Balkanlanden gaan misdaad samen aanpakken

Zeven Balkanlanden gaan samen de strijd aanbinden tegen de georganiseerde misdaad en het terrorisme. Daarmee hopen ze onder meer een goede indruk te maken op de Europese Unie en de Navo. Maar de misdadigers uit de Balkan werken al veel langer grensoverschrijdend samen.
De leiders van Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Macedonië, Montenegro, Servië en Roemenië zijn het in het Servische Karadjordjevo eens geworden gerechtelijke hervormingen, de werking van hun ordediensten, hun veiligheidsbeleid en grenscontroles op elkaar af te stemmen. Er komen ook jaarlijkse bijeenkomsten van de ministers van Justitie en Politie om de samenwerking te evalueren en nieuwe initiatieven op touw te zetten.

Roemenië wordt in januari lid van de Europese Unie, en Kroatië is aan de beurt bij de volgende uitbreidingsronde. De overige landen onderhandelen met de EU over toetreding.

“De doelstelling is nobel”, zegt misdaadanalist Milos Vasic. “Maar het zal jaren duren om het waar te maken. De misdadigers in de regio hebben al jaren geleden hun eigen ‘Europese Unie’ uitgebouwd.”

Vasic en andere experts zeggen dat de Balkan sinds begin de jaren 90 een paradijs voor boeven is. “In Roemenië en Bulgarije implodeerde het communisme, en in voormalige Joegoslavië zorgden de opeenvolgende oorlogen voor rechteloosheid”, zegt Marko Nicovic, een expert op het gebied van grensoverschrijdende misdaad.

Mensensmokkel en drugshandel blijven de belangrijkste bezigheden van de georganiseerde misdaad in de regio. De grenzen worden niet goed gecontroleerd, en ordediensten zijn door en door corrupt.

Aan de kant van de boevenbendes loopt de internationale samenwerking gesmeerd, ondanks de etnische animositeit. Daar zorgen de hoge winstmarges voor. De Servische en de Bulgaarse maffia naar werken naar verluidt nauw samen. Servische en etnisch Albanese bendes in Kosovo zouden het ook goed met elkaar kunnen vinden. Interpol schat dat de drugssmokkel alleen in Kosovo meer dan 80 miljoen euro per jaar oplevert.

“De grenzen zijn een grotere hinderpaal voor de politie dan voor misdadigers”, zegt Nicovic. Maar de toenemende samenwerking tussen de politiediensten van de verschillende landen levert toch al langzaam resultaten op. Volgens Nicovic werden er vijf jaar geleden ongeveer 200.000 vrouwen per jaar door mensenhandelaars door de Balkan gesluisd. “Dat aantal is nu duidelijk gedaald.”

Beter onderzoek leidt nu in Servië bijna dagelijks tot arrestaties van drugskoeriers. Vorige week werd in Belgrado een Peruaan aangehouden die op weg was naar Italië. Hij had 72 pakjes cocaïne in zijn maag. En een Servische journalist werd aangehouden met 3,2 kg cocaïne die hij vanuit Duitsland had meegebracht om in het zuiden van Servië te verkopen.

Servië staat allicht voor de moeilijkste opgave. In de jaren 90 verhief dictator Slobodan Milosevic er gangsterbazen die zich aan zijn kant schaarden tot oorlogshelden. In 2003 werd de hervormingsgezinde premier Zoran Djindjic er nog door gangsters vermoord nadat zijn regering een programma had opgezet voor de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Ook de mogelijke aanwezigheid van terroristen op de Balkan verontrust plaatselijke politici. Bosnië-Herzegovina weet nog niet goed hoe het moet omgaan met de buitenlandse moslims die hun geloofsgenoten tijdens de Bosnische oorlog van 1992 tot 1995 bijsprongen. Onder internationale druk begon Bosnië de toekenning van de Bosniche nationaliteit aan een 1500-tal van die mensen te herbekijken en buitenlanders het land uit te zetten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness