Arbeidsomstandigheden in de Chinese Parelrivierdelta

China groeit, maar profiteren de Chinezen die onze kleren, schoenen, gsm’s of laptops produceren daar ook van? Biedt de globalisering, met andere woorden, kansen voor de werkende mens in ontwikkelingslanden? John Vandaele trok naar de Parelrivierdelta, waar twintig miljoen migrantenarbeiders meer dan een derde van alle Chinese uitvoer produceren. Hij zag “kleine sprongen voorwaarts”.

  • Fanny Defoort Aan de oevers van de Parelrivier voltrok zich de voorbije dertig jaar een ware omwenteling. Fanny Defoort

In de provincie Guangdong, in het uiterste zuiden van China, net boven Hongkong, begonnen in 1978 de economische hervormingen en de Chinese opening op de wereld. Het gebied rond het vissersdorp Shenzhen werd een speciale economische zone waar buitenlandse investeerders allerlei voordelen kregen. Het kapitaal uit Hongkong, Taiwan en elders stroomde toe.
Dertig jaar later is datzelfde Shenzhen een megalopolis met minstens twaalf miljoen inwoners, waarvan meer dan de helft migrant. Gaandeweg werd quasi de hele delta van de Parelrivier –de 150 kilometer tussen Shenzhen, Guangzhou en Zhuhai– volgebouwd met fabrieken. De arbeiders in al die fabrieken kwamen uit heel China. Er werken op zijn minst twintig miljoen arbeiders van het platteland of dagongzai in de Parelrivierdelta.
Shenzen, transformatie van dorp tot megastadDe regio werd dé productiehub van de wereld en de wereldmaatstaf voor al wie competitief wilde zijn inzake arbeidsintensieve producten. Het is bij uitstek een plek die getekend is door de mondialisering, die is wat ze is door te produceren voor de rest van de wereld. Verhalen over uitbuiting, afgehakte vingers, sweatshops en hongerlonen kwamen jarenlang uit de regio. Wij zochten uit of de situatie ondertussen is verbeterd.

De migranten

Iedereen die ik sprak, is het erover eens dat de dagongzai in de Parelrivierdelta assertiever zijn geworden. ‘Ze zijn zich bewuster van hun rechten’, zegt Yukyuk Choi van de Hongkongse ngo Worker Empowerment. ‘De arbeiders zijn bereid om voor hun rechten te vechten. Als ze het nu wat beter hebben, ligt het vooral daaraan.’
In april 2007 bijvoorbeeld zijn de dokwerkers van Yantai in Shenzhen los van de officiële vakbond in staking gegaan, hoewel stakingsrecht in China eigenlijk niet bestaat. ‘Ze kregen meteen dezelfde lonen als in andere dokken en de leiders van de staking fungeren nu als een aparte afdeling van de eenheidsvakbond’, zegt Geoff Crothall van China Labour Bulletin, een ngo in Hongkong die opkomt voor arbeidersrechten.
Liu KaimingLiu Kaiming, directeur van het Instituut voor Hedendaagse Observaties (ICO), een ngo die in Shenzhen al jaren opkomt voor arbeidersrechten, ziet meerdere redenen voor die bewustwording. ’Dit is de tweede generatie migranten. Zeventig procent van hen is geboren na 1980, na de invoering van de éénkindpolitiek, waardoor het arbeidsaanbod sowieso al kleiner is. Ze hebben nooit honger gehad, genoten middelbaar onderwijs en werkten amper op het land. Ze hebben een open geest, een gsm en ze surfen op het internet. Ze weten veel beter wat er bezig is. Informatie gaat snel rond.’
Ze weten bijvoorbeeld hoeveel loon je in andere fabrieken kan verdienen, én dat er elders werk is. De Parelrivierdelta kende vanaf 2004 tekorten op de arbeidsmarkt. Er waren zoveel fabrieken bijgekomen, terwijl Peking ook meer en meer investeerders naar provincies in het binnenland lokte, waardoor te weinig werknemers de verre tocht naar Guangdong maakten.
‘Ik heb mijn baan in dit bedrijf opgezegd omdat ik het eten er niet lekker vond en mijn loon van 1500 yuan (150 euro) te laag’, zegt Xiang in Huizhou, een jonge man met een modieus kapsel, gsm in de hand. Hoe hij zijn toekomst ziet? Hij glimlacht: ‘Ik weet dat niet goed. Ik wil me beter scholen zodat ik in de beter betaalde hightechbranches kan werken.’ Nu arbeiders meer keuze tussen banen hebben, beschikken ze over iets meer macht, gelooft Liu Kaiming van ICO.

De wetten

Chang kaiDe voorbije jaren was er heel wat sociale onrust in de regio. De regering in Peking reageerde met een aantal wetgevende initiatieven, waarin de zogenaamde arbeidscontractwet centraal stond. Professor Chang Kai van de Renmin universiteit in Peking, die meeschreef aan de wet: ‘De werknemers waren de grote drijvende kracht achter de wet. De communistische partij wilde met de wet de sociale stabiliteit garanderen.’
De nieuwe wet eist dat alle werknemers een geschreven contract hebben –waardoor ze sterker staan bij ongevallen en betwistingen. Ze regelt expliciet de vergoeding van overuren en biedt werknemers die tien jaar ergens aan de slag zijn contracten van onbepaalde duur en opzegvergoedingen.
Aan de goedkeuring van de wet ging een maatschappelijke discussie vooraf: iedereen werd uitgenodigd bedenkingen en amendementen voor te stellen en er liepen tienduizenden reacties binnen. Die discussie droeg bij tot de bewustwording van de werknemers in de Parelrivierdelta, getuigt de eigenaar van een toeleveringsbedrijf van een grote Europese multinational in Dongguan, die anonimiteit vroeg: ‘Nadat de wet in juni 2007 gestemd werd, verwachtten mijn werknemers dat ze meer zouden verdienen. Indien we de wet letterlijk toepasten –met de betaling van overwerk aan 200 procent– zouden de lonen met 47 procent stijgen. Dat vonden we te veel. Om binnen de wet te blijven, hebben we dan maar het basisloon verlaagd, zodat de werkers uiteindelijk zeventien procent meer in hun loonzakje kregen. Vijftien procent van de werknemers vond dat onvoldoende en nam ontslag.’ Hij verzekert ons dat de meeste bedrijven in Dongguan zo’n “truc” hebben toegepast.
Ook de regeling voor overuren wordt “creatief” ingevuld. Willy Fung van Topformbras, ’s werelds grootste producent van bh’s en partner van het Vlaamse textielbedrijf Vandevelde, betreurt dat de wet het aantal overuren tot zestien uur per week beperkt. ‘Werkgevers kunnen zo moeilijker inspelen op pieken en werknemers kunnen niet zoveel werken als ze willen. In Peking zei de regering ons: “We gaan de wet niet veranderen –er zijn te veel werklozen in dit land– maar hebben we al ooit iemand beboet omdat er te veel gewerkt werd?”’ Waaruit Fung afleidde dat men zoveel overuren kan kloppen als men wil, zolang ze maar als dusdanig worden betaald.
Onlangs klaagde de Hongkongse ngo Sacom dat werkers bij Primax, dat camera’s levert voor iPhones, meer dan honderd overuren per maand moeten draaien, veel meer dan wettelijk toegelaten. Zegt een werkgever: ‘Dikwijls knijpt de lokale overheid een oog dicht in ruil voor geld. Na een brandje eiste de brandweer dat we voor meer dan een miljoen yuan werken zouden doen. Maar als we hen 100.000 yuan gaven, zouden ze erover zwijgen. Corruptie tiert welig maar, toegegeven, het is niet erger dan in andere ontwikkelingslanden.’
De arbeidscontractwet zorgt er intussen wel voor dat het aantal geschreven contracten sterk is gegroeid. De bedrijven betalen de overuren uit, omdat de boetes voor overtredingen nu duidelijker zijn. Meer en meer bedrijven hebben sociale zekerheid. Sommigen vrezen dat die stijging in de loonkost, net nu de wereldeconomie vertraagt, zal leiden tot al te veel bedrijfssluitingen en crisis. Anderen wijzen erop dat de opdrogende export, als gevolg van de crisis, juist vereist dat de Chinese consumptie en dus de lonen sterker stijgen.

De rechtbanken

NaaistersDe Chinese regering kanaliseerde het ongenoegen van werknemers door hen meer juridische mogelijkheden te geven. Naast de wet op arbeidscontracten kwam er ook een nieuwe wet op arbeidsarbitrage. ‘Die maakt het makkelijker en gratis om klacht in te dienen bij de commissie voor arbeidsklachten’, zegt Geoff Crothall van China Labour Bulletin. Dat heeft geleid tot een juridische stormloop, aldus Liu Kaiming van ICO: ‘Het aantal arbeidsklachten in de provincie Guangdong steeg in de eerste helft van dit jaar tot 39.000, een stijging met 300 procent tegenover een jaar eerder.’ 
Guangling werkt in een fabriek die laboratoriummeubels produceert: ‘Een collega van me verloor enkele jaren geleden twee vingers op het werk. Hij kon niet meer werken en keerde terug naar huis, in de provincie Shaanxi. Als compensatie kreeg hij na onderhandeling met de baas 20.000 yuan (2000 euro). Ik vind dat schandalig weinig. Dat zou nu niet meer kunnen. Maar in die tijd was de wettelijke procedure nog veel onduidelijker; mensen wisten niet wat ze moesten doen. Als ik geen aanvaardbare schikking zou krijgen na een ongeval, zou ik naar het migrantencentrum hier komen en klacht indienen.’
Guangling doelt op het centrum van dagongzhu migrantenwerkers van Panyu, in het zuiden van de stad Guangzhou (het vroegere Kanton). Het is een van die halflegale ngo’s, doorgaans geregistreerd als onderneming, die migranten-werknemers helpen om hun rechten te verdedigen. Haipeng, die het centrum leidt, verloor zelf jaren geleden ook een vinger. Die is er wel weer aangezet, al zit er maar weinig beweging in. ‘Ik tekende een goedkope regeling.’ Haipeng beaamt dat de arbeiders nu veel assertiever zijn dan vroeger. ‘Er zijn veel meer vragen om compensatie voor ongevallen. Niet omdat er meer ongevallen zijn –managers waren vroeger veel nonchalanter inzake veiligheid op het werk– maar omdat werkers hun rechten beter kennen.’
Hong in de stad Huizhou werkte van 1990 tot 2001 bij Lucky, een Hongkongs bedrijf dat edelstenen slijpt. ‘Toen ik er werkte, waren er niet de minste gezondheidsvoorzieningen. De lucht zag grijs van het stof, op ons haar lag een dikke stoflaag. In 2001 bleek dat ik stoflong had. Ik stopte met werken en kreeg 25.000 yuan. Later, dankzij de ngo Labour Action in China, begreep ik mijn rechten. Collega’s in gelijkaardige gevallen ontvingen 200.000 yuan schadevergoeding. Nu daag ik Lucky voor de rechtbank.’ Makkelijk verloopt Hongs procedure niet, want Lucky vestigde zich in een andere stad en claimt dat de rechtbank van Huizhou niet bevoegd is. Bovendien tekende Hong indertijd een akkoord met het bedrijf. Hong weet dat de werkomstandigheden bij Lucky nu beter zijn. 
De arbeiders in de Parelrivierdelta worden ook bijgestaan door naar schatting 500 gongmin daili of burgerlijke bemiddelaars. Dat zijn doorgaans ex-migrantenarbeiders die juridische ervaring hebben opgedaan en nu hun diensten aanbieden. De nieuwe wet op de arbeidscontracten heeft hun markt vergroot, onder meer omdat er nu veel meer druk is om overuren ook echt extra te vergoeden. De gongmin daili werven klanten aan de toegangspoorten van fabrieken door hen erop te wijzen dat het mogelijk is ‘twee jaar onbetaald overwerk betaald te krijgen, zonder extra kosten’.
‘Die gongmin daili doen doorgaans goed werk’, erkent een advocaat. ‘Het zijn evenwel geen helden maar zakenmensen. Een van hen vertelde me dat hij vorig jaar 200.000 yuan had verdiend.’ De bemiddelaars zijn erg toegankelijk omdat de arbeider hen enkel een deel van de “opbrengst” van hun zaak moet betalen.
Toch heeft niet iedereen vertrouwen in de juridische weg. Een werknemer van een producent van containers in de stad Jiangmen werd ziek door zijn baan: ‘Mijn bloeddruk is te hoog, de overheid heeft dat ook officieel erkend. Ik voel me erg zwak en niet meer in staat tot werken.’ De man durft geen klacht indienen. ‘De lokale overheid is aandeelhouder van dat bedrijf. Als we een zaak beginnen, gaan we nooit winnen. Ngo’s en hun advocaten kunnen daar niet tegenop. Bovendien krijg ik nog mijn loon omdat ik zogezegd in mijn herstelperiode ben. Als ik klacht indien, verlies ik dat meteen.’ Klachten dat ziekenhuizen, onder druk van lokale autoriteiten, soms weigeren te certifiëren dat iemand ziek is, zijn geen uitzondering.

De lonen

De lonen in de Parelrivierdelta zijn flink gestegen, maar ook de prijzen gingen sterk de hoogte in. Het is dan ook niet zeker of, en in welke mate, ook de koopkracht is gestegen. Een westers diplomaat is ervan overtuigd dat de reële lonen de voorbije drie jaar zijn gestegen. ‘Elk jaar met tien procent. Dat is meer dan de inflatie.’
Willie Fung‘De regering drijft heel bewust de lonen op in Shenzhen en andere delen van de Parelrivierdelta’, zegt Willie Fung van Topformbras. ‘In Shenzhen steeg het minimumloon van 690 yuan in 2005 tot 1000 yuan nu. De bedoeling is dat arbeidsintensieve bedrijven Shenzhen verlaten en dat de meer creatieve gesofistikeerde bedrijven hier blijven. Volgens de regering sloten 3000 bedrijven dit jaar de deuren, de industrie zelf heeft het over 10.000.’
 Topformbras houdt nog een kleinere fabriek met 1000 werknemers over in Shenzhen. ‘We hebben moeite om ons personeel te behouden: ze leren bij ons de stiel en worden dan ingepikt door andere bedrijven. Soms staan de rekruteerders gewoon aan de poort te wachten. Het tekort aan werknemers is voor ons een groter probleem dan de hogere lonen.’
We spreken met de werknemers in het bedrijf. De werkruimtes maken geen onaangename indruk: ze zijn helder en worden gekoeld, waardoor de stomende hitte minder drukkend is. De lonen variëren van persoon tot persoon, omdat Topformbras een mengeling van stukloon en vast loon hanteert. ‘Stukloon zit ons in het bloed’, beweert Fung. ‘Als de regering ons minimumlonen oplegt, zoeken we naar een compromis.’
Een 35-jarige dame uit Guangdong verdient 1120 yuan per maand, waarvan 500 yuan naar haar flat gaat, want Topformbras zorgt niet voor slaapzalen. Ze is niet tevreden over haar loon. Anderen verdienen 1500 of 2000 yuan en wonen in bij hun man of ouders. Een collega met negen jaar ervaring verdient maandelijks gemiddeld 2400 yuan en is wel tevreden. Haar huur bedraagt 500 yuan voor een kamer die ze deelt met collega’s. ‘Ik kan 1000 yuan per maand sparen. Dat is meer dan negen jaar geleden maar soms vraag ik me af of ik met dat grotere bedrag evenveel kan kopen als toen.’  
Topformbras heeft zijn grootste fabrieken nu in Longnan, in de provincie Jiangxi. Fung: ‘Daar steeg het minimumloon van 330 yuan in 2005 naar 480 yuan nu. Topformbras opende er zijn fabriek acht jaar geleden. Toen was het nog 10 uur rijden naar Longnan. Sinds 3 jaar is er een snelweg waardoor het nog drie uur rijden is. Sindsdien zijn er zoveel bedrijven neergestreken, dat de streek alweer verzadigd is. Wij kijken nu al uit in andere provincies.’
Bij een groep arbeiders in het migrantencentrum van Panyu lopen de meningen over de lonen uiteen. Een jongeman verdiende drie jaar geleden 800 yuan, nu schommelt zijn maandloon tussen de 1600 en de 2000 yuan. ‘Het gaat om een puur uurloon. Ik werk in een groot bedrijf dat de wet naleeft, ook inzake overuren.’ Als ik vraag of hij tevreden is, zegt hij eerst van wel. ‘Maar eigenlijk mag niemand tevreden zijn met zo’n loon. Ik verdien nu meer dan drie jaar geleden. Ik heb meer merkproducten gekocht. Tja, hoe meer je verdient, hoe meer je uitgeeft.’
Xinghua en zijn vrouw ervaren hetzelfde. Ze zijn iets ouder. Ze werkten ooit nog op het land maar ‘dat bracht niks op, juist genoeg om te overleven’. Zijn dagloon steeg op vier jaar van 18 naar 72 yuan. Hij werkt nu als ploegbaas en verdient op 29 dagen per maand 2000 yuan. Zijn vrouw verdient 1400 yuan. Ze wonen en eten gratis bij zijn werkgever. Hun baby verblijft bij zijn ouders in Jiangxi.

De ngo’s

PanyucentrumDe voorbije tien jaar ontstonden nogal wat ngo’s die opkomen voor de rechten van de dagongzai. Ze fungeren ook als ontmoetings- en ontspanningsplaatsen. In het Panyucentrum bijvoorbeeld, worden niet alleen lessen informatica en arbeidsrecht gegeven, de bezoekers maken er ook samen plezier. Dat is moeilijker in de slaapzalen waar de werknemers doorgaans met acht in een ruimte van vier op twee meter slapen en waar alleen personeel binnen kan. Al kan het centrum zijn rol van ontmoetingsstek de jongste maanden minder vervullen omdat het zich heeft moeten “verstoppen” in een woonflat, weg van de winkelstraat.
Dit dagongzhu-centrum bestaat al sinds 1998 en is daarmee het oudste in zijn soort. Toch heeft het nog altijd geen stabiele positie verworven. Het centrum verhuisde dit jaar al driemaal omdat de plaatselijke regering verhuurders onder druk zette om het contract op te zeggen. ‘We voelen ons opgejaagd’, zegt Haiping die het centrum leidt. De arbeiders maken zich kwaad: ‘Dit centrum vecht tegen de werkgevers maar de regering kiest hun kant omdat ze vooral economische groei wil. Dat is nog altijd belangrijker dan werknemersrechten.’ En toch, als ik vraag of de werknemers er in China op vooruitgaan, antwoordden ze op typische wijze: ‘Als de grote rivier overstroomt, lopen de kleintjes vol (Da he jiang shui, xiao he man).’ 
Een ander migrantencentrum in Shenzhen staat eveneens onder druk van de lokale overheid. Huang Q.N. werd vorig jaar zelfs gemolesteerd en het kantoor werd aangevallen, waardoor een verhuis zich opdrong.
Liu Kaiming heeft zich met zijn Instituut voor Hedendaagse Observaties aangepast aan de druk door meer en meer samen te werken met westerse multinationals. Hij helpt hen om de wet en hun eigen gedragscodes na te leven en zo ook hun personeel te behouden. ‘Werknemers kunnen ons opbellen als het bedrijf de regels en afspraken niet naleeft. Daarna treden wij als bemiddelaar op om de situatie in orde te brengen. Ik heb het gevoel dat ik zo heel concreet de situatie van mensen verbeter. Door met multinationals samen te werken, geniet ik ook een zekere bescherming, waardoor ik vrijuit kan praten.’ Liu neemt inderdaad geen blad voor de mond: ‘De Chinese regering is nu de rijkste ter wereld, ze zou meer kunnen doen voor de arbeiders.’

De vakbond

Shenzen, transformatie van dorp tot megastadGonghui? Vakbond?  Ik ken die mensen niet. Als ik een probleem heb, kom ik naar het migrantencentrum in Panyu’, zeggen meerdere arbeiders in Shenzhen. De eenheidsvakbond All China Federation of Trade Unions (Acftu) is niet alleen in westerse ogen een zeer ambigu geval. In de Shenzhenfabriek van Topformbras is de voorzitter van de Acftu ook de manager, een vriendelijke dame die erg dicht bij de eigenaars staat.
 Als we een van de naaisters naar de Acftu vragen, zegt ze: ‘De vakbond, dat zijn de toezichthouders. Wij arbeiders kunnen geen vakbondsvertegenwoordiger zijn.’ Elders vertrouwt een eigenaar me toe dat hij de vakbond eerder ziet als een soort “recreatieclub”.
Wat gebeurt er met de twee procent van de loonmassa die naar de vakbond gaat? ‘De helft gaat naar de provinciale afdeling van de Acftu, de rest wordt hier intern gebruikt, onder andere voor uitstappen met het personeel of om goedkope kleren te kopen.’
In een toeleveringsbedrijf van een Europese multinational gaat het niet anders: de vakbondsvertegenwoordigers zijn de managers van de verschillende afdelingen. Zij gaan na of een bepaalde toepassing van de arbeidscontractwet min of meer aanvaardbaar is voor de werknemers. Zegt iemand die de bond van binnen kent: ‘Dit is niet de vakbond die jullie in het Westen kennen. Dit is een afdeling van de communistische partij, en dus van de regering. Hij moet mee de toestand onder controle houden. Dat belet niet dat sommige individuen bekommerd zijn om de werkomstandigheden.’
En toch, de Acftu probeert zich de voorbije jaren te heroriënteren. Deze enorme administratie ontstond in een omgeving met enkel overheidsbedrijven. In Guangdong, met al die private bedrijven, moet de bond zich anders leren opstellen.
Yukyuk Choi van de Hongkongse ngo Worker Empowerment: ‘De vakbond zit tussen twee vuren. De partij en de regering zijn niet tevreden over al die werknemersprotesten. En de werknemers, die zien de vakbond niet als hun vertegenwoordiger.’ Dat verklaart waarom de vakbond een van de drijvende krachten en verdedigers was van de nieuwe arbeidscontractwet. In die wet wordt zijn rol ook scherp benadrukt.
Kong Xianghong, vice-voorzitter van Acftu -Guangdong, erkent dat ze moeite hebben om de belangen van de twintig miljoen migranten in de provincie te verdedigen. ‘De helft is geen lid. We moeten hen overtuigen door op te komen voor hun rechten.’ Die weg is nog lang, erkent Kong.
Professor Chang Kai is zeker dat de Acftu op korte termijn geen onafhankelijke vakbond, Europese stijl, wordt. ‘Wel wil de partij dat de vakbond beter in staat is tot collectief onderhandelen. Collectieve onderhandelingen zijn cruciaal om de welvaart gelijker te verdelen tussen arbeid en kapitaal.’
Dat zal gebeuren door de vakbond ‘onafhankelijker te maken van het management, maar niet van de regering’, stelt Geoff Crothall van China Labour Bulletin.
Dat proces lijkt in Guangdong al begonnen. Kong: ‘Sinds deze zomer kunnen leden van het topmanagement niet langer vakbondsvertegenwoordiger zijn.’ Het middenkader, de ploegbazen en afdelingshoofden, komen wel nog steeds in aanmerking.
Kong merkt ook nog op dat de wet in China het stakingsrecht niet verbiedt, maar evenmin toelaat. En dan doet hij een opmerkelijke uitspraak: ‘Het zou goed zijn dat de regering hierover transparanter is.’ Waarbij hij duidelijk aangeeft dat het moet gaan in de richting van een erkenning van het stakingsrecht. De vakbond die vraagt om het stakingsrecht: in China is dat eigenlijk groot nieuws.

Droegen bij tot het welslagen van deze reportage:  Yuk Yuk Choi, Sally Choi, Frieda De Koninck, Lieven Descamps, Willie Fung, Jan Jonckheere, April Lai, Apo Leong, Dominique Müller, Alessandro Rolandi, Dirk Uyttenhove, Frank Uytterhaegen, Jessie Van Couwenberghe, Herman Vandevelde, Hilde Van Regenmortel, Kan Wang, X, Feiyang Zeng.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur