37 journalisten vermoord in 2001

Vorig jaar moesten zevenendertig journalisten
hun werk met hun leven bekopen. Dat zijn dertien slachtoffers meer dan in
2000. Ook het aantal journalisten dat gevangengezet werd, is het voorbije
jaar sterk gestegen, en dat staat niet los van de Amerikaanse ‘war against
terrorism’. Dat blijkt uit een rapport van het Amerikaanse Comité voor de
Bescherming van Journalisten (CPJ).

Alleen al in november kwamen in Afghanistan acht reporters om het leven.
Twee journalisten stierven bij de aanslag op het World Trade Center in New
York op 11 september. Maar de meeste journalisten werden vermoord omdat ze
corruptie of andere misbruiken van de overheid aan het licht brachten in
landen als Bangladesh, China, Thailand en Joegoslavië. Of ook in Colombia,
waar maar liefst acht journalisten gedood werden. Drie reporters werden er
vermoord omdat ze verslag uitbrachten over de door het leger gesteunde
rechtse paramilitairen of over corruptiegevallen. De andere vijf kwamen om
in onduidelijke omstandigheden.


Ook het aantal journalisten dat in hechtenis werd genomen, schoot de hoogte
in: van 81 in 2000 naar 118 in 2001. China voert het lijstje aan met 35
journalisten achter tralies, gevolgd door Nepal met 17, Turkije met 13,
Birma met 12 en Eritrea met 11. De meeste reporters werden opgesloten na de
aanslagen van 11 september. Volgens het rapport maken regeringen misbruik
van de oorlog tegen terrorisme om kritische media te treffen.

Sinds 11 september verkeert de persvrijheid wereldwijd in crisis, aldus
CPJ-directeur Ann Cooper. Onder meer in China, Benin, Zimbabwe en de
Palestijnse gebieden werden maatregelen genomen om in de berichtgeving over
de aanslagen te snoeien. Ook de regering-Bush deed haar duit in het zakje.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken censureerde een radio-interview van
Voice of America met de Talibanleider Mullah Omar, en vroeg verschillende
televisiestations om videobeelden van Osama Bin Laden niet uit te zenden. En
de VS bombardeerden de kantoren van Al Jazeera, het Arabische tv-station, in
Kabul. In December deed Israël hetzelfde met een Palestijns radiostation op
de Westelijke Jordaanoever.

Volgens het rapport was 2001 ook voor Afrika een ontmoedigend jaar, ook al
werden er geen journalisten vermoord. In Eritrea werd de volledige
onafhankelijke pers onder overheidscontrole geplaatst en in Zimbabwe waren
er verschillende bomaanslagen en ander geweld tegen journalisten. Ook in
Latijns-Amerika is de balans weinig positief: daar kwamen meer journalisten
om het leven dan het jaar voordien.

Toch waren er ook lichtpuntjes, aldus Cooper. In Joegoslavië konden
journalisten eindelijk weer vrij werken. In Syrië verschenen vorig jaar voor
de eerste keer in 40 jaar onafhankelijke kranten. En in Sri Lanka werd de
perscensuur officieel opgeheven. In Ethiopië kwamen zeven journalisten vrij
na een campagne van het CPJ en in Cuba en Iran mochten twee journalisten de
gevangenis verlaten. Cuba en Iran staan op de lijst van ‘grootste vijanden
van de persvrijheid’ van het CPJ. Deze vrijlatingen bewijzen dat ook de
harde tegenstanders van persvrijheid niet immuun zijn aan internationale
druk, vindt Cooper.

Toch blijven de vooruitzichten somber. De houding van de VS kan volgens Ann
Cooper verstrekkende gevolgen hebben omdat Washington voor veel landen als
voorbeeld fungeert. De Amerikaanse regering geeft een compleet verkeerd
signaal aan autoritaire regeringen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift