Gezamenlijke militaire campagne met vijf landen is mogeljik

Web van wantrouwen: President Tshisekedi op zoek naar militaire partners in de regio

UN Photo/Sylvain Liechti (CC BY-NC-ND 2.0)

 

Op 9 november kwam de Congolese president Félix Tshisekedi aan in de Oegandese hoofdstad Kampala. Bovenaan de agenda stond het verstevigen van de economische samenwerking tussen de twee landen maar in tweede instantie wilde Tshisekedi met zijn ambtgenoot Yoweri Museveni overleggen op welke manier ze konden samenwerken om de gewapende groepen in het oosten van Congo te neutraliseren.

Regionale samenwerking?

Half oktober lekte een document waaruit bleek dat Congo een initiatief nam om met Burundi, Rwanda, Oeganda en Tanzanië een militaire samenwerking op te zetten waarbij elk land een contingent zou leveren om binnen een geïntegreerde commandostructuur een eind te maken aan het voortdurend geweld in de oostelijke provincies.

Er werd verwezen naar een vergadering, die op 24 en 25 oktober effectief ook doorging in Goma. Militairen van de verschillende landen zaten twee dagen aan tafel, onder toeziend oog van de VN-vredesmacht Monusco en de Amerikaanse militaire missie in Afrika Africom, om die samenwerking concreet te maken. Het zou een operatie van zes maand worden. Maar tegen de verwachtingen in weigerde de Oegandese delegatie de gemeenschappelijke slotverklaring te ondertekenen. Terug naar af, dus.

Web van wantrouwen

Rwanda, Burundi en Oeganda hebben alle drie te kampen met gewapende rebellieën die vanop Congolese bodem hun respectievelijke regeringen bekampen.

Een militaire aanwezigheid van de buurlanden op Congolese bodem zal nog lang gevoelig zijn, gezien de gewelddadige recente geschiedenis. Twee decennia geleden hadden Rwanda, Oeganda en in mindere mate Burundi een zwaar aandeel in wat men uiteindelijk de Eerste Afrikaanse Wereldoorlog is gaan noemen. Anderzijds moet er iets gebeuren: president Tshisekedi is er zich van bewust dat het Congolese leger er alleen niet in zal slagen om het oosten helemaal onder controle te krijgen.

Maar zo’n samenwerking ligt niet alleen gevoelig naar de Congolese publieke opinie, ze ligt ook niet voor de hand omdat de relaties tussen een aantal van de eventueel deelnemende landen ronduit slecht zijn. Rwanda, Burundi en Oeganda hebben alle drie te kampen met gewapende rebellieën die vanop Congolese bodem hun respectievelijke regeringen bekampen. Meer nog, de drie landen verdenken elkaar ervan dat de buren die gewapende rebellieën actief steunen.

De alliantie die op 24 en 25 oktober in Goma op tafel lag, lijkt minder geïnspireerd door een oprechte wil om de veiligheidsproblemen in Kivu samen aan te pakken, dan door een merkwaardig en complex web van wantrouwen.

Tshisekedi wou in de eerste plaats Oeganda betrekken bij de strijd tegen het ADF, de oudste buitenlandse rebellie op Congolese bodem met wortels in Oeganda, die sinds eind 2014 een erg gewelddadige campagne voert tegen de burgerbevolking rond Beni. Maar Rwanda en Oeganda hebben een geschiedenis van erg gespannen relaties. De twee legers gingen in het verleden meermaals met elkaar in de clinch op Congolese bodem.

Sinds begin 2019 zitten die relaties in een nieuwe polarisatie. Op 4 oktober nog kreeg Rwanda te maken met een gewapende inval vanuit Congo. Een deel van de toen gearresteerde militieleden beweerden in Oeganda te zijn gerecruteerd. Voor Rwanda was het dus onaanvaardbaar dat het Oegandese leger Congo officieel operationeel zou worden in Congo, dus werd besloten Kigali erbij te betrekken.

Toen werd meteen Burundi ook uitgenodigd, want Bujumbura kampt ook met gewapende rebellieën in het zuiden van de provincie Zuid-Kivu, en ze gaan er vanuit dat die op allerlei manieren vanuit Kigali gesteund worden. Tegen die achtergrond is het dus helemaal geen verrassing dat de vergadering in Goma uiteindelijk niet met een akkoord werd afgerond.

Kivu blijft een kruitvat

Ondertussen blijft de situatie in verschillende delen van Congo erg gespannen, en soms gewelddadig. Op sommige plaatsen is er niet veel nodig om lokale conflicten te doen escaleren tot grensoverschrijdende confrontaties. Rond Minembwe, in het zuiden van Zuid-Kivu, heeft KST (Kivu Security Tracker) sinds het begin van 2019 zesentwintig gewelddadige incidenten door gewapende groepen gemeld en gedocumenteerd.

Twaalf daarvan werden gepleegd door Mai-Mai-groepen (zeg maar de lokale, op etnische voet geschoeide milities) , twee door rebellen van het Burundese Forces Nationales de Libération (FNL), en twaalf door gewapende groepen binnen de Rwandofone Banyamulenge gemeenschap Ngumino en Twiganeho.

Sinds de erg controversiële verkiezingen in 2015 (met het zwaar gecontesteerde derde mandaat voor president Nkurunziza) hebben de Burundese rebellen zich in Congo georganiseerd, waaronder niet alleen het FNL, maar ook bijvoorbeeld RED – Tabara (Résistance pour un État de Droit au Burundi). Deze groepen worden volgens het VN-Expertenpanel voor Congo sinds 2015 ondersteund door Rwanda, onder meer op vlak van recrutering en opleiding.

Maar ditzelfde gebied vormt ook de uitvalsbasis van een andere gewapende groep die het opneemt tegen de regering in Kigali, het Rwanda National Congress (RNC) van de dissidente generaal en voormalig sleutelfiguur van het regime Kayumba Nyamwasa. Hij wordt naar verluidt ondersteund door Oeganda.

Verdeeld Congo

De aanwezigheid van troepen uit de buurlanden op Congolese bodem blijft niet alleen een uiterst gevoelige kwestie door het gewelddadig verleden, het was en is nog steeds een twistappel binnen het regime.

In 2008 moest toenmalig parlementsvoorzitter en vertrouwenspersoon van Kabila (en huidig kabinetchef van president Tshisekedi) Vital Kamerhe, aftreden toen hij zich verzette tegen de militaire campagne die Congo samen met Rwanda opzette in het oosten van het land, en ook nu hebben verschillende instanties hun stem al laten horen tegen de plannen om contingenten van vijf nationale legers in te zetten onder een geïntegreerde commandostructuur.

De politieke alliantie rond Kabila, Front Commun pour le Congo (FCC), heeft bedenkingen bij de aanwezigheid van buitenlandse troepen in Congo.

In Kivu heeft de civiele maatschappij zich uitgesproken tegen elke ontplooiing van buitenlandse legers in Congo. De plannen worden ook bestreden door invloedrijke parlementsleden uit zowel meerderheid als oppositie, zoals Juvénal Munubo (partijgenoot van Kamerhe) en Philippe Mabaya Gizi, die voor de oppositie in de senaat zetelt.

Maar belangrijker nog is het feit dat de politieke alliantie rond Kabila, Front Commun pour le Congo (FCC), bedenkingen geuit over de aanwezigheid van buitenlandse troepen. FCC- coördinator Néhémie Mwilanya, Kabila’s kabinetsdirecteur tijdens de laatste jaren van diens presidentschap, verklaarde op 27 oktober dat ‘de landen die hun troepen naar ons grondgebied zouden sturen, vandaag bijna in staat van oorlog zijn’. Dus vindt hij het een bijzonder slecht idee om ze uit te nodigen om hun geschillen in Congo uit te vechten, met als onvermijdelijk gevolg dat de Congolese bevolking andermaal collateral damage wordt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Wat nu?

Het is moeilijk te voorspellen hoe de situatie rond een gezamenlijke militaire actie zal evolueren. De vergadering in Goma is dan wel mislukt, maar het idee voor een gezamenlijke militaire campagne met de vijf landen werd niet begraven. De afspraak werd gemaakt om elkaar binnen de maand opnieuw te ontmoeten.

In elk geval heeft president Tshisekedi hulp van buitenaf nodig als hij het oosten van Congo onder zijn controle wil brengen. Maar het is duidelijk dat de kwestie niet alleen de de verhoudingen tussen de verschillende landen van de regio kan polariseren, ze zet ook zware druk op het politieke landschap zoals dat uit de controversiële verkiezingen van december 2018 naar voren is gekomen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift