar liefst vijf kilometer verderop in de haven plaatsvond. ‘De volgende vierentwintig uur hoorden we voortdurend het geluid van mensen die glas ruimden,’ aldus Dikomitis. ‘Het is indrukwekkend om te zien hoe de Libanezen onmiddellijk gezamenlijk aan de slag gingen om de boel op te ruimen.’

Libanon telt naar schatting 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen op een bevolking van 4,5 miljoen Libanezen. Slechts een vijfde van hen woont in de tentenkampen die je vaak op televisie ziet. De meesten leven vrijwel onzichtbaar in een stedelijke context. Ze huren gezamenlijk een kamer of wonen in alles van garages tot achterkamertjes.

‘Het is te vroeg om iets te kunnen zeggen over de mate waarin Syrische vluchtelingen door de ramp getroffen zijn,’ zegt Dikomitis. ‘Wat we wel kunnen zeggen, is dat door de economische crisis het aantal kwetsbaren sinds eind 2019 al enorm is toegenomen. De Libanese middenklasse is aan het verdwijnen. Tal van mensen hebben hun spaargeld zien verdwijnen. Als je geen dollars hebt, kun je amper nog overleven. Voor veel mensen was de winkel of woning wellicht het enige wat men nog had. En nu ligt ook dat in puin.’

De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) heeft sinds 2017 bijna honderd gevallen van verlaten schepen en bemanningen kunnen vaststellen. ‘Schepen worden achtergelaten door hun eigenaars wanneer ze niet meer winstgevend zijn of als er boetes zijn uitgeschreven. Terwijl de situatie van de bemanning vaak tragisch is — maandenlang krijgen ze weinig geld en zelfs voeding — is het vaak onduidelijk wat er met de lading van deze schepen gebeurt.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2800   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist vanuit Sao Paolo

    Peter Speetjens is journalist. Na zijn studie rechten in Rotterdam trok hij de wereld in. Hij verbleef een jaar in India en woonde lang in Beiroet, voordat hij in 2016 naar São Paolo vertrok.