Religie en economisch nationalisme beheersen presidentsverkiezingen

Indonesië kiest ondanks bedenkelijk rapport opnieuw voor president Jokowi

Joko Widodo (r) president van Indonesië en Prabowo Subianto (l) uitdager van Widodo

In 800.000 stemkantoren over de hele archipel kiezen 193 miljoen Indonesiërs op 17 april een nieuwe president. De kandidaten zijn dezelfde als vijf jaar eerder: uittredend president Joko ‘Jokowi’ Widodo en ex-generaal Prabowo Subianto. Maar de context is helemaal anders. Jokowi’s reputatie kreeg de afgelopen jaren een serieuze knauw en de geest van de Nieuwe Orde waart zelfs terug een beetje rond. Een rapport van vijf jaar Jokowi.

In 2014 lijkt het zo klaar als een klontje. Ofwel stem je als Indonesiër voor een democratische toekomst, voor een radicaal afzweren van een onbehaaglijke verleden. Of je kiest voor een herhaling van de donkere tijden van de Nieuwe Orde, toen het leger en enkele machtige politieke families schijnbaar alles voor het zeggen hadden in Indonesië.

Joko “Jokowi” Widodo belichaamt die eerste keuze, een keurige meubelmaker die op eigen kracht via het burgemeesterschap van Soerakarta opgeklommen is naar de hoogste echelons van de Indonesische politiek. Jokowi lijkt de ideale schoonzoon, een bescheiden, alom geliefde man die als gouverneur van Jakarta bewijst dat hij de problemen met de grove borstel durft aan te pakken.

De andere optie op het stembiljet is Prabowo Subianto. Als autoritair oud-legergeneraal en voormalig schoonzoon van dictator Soeharto symboliseert hij een terugkeer naar de Nieuwe Orde. Prabowo presenteert zich als een bulldozer met populistische economische ideeën, die de vrije media aanvalt en maar wat graag blaast over hoe ver de lange arm van zijn familie wel reikt. Zijn kerfstok wat betreft mensenrechten uit zijn militaire verleden is niet onbesproken.

Vijf jaar na zijn verkiezing blijkt dat de president niet zozeer het land heeft veranderd, dan wel dat het presidentschap de man heeft veranderd.

Het contrast kan niet groter, het lijkt wel alsof Barack Obama het rechtstreeks opneemt tegen Donald Trump. Het sprookje is compleet wanneer de nieuwe democratische posterjongen het haalt. “Een Nieuwe Hoop”, kopt Time Magazine. Die hoop laait inderdaad hoog op. Maar Jokowi kan de gigantische, deels zelf gecreëerde verwachtingen nooit waarmaken.

Vijf jaar na zijn verkiezing blijkt dat de president niet zozeer het land heeft veranderd, dan wel dat het presidentschap de man heeft veranderd. In die mate zelfs dat heel wat jonge, liberale, kosmopolitische Indonesiërs hun stem liever weggooien dan te moeten kiezen tussen ‘de pest en cholera’. Want anno 2019 hebben minderheden minder rechten dan in 2014, arresteert de politie mensen die hun mening uiten en lijken de ordetroepen hun macht van weleer te heroveren. En Jokowi schurkt zich wel heel gezellig aan tegen de oude garde. Volgens de peilingen lijkt Jokowi het niettemin vlot te halen van Prabowo. Hoe is het zover kunnen komen?

‘De islamisten hebben al gewonnen’

In de aanloop naar de verkiezingen in 2014 smeert de rioolpers het breed uit: Jokowi is geen Javaanse moslim, zoals hij beweert, maar een Chinese christen. Jokowi wijst de absurde verdachtmaking snel naar het rijk van de fabelen, onder meer met een mini-bedevaart naar Mekka om de laatste weifelaars te overtuigen.

Hij neemt zich voor dat er de volgende keer, in 2019, geen twijfel over mag bestaan dat hij vijf keer daags z’n gebedskleed uitrolt. Heel ostentatief overlegt de president met religieuze leiders en hij bezoekt islamitische internaten over heel Java. ‘Zeker sinds 2017 schildert hij zichzelf af als een erg vroom persoon’, zegt Burhanuddin Muhtadi van de politieke enquêteur Indikator.

‘Ma’ruf Amin is niet zomaar conservatief, hij is ronduit intolerant. Zelfs kerstwensen verbiedt hij.’

Om helemaal zeker te zijn dat de meest rigoureuze aanhangers van de islam geen stok vinden om hem mee te slaan, kiest Jokowi voor Ma’ruf Amin als tweede man en kandidaat vicepresident. Ma’ruf is een islamgeleerde en niet van de progressieve soort. Hij trekt van leer tegen religieuze minderheden, holebi’s en transgenders. Zelfs yoga is des duivels. Ma’ruf uit zich als voorstander van vrouwenbesnijdenis en vindt dat seksueel actieve holebi’s de doodstraf verdienen. ‘Hij is niet zomaar conservatief’, meent schrijver Eka Kurniawan, ‘hij is ronduit intolerant. Zelfs kerstwensen verbiedt hij.’

Sinds zijn selectie als tweede man zwakt Ma’ruf zijn stekelige discours af. Een opzichtige poging om salonfähig te worden voor het grote publiek. Maar: de keuze lijkt rechtstreeks ingegeven door Jokowi’s vrees dat bekrompen strekkingen hem nog altijd niet als “echte” moslim beschouwen. Tegelijk wil hij Prabowo beletten om de conservatieve moslimstem te monopoliseren. Al blijft de vraag of Jokowi zijn hand niet overspeelt. Ondanks de matigende taal vervreemdt Ma’ruf een groot deel van de vroegere aanhang van Jokowi. Niet dat zijn afhakende supporters opeens op Prabowo zullen stemmen, maar mogelijk stemmen ze helemaal niet. En de meeste religieuze stemmers zijn geen uilen: ook voor hen is de zet wel erg doorzichtig.

bastamanography (CC BY-NC-SA 2.0)

Joko “Jokowi” Widodo, president van Indonesië

De zet zegt veel over het huidige religieuze klimaat in Indonesië. Vanouds is dat land een voorbeeld voor pluralisme en een verdraagzame islam, maar de laatste jaren volgen de uitbarstingen van religieuze intolerantie elkaar razendsnel op. De islamitische hardliners roepen om ter hardst en hitsen zo gewone gelovigen op. En dus staan er op gezette tijden kerken, Chinese tempels en moskeeën van de “verkeerde” strekking in de fik. Een standbeeld van een Chinese god uit het confucianisme krijgt een doek over het hoofd.

In Indonesië passen minderheden maar beter op wat ze zeggen, kwestie van de moslimmeerderheid niet tegen zich in het harnas te jagen.

Rechtbanken grijpen vaker naar de wet tegen godslastering. Dat ondervindt een Boeddhistische vrouw uit Sumatra wanneer ze lamenteert dat de oproep tot gebed van de moskee ‘luider dan gewoonlijk’ klinkt. Godslastering, oordeelt de rechtbank. De vrouw moet anderhalf jaar brommen. Breek er de Chinese christen Basuki Tjahaja Purnama de bek niet over open. De toenmalige gouverneur van Jakarta, beter bekend als Ahok, citeert in 2017 een vers uit de Koran. Opgeruid door het Front ter Verdediging van de Islam (FPI)  — een zelfverklaarde morele politie  — komen een miljoen boze moslims op straat. Ook Ma’ruf vuurt het protest mee aan. De huidige tweede man van Jokowi, jawel. Ahok is de gebeten hond, een gemakkelijk doelwit voor religieuze furie. Hij mag zich anderhalf jaar gaan bezinnen achter de tralies. In Indonesië passen minderheden maar beter op wat ze zeggen, kwestie van de moslimmeerderheid niet tegen zich in het harnas te jagen.

En wat doet Jokowi? Ahok is toch z’n adjunct ten tijde van Jokowi’s gouverneurschap? Verdedigt hij z’n maatje? Nee, hij houdt zich stil en vervoegt het massagebed tegen Ahok. ‘Jokowi was behoorlijk verrast door de mate waarin de islamleiders mensen op straat kregen’, zegt Colin Brown van het Griffith Asia Institute in The Diplomat.

Kurniawan betreurt in een opiniestuk in The New York Times dat religie de politiek in Indonesië is gaan overheersen. Jokowi zou zich gematigd moeten opstellen, zo schrijft hij, hij zou moeten opkomen tegen de conservatieven en radicalen die religieuze gevoelens trachten uit te buiten. ‘In plaats daarvan danst hij gewillig op een slappe koord, omhooggehouden door zijn politieke rivalen. We moeten niet wachten tot de verkiezingen om de echte uitslag te kennen. Wie er ook president wordt, de conservatieve en radicale islamitische groeperingen hebben al gewonnen.’

‘Mensen eten rijst, geen infrastructuur’

Joko Widodo introduceert zich in 2014 als de beslagen kapitein die het Indonesische schip naar economische succeswateren gaat navigeren. Met zeven procent groei per jaar, zo toetert hij. Als iemand het kan, zo wensdromen vele Indonesiërs, dan wel deze politicus die graag de handen uit de mouwen steekt.

Hij wil de deur naar de economische groei openen door de infrastructuur van het land op te waarderen. Als de Vlaming al een baksteen in de maag heeft, dan heeft Jokowi heel Batibouw ingeslikt. Nu, het moet gezegd dat Indonesië best een opknapbeurt kan gebruiken. Een gebrek aan capaciteit om stroom op te wekken leidt ertoe dat Indonesiërs zich blauw betalen aan elektriciteit. En zelfs het gemiddelde maanlandschap is jaloers op de kraters in het Indonesische wegdek.

De president laat Indonesië kennismaken met z’n Jokowinomics. Met duizenden kilometers snelwegen en treinsporen, nieuwe energiecentrales, lucht- en zeehavens, scholen, dammen en bruggen wil Jokowi zijn land competitief maken. Het is mooi meegenomen dat hij terloops miljoenen Indonesiërs aan het werk krijgt. Tijdens zijn eerste vier presidentsjaren creëert Jokowi tien miljoen nieuwe jobs.

Hoe financiert hij die woeste bouwwoede? Door de subsidies voor brandstof terug te schroeven. Jarenlang heeft de staat de benzineverslaving van de archipel zwaar gesubsidieerd. Het betaalt bijna de helft van elke liter die de Indonesiër aan de pomp in zijn brommer goot. Dat is verleden tijd.

In zijn enthousiasme verliest Jokowi het totaalplaatje uit het oog.

Jokowi wil 323 miljard dollar vrijmaken om zijn “gevorderde versie van Indonesië” te bouwen tegen 2020. Het moet vooruit gaan. Als zakenman heeft Jokowi al een bloedhekel aan de lokale bureaucratie die hem alsmaar stokken in de wielen steekt. Ook als president laat hij er geen gras over groeien.

Haast en spoed zijn evenwel zelden goed. En al zeker niet in Indonesië, waar de hele maatschappij draait op rubberen tijd. In zijn enthousiasme verliest Jokowi het totaalplaatje uit het oog. Volgens The Diplomat ontbreekt het hem aan een duidelijk plan: ‘De overheid wil verschillende grootschalige projecten tegelijkertijd uitvoeren, zonder prioriteiten te stellen op basis van de financiële draagkracht van de staat.’ Vrij vertaald: met één hamer kan je moeilijk simultaan op tien nagels kloppen.

Indonesië is één grote werf; projecten over heel de archipel wachten op geld. Neem de snelweg die doorheen heel Sumatra moet lopen. Bouwbedrijf Hutama Karya laat in juli 2018 weten dat het minder dan 20 procent van het vooropgestelde budget voorhanden heeft om de weg aan te leggen. Het helpt niet dat Jokowi opeens het geweer van schouder verandert, beducht voor een negatieve weerslag bij de verkiezingen. Opeens is er wel méér geld voor energiesubsidies. En dus minder voor infrastructuur. De privésector staat niet te springen om Jokowi’s megalomanie te sponsoren, al zeker niet wanneer blijkt dat het rendement van hun bijdrage hoogst onzeker is.

Het vooropgestelde groeicijfer haalt Jokowi bijlange niet. Té ambitieus. De groei plafonneert tijdens zijn ambtstermijn net boven vijf procent. Niet dat het allemaal slecht is. Jokowi maakt zakendoen gemakkelijker en verbetert effectief de infrastructuur. Maar tijdens z’n presidentschap lopen de nationale schuld en het handelstekort ook op en crasht de roepia naar het laagste niveau sinds de financiële crisis van 1998.

Niet helemaal de schuld van de president, laten we wel wezen, maar wel koren op de molen van Prabowo. Die belooft dat hij — in navolging van Trump in de VS — Indonesië weer groot zal maken. Prabowo stoort zich aan het gigantische gat in Jokowi’s hand. ‘De mensen kunnen geen infrastructuur eten, toch?‘ verwoordt Fadli Zon, campagneadviseur van Prabowo, het ongenoegen. ‘Zij eten rijst en andere voedingsmiddelen die alsmaar duurder worden terwijl de koopkracht daalt.’

Prabowo Subianto (CC BY-SA 3.0)

Generaal Prabowo Subianto, uitdager van de zittende president Jokowi

‘Een ruk naar autoritarisme’

‘Een hashtag en een T-shirt gaan de president niet veranderen’, schertst Jokowi in een speech. De opmerking verraadt evenwel dat de president zich zorgen maakt om #2019GantiPresiden. Die hashtag begint als een oproep van een politieke rivaal om Jokowi te vervangen als president. #2019GP geniet veel bijval.

Nooit dient een agent of soldaat zich voor die buitenwettelijke moorden te verantwoorden voor een burgerrechtbank. Ook anno 2019 blijft West-Papoea hermetisch afgesloten.

Te veel, zo vindt Jokowi. Opeens nemen agenten merchandise van #2019GP in beslag en intimideren ze mensen die de hashtag op hun kleren dragen. Waar betogingen in Jakarta, Jogjakarta en Soerakarta nog probleemloos verlopen, krijgen latere protestacties geen vergunning. Gaan ze toch door, dan breekt de politie ze met harde hand op, vaak met de hulp van Jokowi’s aanhangers. ‘Het ruwe optreden tegen #2019GP is de eerste keer sinds de val van Soeharto in 1998 dat een regering het staatsveiligheidsapparaat gebruikt om een democratische oppositiebeweging openlijk en grootschalig te onderdrukken’, aldus Tom Power ban de faculteit internationale studies van de Australian National University.

Van Jokowi’s beloften uit 2014 blijft weinig over. Voor de verkiezingen beweert hij vroegere inbreuken op de mensenrechten te zullen rechtzetten en journalisten toe te laten in West-Papoea. Daar vecht een vrijheidsbeweging al decennia tevergeefs voor onafhankelijkheid. Overheidstroepen doden er tussen 2010 en 2018 naar schatting 95 mensen — waarvan minstens 39 tijdens vredevolle demonstraties of bij het hijsen van de Papoease vlag. Nooit dient een agent of soldaat zich voor die buitenwettelijke moorden te verantwoorden voor een burgerrechtbank. Ook anno 2019 blijft West-Papoea hermetisch afgesloten.

Drugdealers en -smokkelaars kijken intussen steeds vaker in de geweerlopen van een vuurpeloton. In 2017 zijn het er 97. In de aanloop naar de Asian Games in hoofdstad Jakarta doodt de politie ettelijke vermeende criminelen die zich verzetten tegen hun arrestatie. Het geurt naar de praktijken die Duterte bezigt in zijn drugoorlog in de Filipijnen.

Ook formele excuses komen er niet, bijvoorbeeld voor de genocide op vermeende communisten in 1965. Volgens Jokowi ligt het lastig omwille van ‘wettelijke complexiteit, regels van bewijsmateriaal en het tijdstip van de misdaden.’ Waarnemers menen evenwel dat het simpelweg geen prioriteit is voor de door de economie geobsedeerde president.

Jokowi tracht iedere kritische stem te verstommen, dan wel aan zijn kant te krijgen. Mediamagnaat Hary Tanoesoedibjo, bij de vorige verkiezing fanatiek tegen Jokowi, draait zijn kar wanneer de politie ‘m dreigt een proces aan te doen.

Ten behoeve van zijn economische doelen wil Jokowi een sterke staat en een stabiel politiek landschap. En dat gaat soms ten koste van de democratie. Tom Power noemt het de ‘ruk naar autoritarisme van Jokowi’. Die tendens gaat verder dan het opbreken van de #2019GP-demonstraties. Jokowi tracht iedere kritische stem te verstommen, dan wel aan zijn kant te krijgen. Mediamagnaat Hary Tanoesoedibjo, bij de vorige verkiezing fanatiek tegen Jokowi, draait zijn kar wanneer de politie ‘m dreigt een proces aan te doen. Hetzelfde geldt voor Zainul Majdi, een invloedrijke geestelijke die in 2014 zij aan zij met Prabowo campagne voert. Samen met een hele hoop andere regionale leiders betuigt Majdi nu zijn steun aan Jokowi. Het gerucht gaat de ronde dat de president dreigt anders in het potje genaamd corruptie te roeren. En dat willen zij ten koste van alles bedekt houden.

Over corruptie gesproken: het blijft een hardnekkige schandvlek op de Indonesische samenleving. De Commissie ter uitroeiing van Corruptie (KPK) blijft moedig dweilen met de kraan open. En vangt weleens een vette vis. Maar de politiek heeft de commissie vaker niet dan wel aan z’n kant. Wanneer de KPK zich verzet tegen de aanstelling van een corrupte politiechef, blijft president Jokowi Oost-Indisch doof voor hun bekommernissen.

Dat gebrek aan politieke bescherming maakt het werk van de KPK moeilijk. De afgelopen vier jaar ondergaan bestuurders en onderzoekers van KPK negen aanslagen. Het meest opvallende geval is dat van Novel Baswedan, een onderzoeker die zich stevig vastgebeten heeft in een zaak wanneer een onbekende agressor zoutzuur in zijn gezicht kiepert. Ondanks vier operaties blijft Baswedan blind aan zijn linkeroog. Niemand wordt gearresteerd of vervolgd voor de aanslag. Hoewel Jokowi alsmaar belooft de KPK te versterken, blijkt dat er in de praktijk te weinig van komt.

Voor iemand die geprezen werd omwille van z’n gebrek aan connecties in leger of politie, zet Jokowi beiden wel heel regelmatig in. Om bijvoorbeeld in de dorpen een goed woordje voor hem te doen en het hardnekkige gerucht te ontkrachten dat hij een communist is. Alweer: sinds het einde van de Nieuwe Orde in 1998 zijn militairen en politiemensen niet meer zo systematisch ingezet om politiek garen te spinnen.

Jokowi betuigt weliswaar zijn steun aan de holebigemeenschap, maar duldt een defensieminister die holebi’s een bedreiging ‘gevaarlijker dan nucleaire oorlogsvoering’ noemt

Het aantal lasterprocessen piekt — meestal gebruikt om berichtgeving die niet in de kraam past de kop in te drukken. De wet op elektronische transacties wordt alsmaar vaker gebruikt om critici het zwijgen op te leggen. Begin dit jaar arresteert de politie een professor van Amnesty die zich in een liedje kritisch uitlaat over het leger. ‘Die arrestatie is niet enkel een schending van het recht op vrije meningsuiting’, zo stelt Papang Hidayat van Amnesty, ‘Ze toont ook aan dat de praktijken van de Nieuwe Orde nog steeds voorkomen.’

Niet enkel de liberaal-democratische verworvenheden van de laatste 20 jaar krijgen het hard te verduren. Jokowi doet eveneens weinig om de rechten van minderheden te vrijwaren. Hij betuigt weliswaar zijn steun aan de holebigemeenschap, maar duldt een defensieminister die holebi’s een bedreiging ‘gevaarlijker dan nucleaire oorlogsvoering’ noemt, die met “buitenlandse financiering” de jonge geesten van de natie probeert te “brainwashen”.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Intussen catalogiseert de Indonesische Nationale Verenging voor Psychiaters homoseksualiteit als een geestesziekte. En buigt het parlement zich over de vraag of seks met personen van hetzelfde geslacht niet in het strafboek moet komen. Holebi’s en transgenders krijgen dagelijks af te rekenen met treiterijen, discriminatie en intimidatie. Al dan niet legale politieraids op hun ontmoetingsplekken, bijvoorbeeld op homosauna’s in Jakarta, zorgen voor verdere stigmatisering. Gevolg: een brutale stijging in het aantal hiv-gevallen.

Het maakt het beeld van de presidentsverkiezingen van 2014 uit het begin van dit artikel wel heel ironisch. Promilitair, nationalistisch, anti-links, niet vies van inmenging van de conservatieve islamagenda, weinig aanzien voor mensenrechten, een transparante overheid of een anticorruptieagenda die wat betekent: al die kernwoorden van Prabowo, passen nu ook prima bij Jokowi.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift