Aanslepend geweld in Ituri is méér dan een conflict tussen etnische groepen

Hoe de koloniale administratie de basis legde voor het geweld in Oost-Congo

© Belga/AFP

De afgelopen maanden is het opnieuw bijzonder onrustig in Djugu en Mahagi, twee regio’s in de Oost-Congolese provincie Ituri. Sinds eind 2017 vielen meer dan 700 slachtoffers door het geweld en zijn naar schatting 200.000 Congolezen ontheemd. Wie wil begrijpen wat aan de hand is, kan niet om de koloniale geschiedenis heen.

Afgelopen weekend liepen in de Oost-Congolese provincie Ituri opnieuw drie dorpen leeg. De inwoners van het dorp Ndjala vertrokken nadat opnieuw tientallen huizen in brand werden gestoken en zes dorpsgenoten de aanval niet overleefden. Vorige maand verloren de dorpelingen al eens twintig bewoners. Tien kinderen werden genadeloos met machetes om het leven gebracht.

Het geweld in Ituri wordt vaak samengevat als een etnisch conflict. Het lijkt een heropflakkering van de historische spanningen tussen twee gemeenschappen die al begin deze eeuw tot een oorlog leidden. Dat conflict kostte al aan maar liefst 50.000 mensen het leven tussen 1999 en 2007. Een half miljoen mensen sloegen voor het geweld op de vlucht.

Na een periode van tien jaar relatieve rust vonden de afgelopen twee jaar geregeld aanvallen plaats van de Codeco-militie. Vooral leden van de etnische groep Lendu maken daar deel van uit, terwijl de meeste dodelijke slachtoffers van het geweld tot de Hema behoorden.

‘Oude spanningen worden gebruikt om de bevolking te traumatiseren.’

Anders dan begin deze eeuw komen vandaag vaak militaire doelwitten in het vizier. De dood van Codeco-leider, Justin Ngudjolo, deed het geweld de afgelopen drie maanden nog toenemen.

Dit is waarschijnlijk geen heropflakkering van de Ituri-oorlog, maar de daders lijken wel gebruik te maken van de trauma’s van het verleden. Ook de verdeeldheid is nog steeds erg voelbaar. De aanvallen die sinds 2017 plaatsvinden, hebben volgens onderzoekers dit keer een minder duidelijke aanleiding, en blijken bovendien beter georganiseerd dan in het verleden.

Net als in dat andere conflict in de stad Beni, in de aanpalende provincie Noord-Kivu, lijken oude spanningen gebruikt te worden om de bevolking te traumatiseren, en zo de politieke en economische agenda’s van onzichtbare spelers te dienen. Net als in Beni tasten analisten in het duister wanneer ze die actoren een gezicht willen geven.

Een conflict waar de belangen en de identiteit van de verantwoordelijken onduidelijk is, is moeilijk internationaal onder de aandacht te brengen. De voor velen wat exotisch klinkende en volstrekt onbekende regio als Djugu wekt moeilijk interesse op.

Maar het conflict in Ituri, is minder ver van ons bed dan op het eerste zicht lijkt. Onderzoekers hebben moeite met het in kaart brengen van de huidige belangen en spelers. Toch wordt in rapporten, onder meer van CISPE en PAX en het VN-mensenrechtenbureau (OHCHR), verwezen naar de oorsprong van de spanningen tussen de Lendu- en Hemagemeenschap. Die zou voor een deel terug te voeren zijn op het Belgische koloniale beleid.

De geschiedenis omgekeerd

‘God heeft niet iedereen gelijk geschapen.’

Aan de basis van het Ituri-conflict ligt een uitgebreide cocktail van armoede, lokale politieke agenda’s, economische belangen, ongelijke toegang tot de macht geworteld in landconflicten als gevolg van Mobutu’s nationaliseringsbeleid en een zware koloniale erfenis. Doe daar nog wat geregelde buitenlandse inmenging bij, en je hebt een samenvatting van de oorzaken van het geweld in Ituri.

Dat valt te lezen in het onderzoek van antropoloog Johan Pottier (School of Oriental and African Studies, University London). Hij onderzocht Ituri’s geschiedenis in omgekeerde richting, van vandaag naar gisteren wat hem tot bij de zwarte bladzijde in de Belgische geschiedenis bracht. Dat historische perspectief helpt om de gebeurtenissen van vandaag te begrijpen.

In de rapporten van OHCHR en CISPE/PAX staat te lezen dat Belgen van oordeel waren dat Lendu niet over leidinggevende capaciteiten beschikten. Ze achtten de Hema intelligenter en herverdeelden het lokale leiderschap in het nadeel van de Lendu. Die verwijzing legde ik voor aan een vertegenwoordiger van het middenveld in Ituri, in een telefonisch gesprek. ‘God heeft niet iedereen gelijk geschapen. Er zijn culturele verschillen waardoor Hema en Lendu andere eigenschappen hebben’, antwoordde hij.

Het gevolg is dat de Lendu vandaag nog steeds economisch en politiek achtergesteld zijn. Die discriminatie zou twintig jaar geleden, maar ook vandaag als een van de oorzaken voor het geweld worden aangehaald. De lokale vertegenwoordiger, die zelf Hema is, verdedigt deze ongelijkheid op basis van zogenaamde natuurlijke, of zelfs door God toebedeelde verschillen. Het resoneert met de analyse die de Belgische administratie ooit maakte en vandaag nog steeds weegt op de onderwijskansen en toekomstperspectief van jonge Lendu.

De Belgische droom van segregatie

Pottier keert ook terug naar 1999, het begin van de Ituri-oorlog. Een strijd om grondrechten die op dat moment al twintig jaar voor spanningen zorgde, bereikte toen een hoogtepunt.

‘Omdat Lendu moordenaars, ruw, ontembaar en onbestuurbaar zijn, besloten de Belgen dat alle Lendu afgezonderd moesten worden van de Hema.’

De aanwezigheid van Oegandese troepen bracht het lokale beleid van onteigeningen in een stroomversnelling. Al jaren legden Hemafunctionarissen beslag op gronden die tot dan toe bewerkt werden door de Lendu. Geruggesteund door het beleid van Mobutu beroepen ze zich op betwistbare voorvaderlijke banden.

Opportunistische Oegandese militairen steunden die beslagleggingen, en waanden zich als Hima verwant met de Hema, waardoor ze een graantje hoopten mee te pikken. Waar voordien verdreven bewoners nog twee jaar tijd kregen om te vertrekken, werden de bewoners vanaf dan onder dreiging van Oegandese wapens verjaagd.

Daarop grepen de Lendu naar wapens en kreeg het conflict tussen de gemeenschappen een gewapende dimensie. Beide kanten bewapenden zich in verschillende milities. Er zullen meer dan 50.000 doden vallen.

Op pamfletten die tijdens de Ituri-oorlog binnen de hoogste kaders van de Hemarebellengroep UPC circuleerden staat te lezen: ‘Omdat de Lendu moordenaars, ruw, ontembaar en onbestuurbaar zijn, besloten de Belgen dat alle Lendu afgezonderd moesten worden van de Hema, om een nieuw leven in Mambasa te beginnen. Dit concludeerden ze in de jaren vijftig.’

Volgens de Hemarebellen moest de droom van de Belgen voltooid worden en was segregatie de oplossing om het geweld te stoppen. Ook werd steeds verwezen naar het onvermogen van de Lendu om politiek leiderschap aan de dag te leggen, iets wat de Belgen door tachtig jaar samen te leven met hen, volgens de auteurs van dit pamflet, juist hadden beoordeeld.

Het oordeel dat de Lendu onbekwaam waren en de Hema de natuurlijke leiders waren, werd inderdaad door een meerderheid van het koloniale regime voor waar genomen. Die analyse fundeerde een beleid van gedwongen relocaties en het hertekenen van het lokale leiderschap. In verschillende vredesateliers die na het conflict werden opgezet werden de zogenaamde verschillen tussen de Hema en Lendu door deelnemers aangebracht. Het geweld leek toen voorbij, maar de ongelijkheid en het wantrouwen bleef.

Strijd om grond

Om te begrijpen hoe die spanningen om landbezit op het einde van de 20ste eeuw ontstonden, graaft Pottier nog wat dieper in de geschiedenis. Tot het begin van Mobutu’s authenticiteitscampagne, de zaïrisering.

De strijd om grond barstte los wanneer in 1973 een nationaliseringswet wordt ingevoerd. Daarmee hoopte Mobutu de malaise die de mondiale oliecrisis ook in Congo teweegbracht, op te vangen. Buitenlandse bedrijven en gronden kwamen zo officieel in de handen van de staat, maar in werkelijkheid vaak in handen van individuen binnen de administratie terecht. Diezelfde wet liet ook toe dat overheidsfunctionarissen gronden die tot voorouders zouden behoord hebben, onteigend en vervolgend privaat verkocht mochten worden.

Die dubieuze wet, voedde het foutieve gerucht dat de Hema de oorspronkelijke bewoners zouden zijn van Ituri en dat de Lendu pas later gemigreerd waren. Omdat de lokale mandatarissen vooral Hema zijn, maken ze gretig gebruik van de wet, ten koste van de Lendugemeenschap.

Koloniale etnografie

De Belgen vonden de Hema zowel fysiek als mentaal superieur ten opzichte van de Lendu.

Dat vooral de Hema die hogere publieke functies bekleedden, was dan weer een gevolg van een oordeel dat de Belgische koloniale administratie velde over de lokale gemeenschappen. Voordien leefden die gemeenschappen samen via complexe sociale structuren en afspraken. Maar de Belgen vonden de Hema zowel fysiek als mentaal superieur ten opzichte van de Lendu. De Hema, grotendeels veehouders, waren volgens de Belgen geboren om de Lendu, die vooral van de landbouw leefden, te domineren.

Hoewel ook binnen de administratie geregeld stemmen klonken die dat tegenspraken, leek het discours dat Lendu koppig, minder intelligent en moeilijk te civiliseren waren, tegen de jaren dertig dominant te zijn.

Het geloof dat de Hema het meest geschikt waren om ‘eerst discipline bij te brengen alvorens hen op te voeden tot beschaafde bestuurders’, zorgde voor ingrijpende koloniale keuzes. Maar dergelijke koloniale etnografie diende louter de eigen belangen. Het was vaak erg simplistisch voorgesteld, wat het makkelijk maakte om beleidskeuzes om te zetten in de praktijk. In Ituri diende dat beleid de goudontginning, een economische activiteit die nog steeds erg bepalend is voor de regio.

De kaart hertekend

Uit een rapport van de koloniale administratie uit 1932 valt af te leiden dat de Belgen begin jaren dertig gedwongen hervestigingen uitvoerden. Volgens dit rapport zouden de hervestigingen het innen van belastingen moeten bevorderen. Het feit dat de Lendu en Hema in kleine eilanden verspreid door elkaar woonden, en sommige groepen daardoor ver van hun traditionele leiders woonden, vonden de Belgische bewindvoerders omslachtig. Het innen van de belastingen verliep via de lokale leiders en het gemak waarmee de Belgen belastingen inden, diende vaak als barometer voor het beoordelen van de ‘mentale staat’ van de lokale bevolking, ofwel de ‘wil om ontwikkeld te worden’. Bij de Lendu ondervonden ze meer verzet bij het innen van belastingen, wat hen deed besluiten dat de gemeenschappen te ver verspreid van elkaar woonden en een gedwongen hervestiging legitimeerde.

Een terugkeer naar ‘oude gewoonten’ was voor de Belgen onaanvaardbaar.

In datzelfde koloniale rapport worden de Lendu opnieuw met de grond gelijk gemaakt. Dat ze voor het derde jaar op rij te lijden hadden onder een rupsenplaag gaf volgens de koloniale administratie blijk van een fatalistische en weinig vooruitziende houding.

Maar Pottier reconstrueert dat de Lendu wel degelijk anticipeerden op mislukte oogsten. Bij de droogte in 1937 probeerden veel Lendu de Hemafamilies, waar ze voor de hervestigingen sterke banden mee hadden, te vervoegen. Maar dergelijke terugkeer naar ‘oude gewoonten’ was voor de Belgen onaanvaardbaar.

Die ‘slechte oude gewoonten’ bestonden nochtans uit complexe sociale contracten. De verschillende economische activiteiten zorgden er vermoedelijk wel voor dat op bepaalde momenten — voor de komst van de Belgen — ook conflicten en spanningen plaatsvonden. Maar de problematische schets die de Belgen maakten, dat de twee beter niet met elkaar samenleefden en de Lendu beter onderdrukt konden worden, strookte niet met de werkelijkheid. Leiders maakten wel degelijk onderlinge afspraken. Er bestonden economische en familiale uitwisselingen tussen de gemeenschappen die vermoedelijk teruggaan tot voor de zestiende eeuw.

Ontwapening faalt

Het jaar begon hoopvol voor de bevolking van Ituri. Meer dan 200 militieleden, een significant deel van de Lendurebellengroep Codeco (Coopérative du développement pour le Congo), hadden zich aangemeld voor een traject van ontwapening en re-integratie. Samen met hun familieleden waren ze ontvangen in het dorp Kpandroma.

Enkele weken later vertrokken de Lendustrijders en hun familie opnieuw, met dezelfde wapens waarmee ze waren aangekomen. Na maandenlange onderhandelingen, bleek de overgave een ontgoocheling. Behalve honger en ontbering lag er niets op hen te wachten.

De overheid zou hen omkaderen, werd door de lokale legerleider na overgave gesteld. Maar die omkadering kwam er nooit. Het nationale programma voor het ontwapenen en demobiliseren van milities is ondertussen niet meer dan een lege doos. Het nationale kader is volledig verzwakt en internationale donoren trokken zich al langer terug.

Het proces zorgde voor een afscheuring binnen de rebellengroep, en zal in de toekomst het zicht op de belangen en spelers weer wat vertroebelen. Het leger voert naar eigen zeggen de strijd op tegen de rebellen, wat in maart voor de dood van Codeco-leider Justin Ngudjolo zorgde. Een symbolische overwinning en volgens het nationale leger een teken dat ze aan de winnende hand zijn.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Maar sinds zijn overlijden nam het geweld net toe. Ook rapporteerde het lokale mensenrechtenbureau van de VN ter plaatse dat het leger zich zelf vorig jaar aan verschillende buitenrechtelijke executies schuldig maakte en is er sprake van machtsmisbruik tegenover de bevolking.

De grote vrees is dat ook de Hema binnenkort opnieuw de wapens opnemen. Warlord en voormalig Hemaleider tijdens de Ituri-oorlog, Thomas Lubanga, zat ondertussen zijn straf uit in Den Haag en is terug in de regio. Hij werd feestelijk onthaald en tijdens een eredienst in zijn naam verklaarde hij zelf niets te zijn veranderd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift