Dossier: 
Bea Cantillon, Chris Serroyen en Francine Mestrum over een sociaal en fair Europa

‘Wie had dit gedacht: we hebben Europa nodig om onze welvaartsstaat te verdedigen’

© Nicola Fioravanti (CC0)

De Europese Pijler van Sociale Rechten moet even zwaar gaan wegen in het toezicht op de lidstaten als macro-economische en budgettaire indicatoren

Begin april publiceerde Emiel Vervliet de MO*paper Tijd voor een New Deal die de EU sociaal en fair maakt.

Bea Cantillon (directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen, voorzitter 11.11.11), Francine Mestrum (voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice) en Chris Serroyen (hoofd van de studiedienst van het ACV) gingen met de auteur en met elkaar in debat tijdens een Lunchseminarie. Hier lees je een weergave van dat debat. 

De Europese Unie is niet de sociale-afbraakmachine die velen vrezen, zeggen experts. Integendeel: dankzij de stappen vooruit op Europees niveau, slagen sociale bewegingen er nog in om de nationale welvaartsstaten voor het ergste te behoeden. Sociale strijd voor Europa levert tastbare resultaten op voor concrete mensen.

‘Dat wij onze democratie moeten verdedigen, zal voor een meerderheid van de Europeanen weinig twijfel laten, net zomin als de oproep om de buitengrenzen veilig te stellen’, stelt Emiel Vervliet. ‘Maar als het woord bescherming valt, zullen velen zich afvragen wat wij van Europa kunnen verwachten als het over de bescherming van onze werkgelegenheid, inkomens en sociale rechten gaat. Hoe kan de Europese burger overtuigd worden van het nut en de noodzaak van de Europese Unie?’

Volgens Vervliet wordt de economische en budgettaire discipline sinds 2015 weliswaar op een minder rigide manier nagestreefd, ‘maar het is niet genoeg en veel te laat’. Vervliet: ‘Met het oog op de reusachtige investeringen die nodig zijn om de overgang naar een klimaatneutrale economie en samenleving te maken – om maar één uitdaging te vernoemen – is het tijd om opnieuw andere visies op de overheidsfinanciën onder de aandacht te brengen, zoals de goede oude ‘gulden regel’ voor overheidsinvesteringen. De Europese Pijler van Sociale Rechten, die in november 2017 werd goedgekeurd, moet even zwaar gaan wegen in het toezicht op de lidstaten als macro-economische en budgettaire indicatoren. En daarnaast moet er concrete vooruitgang komen in domeinen die er toe doen voor de Europeanen.’

Europa is bescherming

Francine Mestrum, voorzitter van het mondiale netwerk Global Social Justice, stelt vast dat volgens ‘een van de jongste Eurobarometers de steun voor de Europese Unie het grootst is in landen met een goede sociale bescherming. Terwijl wanneer er iets fout gaat, de schuld meteen gegeven wordt aan Europa.’

‘Europa doet niets, want het bestaat niet’

‘Om te beginnen bestaat Europa niet’, vervolgt Mestrum. ‘We hebben een Commissie, een Raad die bovendien bestaat uit onze nationale regeringen, en een Parlement. Europa doet niets, want het bestaat niet. Toch wordt er elke keer wanneer het slecht gaat of onze sociale bescherming bedreigd wordt, gezegd dat het komt door een begrotingspact, of door een andere Europese ingreep. Neen dus.’

Daarom pleit Mestrum ervoor ‘om alstublieft Europees en nationaal beleid altijd aan elkaar te koppelen. Een New Deal en sociaal beleid op Europees vlak zijn uiteraard goed. Maar vergeet alstublieft niet dat we ook een nationaal sociaal beleid nodig hebben en dat we het altijd zullen blijven nodig hebben. Op Europees vlak hebben we de laatste vijf jaar wel een paar stapjes vooruit gezet, maar tegelijkertijd gaan we nationaal twee stappen achteruit. Dan kan wel een Europese Pijler goedgekeurd worden, maar als je ondertussen in België de werkloosheidsuitkeringen regressief maakt, de pensioenleeftijd optrekt en noem alle negatieve maatregelen maar op, dan is de balans negatief. En dat kan je met die kleine Europese stapjes niet bijhouden.’

Francine Mestrum wil mensen overtuigen om de Europese verkiezingen ernstig te nemen en ‘dat doe je niet met een verhaal over asymmetrische schokken. Europa is eerst en vooral een bescherming.’

Rights, rules en results

Chris Serroyen, hoofd van de studiedienst van het ACV, probeert te begrijpen wat de EU was voor zijn generatie en waarom dat veranderd is. ‘Wij zijn kleinkinderen van de oorlog en we weten dat Europa eerst en vooral een vredesproject is. Dat is de verdienste van Europa en je moet de puinhoop van Sarajevo gezien hebben, om te weten wat oorlog is. Europa heeft heel veel betekend en doet dat nu nog voor een klein land als België.’

Waarom is dat veranderd? Serroyen verwijst naar een “non-paper” die circuleerde binnen de Europese Centrale Bank. ‘In die paper, waar ze later afstand van hebben genomen, stond dat de arbeidsmarkt hervormd moest worden, want zoals de arbeidsverhoudingen in de meeste lidstaten in elkaar zitten, versterkt dat de macht van de vakbonden. Dat werd voorgesteld als een centraal probleem.’ Daarnaast is er nog de wijze waarop de Trojka na 2008 is afgestapt in een aantal landen en ‘die landen mee om zeep heeft geholpen. Dat zijn twee absolute dieptepunten geweest. Het gevolg is dat er natuurlijk een vertrouwenscrisis ontstaat in Europa en dat heeft geleid tot een ander economic governance en een ander budgettair beleid dat er moeten komen.’

Commissievoorzitter Juncker leek veelbelovend tegenover zijn voorganger Barroso – dat vindt Francine Mestrum ook. Serroyen: ‘Maar hij was een complete ontgoocheling. Ik hoor Juncker op het congres van de EVV in Parijs nog zeggen “we moeten naar een triple A sociaal Europa gaan”. Ik hoor een half uur later Europees Commissaris Marianne Thyssen zeggen dat de zerocontracten uitgebannen moeten worden. Maar het waren holle woorden.’

Serroyen pleit ervoor om Junckers holle Triple A te vervangen door een sociale Triple R. Rights, rules en results. ‘Rechten voor de werknemer zoals ze die in het verleden hebben opgebouwd. Regels voor de financiële wereld, voor de werkgevers, regels tegen sociale dumping. Tastbare resultaten voor werkers en burgers in het algemeen.’

Voor wie vreest dat de Rechten uit Serroyens Triple R concurrentienadeel opleveren, wijst hij er op dat ‘indien onze handelsconcurrenten dezelfde rechten geven aan hun werknemers, dat ook goed is voor België. Het is een vooruitgang in een solidair Europees verband en een vooruitgang voor heel veel werknemers in Europa.’

‘Met goede strategieën kun je wel degelijk iets bereiken op sociaal vlak, maar ook op het economisch en ecologisch vlak’

‘Wat je moet doen om vooruitgang te boeken en relevant te blijven voor werknemers’, zegt Chris Serroyen, ‘is zoeken naar de niveaus waarop je nog iets kunt betekenen. En die zijn Europees en internationaal. Met goede strategieën kun je wel degelijk iets bereiken op sociaal vlak, maar ook op het economisch en ecologisch vlak. Nationaal vinden we nu al magnifieke allianties. De tijd dat ecologische activisten en sociale activisten naast elkaar werkten en elkaar tegenspraken, is voorbij. Vandaag moeten we samen kijken hoe we werk maken van de duurzame ontwikkelingsdoelen, die we allemaal delen.’

Dat hebben vakbonden ook geprobeerd met Europa, zegt Serroyen. Maar het moet meer, beter en sneller. ‘We moeten beginnen met het aantal mensen in armoede te halveren, zowel op federaal als op Vlaams vlak. Die doelstelling moeten we hebben voor 2030, maar er moet ook een doelstelling voor 2024 zijn, want er is niks zo vrijblijvend als een objectief dat de volgende regeringen moet bereiken. Elk jaar moeten de minima een stap dichter komen bij de Europese armoedenorm en bij halvering en dan zijn rights, rules en results op sociaal en ecologisch vlak heel belangrijk.’

Harmonisering is niet mogelijk

Bea Cantillon, directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen en voorzitter van de koepel van Vlaamse Noord-Zuidbewegingen 11.11.11, wijst er meteen op dat de terechte roep om een sociaal Europa niet samenvalt met één sociaal systeem voor alle 27 of 28 lidstaten. ‘Harmonisatie is niet nodig, niet nuttig en niet mogelijk, was tot de jaren 1990 de slagzin als het om sociaal beleid in Europa ging. Sinds het Verdrag van Rome, dus de hele naoorlogse geschiedenis, was dat ook de juiste slagzin. Harmonisering was niet mogelijk vanwege de grote verscheidenheid in stelsels. Dat blijft geldig en dat is zelfs nu nog meer waar dan vroeger. Niet wenselijk, want we waren allemaal trots op onze eigen nationale systemen.’

Maar waarom vonden we harmonisering niet nodig? ‘De idee was dat door de vrije markt en de comparatieve voordelen van elk land er overal economische groei zou ontstaan.’ Dat ging goed in de jaren 1950 en 1960, maar ging vanaf de jaren 1970 al bergaf. Cantillon: ‘Toch waren de sociale krachten in de individuele landen voldoende sterk om de vruchten van de economische samenwerking om te zetten in betere sociale voordelen en betere sociale leefomstandigheden door middel van de nationale instrumenten van sociale zekerheid, sociaal overleg enzovoort.’

‘Snoeien op de begroting betekent voor welvaartsstaten waar vijftig procent van de uitgaven sociale uitgaven zijn, dat er gesnoeid wordt in sociale uitgaven’

De wereld is ondertussen echter veranderd, en dus wankelt ook de oude theorie. Cantillon: ‘De Unie is nu veel heterogener en bovendien hebben we een muntunie, die zonder sociale component voor een inherent gebrek aan evenwicht zorgt. De individuele landen hebben namelijk het belangrijkste instrument om in geval van economische schokken bij te sturen, devaluatie, niet meer in handen. Daarom kunnen landen op onevenwichtige economische ontwikkelingen alleen nog reageren met de begroting. Snoeien op de begroting betekent voor welvaartsstaten waar vijftig procent van de uitgaven sociale uitgaven zijn, dat er gesnoeid wordt in sociale uitgaven.’

Bovendien, vult ze aan, staan nationale welvaartsstaten onder druk door de globalisering. ‘Natuurlijk moeten we de sociale minima naar de Europese armoedegrens brengen, maar dat is een hele moeilijke oefening geworden, omdat het zeer veel geld kost. Dat doe je bovendien niet zonder de vermogens mee te nemen in het herverdelingsproces. Een dergelijke herverdeling kan echter niet in een individueel land. Dat moet op zijn minst in een Europese context en later op wereldvlak. Om onze systemen overeind te houden, hebben we daarom die Europese samenwerking nodig.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Serroyen is het daar niet helemaal mee eens. Het optrekken van de minima kost niet zoveel geld, lijkt me. Ik heb uw collega Ive Marx in Knack iets anders horen zeggen deze week.

Bea Cantillon ziet niet alleen kleine stappen vooruit, zoals Francine Mestrum, maar stelt vast dat de afgelopen legislatuur een grote sprong voorwaarts gemaakt is: ‘De Europese Pijler voor Sociale Rechten was vijf jaar geleden totaal ondenkbaar geweest. Het idee van sociale rechten te definiëren op Europees niveau daar was men vijf jaar geleden gewoon niet mee bezig. Misschien vanuit het geloof dat de individuele lidstaten wel vanzelf op eigen kracht vooruit zouden geraken. Het gevolg van de crisis is dat het nu wel op tafel komt. De tragische omstandigheden in sommige landen heeft de geesten dan toch in beweging gebracht.’

Alleen, die crisis heeft ook veel schade aangericht en voor problemen gezorgd. Dat erkent ook Cantillon. ‘Het Europese project was een grote convergentiemachine die vastgelopen is door de financiële crisis van en na 2008. Europese landen zijn uit mekaar gegroeid en dat is een probleem van zowel economische als sociale aard.’ Toch zit ook daar weer een begin van nieuwe mogelijkheden, gelooft Cantillon. Niet alleen boze burgers of middenveldorganisaties, maar ook nationale overheden en Europese instellingen ‘zijn zich gaan realiseren dat er iets ontbreekt. Zo zijn ideeën ontstaan zoals een Europese werkloosheidsverzekering om te dienen als stabilisator tegen economische schokken. Er dient ook Europese samenwerking te zijn voor afspraken over minimumlonen. Nationale minimumlonen zijn namelijk de basis voor alles, want anders heb je geen sociale minima die kunnen bewegen in de richting van de Europese armoedenorm.’

‘Ik geloof in een Europese Sociale Pijler’, besluit Cantillon. ‘Hij bestaat vandaag alleen nog maar op papier, maar je moet ergens beginnen. En dan kan zelfs papier belangrijk zijn.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness