Alleen op de wereld

Alleenstaande minderjarige vluchtelingen in de wereld, in Europa, in België, in Antwerpen
Wereldwijd zijn honderdduizenden kinderen en jongeren op de vlucht, velen zonder de steun van hun ouders. Bij conflicten en crisissituaties vluchten mensen vaak onvoorbereid en in chaotische omstandigheden. Families geraken dan makkelijk verspreid. Het gebeurt echter ook dat ouders hun kinderen bewust naar het buitenland sturen, omdat ze er veiliger zijn of omdat ze er betere toekomstkansen hebben. Een jonge Afrikaan, die op elfjarige leeftijd zonder begeleiding in Europa terechtkwam, getuigt: ‘Ik wist niet dat ik Kenya zou verlaten. Ik ontdekte het toen mijn mama me naar de luchthaven bracht met mijn jongere zusje. Zij was op dat ogenblik zes jaar oud. Ik was verantwoordelijk voor haar. Mijn mama vertelde me dat ik een opleiding moest volgen. Ze wou dat ik daarna zou terugkeren. Ze heeft niet gezegd wat ik moest studeren.’ Het citaat komt uit Separated Children, Exile and Home-Country Links, een rapport uit 2002 van de Deense organisatie Save the Children. Het rapport vraagt meer aandacht voor de complexe problematiek van niet-begeleide minderjarige asielzoekers.
‘Somaliërs kennen het gevoel van lijden dat je ervaart in de oorlog en in de vluchtelingenkampen, maar het verdriet van eenzaamheid verstaan ze niet’, zegt een jonge Somaliër die ook geciteerd wordt in Separated Children. Hij vat daarmee in één zin de ervaring van talloze minderjarige asielzoekers in Europa samen. Ze worden vaak koel onthaald door de Europese landen waar ze terechtkomen, maar ook bij hun eigen familie kunnen ze meestal niet terecht met hun zorgen of angsten. Deze kinderen en jongeren worden verscheurd door de nieuwe culturele context waarin ze terechtkomen en waar ze alle mogelijke moeite hebben om de verwachtingen van die nieuwe omgeving te combineren met de verwachtingen van ouders of andere familieleden.
Zowat elke uitgebreide familie die een kind naar Europa kon zenden, heeft daarvoor grote inspanningen moeten leveren. Als de jongeren zonder geld of diploma terugkeren, gaat de hele investering verloren. Bovendien hebben de jongeren tijdens hun verblijf in Europa wel wat culturele waarden of gedragingen overgenomen: “exotische”, maar vooral dure kledingscodes, een andere omgang met ouderen, een vreemde woordenschat en onaanvaardbaar geacht seksueel gedrag. Niet-begeleide minderjarige asielzoekers zijn, met andere woorden, altijd het kind van de rekening. (jvdv)

Alleen, met velen


Alleen al in West Europa zijn er 100.000 alleenstaande gevluchte kinderen. De meest kwetsbare groep zijn degenen die zonder ouders in Europa terechtkomen. In 2001 werden er in België 1427 niet-begeleide minderjarige asielzoekers geregistreerd, 927 hebben een asielaanvraag ingediend. In Nederland is een kwart van alle asielzoekers jonger dan vijftien jaar, en hun aantal is de jongste jaren scherp gestegen. In 2000 ging het over 6500 jongeren, vijftien procent van het totaal aantal asielaanvragen bij onze noorderburen. In Groot-Brittannië telde men in datzelfde jaar 2733 niet-begeleide minderjarige asielzoekers of 3,4 procent van de asielvragen.

Thuis is waar mijn bed staat


De media en het publiek reageerden vorig jaar geshockeerd op de zaak Tabita. De vijfjarige Congolese asielzoekster werd moederziel alleen op een vliegtuig naar haar moederland gezet. Op de luchthaven van Kinshasa was er geen opvang voor haar voorzien. Tabita’s verhaal is minder uitzonderlijk dan we zouden willen. Nederland heeft een gelijkaardig probleem met Angolese vluchtelingen aangepakt door een bestaand weeshuis in de Angolese hoofdstad Luanda uit te breiden.
Sinds september zijn er twintig extra bedden beschikbaar voor jonge Angolese asielzoekers die in Nederland geen verblijfsvergunning krijgen. Alleenstaande Angolese asielaanvragers tussen vijftien en achttien jaar die niet erkend worden, kunnen nu meteen naar hun moederland terugkeren. Vroeger werden ze pas teruggestuurd wanneer ze meerderjarig werden, omdat er in Angola geen opvang voorzien was. De jongeren kunnen in het opvangcentrum terecht tot hun ouders gevonden worden.
Maud Bredero, persvoorlichtster van het Nederlandse ministerie van Justitie, komt net terug van een bezoek aan Mulemba. ‘De kinderen kunnen er naar school gaan, er worden activiteiten georganiseerd, er zijn goede wasfaciliteiten, een bibliotheek en computerlokalen’, zegt ze tevreden. ‘Het project straalt trouwens iets positiefs uit, en ook kinderen uit de omgeving komen er les volgen en kunnen van de faciliteiten gebruik maken.’ Bredero noemt het project een succes. ‘We zitten nu nog in de prille beginfase. Maar misschien kunnen we na verloop van tijd overeenkomsten sluiten met andere westerse landen, zodat minderjarige uitgeprocedeerden uit die landen ook voor de opvang in aanmerking komen.’ (jvdv)

Thuis in Antwerpen


‘Een warm nest, een warme maaltijd en een goed gesprek.’ Dat is wat pleegmoeder Mimi Van Kamp minderjarige vluchtelingen geeft. Mimi en Paul Van Kamp begeleiden reeds hun tweede “pleegkind”: een jonge vluchteling die zelfstandig woont, maar ectra begeleiding krijgt van het gezin. ‘Het is me daarbij vooral om het kind te doen, om de behoefte aan warmte en genegenheid’, zegt Mimi Van Kamp. ‘Maar ik help ook met praktische zaken. We doen bijvoorbeeld soms samen boodschappen.’ De zeventienjarige Bavak uit Irak is de volgende asielzoeker die de Van Kamps zullen begeleiden.
‘Bavak is tot nu toe nog maar enkel met zijn begeleidster op bezoek gekomen. Volgende week zal hij voor het eerst alleen komen. Dan pas zullen we kijken welke taken we kunnen opnemen, en of we daar een vast stramien in brengen. Winson, ons vorige pleegkind uit Angola is net achttien geworden. Aanvankelijk had hij het moeilijk op school, een realiteit die hij niet kende. We hielpen hem bij het wiskundehuiswerk en gingen wel eens naar de ouderavonden. Of we contacteerden de directie wanneer hij geplaagd werd of als hij te laat op school kwam. We willen interesse tonen. Winson houdt ook van basketbal. We gaan wel eens naar zijn matchen kijken. Dat vindt hij heel leuk.’
Bart De Laat heeft ook een vluchteling-pleegzoon: de zeventienjarige Samuel, die ook uit Angola komt. ‘Samuel is heel gesloten. Hij heeft al veel meegemaakt, maar daarover stel ik geen vragen. Ik wil dat hij zich op zijn gemak voelt. Ik pols wel naar wat hij wil en probeer dan in te spelen op zijn behoeften. Hij komt het liefst films kijken en houdt zich bezig met mijn andere pleegzoon. Samuel is als Portugeessprekende nogal geïsoleerd in Antwerpen, nu kan hij tenminste ergens terecht.’ (jvdv)

De begeleiding van minderjarige asielzoekers via steungezinnen wordt gecoördineerd door JOBA, een organisatie voor begeleid zelfstandig wonen van kwetsbare jongeren. Jongeren van zestien tot achttien jaar die in hun asielprocedure zitten of uitgeprocedeerd zijn maar in afwachting van hun meerderjarigheid nog niet uitgezet worden, komen voor dit project in aanmerking. Meer informatie: Joba: 03 .825 21 07

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur