Belgen beschuldigen Filipijnse president van politieke moorden

Een Belgische delegatie heeft tijdens een driedaags congres van een
internationale advocatenassociatie de regering van de Filipijnse president
Gloria Macapagal Arroyo beschuldigd van politieke moorden.
De Internationale Associatie van de Advocaten van de Mensen (IAPL) groepeert
advocaten, juristen en rechtenstudenten. De conferentie ging van 12 tot 16
oktober door in Davao City en had als thema “De rol van advocaten in de
verdediging van de democratische rechten van het volk.” De locatie is niet
toevallig gekozen. Sinds maart 2005 werden al negen advocaten en een rechter
vermoord in de Filipijnen. Bovendien wordt de rechterlijke macht steeds
vaker het slachtoffer van geweld en intimidatie. Vooral
mensenrechtenadvocaten en mensenrechtenactivisten zijn kop van jut. In
augustus 2004 werd de bekende activist Jacinto Rashid Manahan gedood in
Davao City toen hij naar een congres over de doodstraf zou gaan. Zijn dood
staat symbool voor de autoriteiten die falen om de wet en het respect voor
mensenrechten na te leven.

Jo Dereymaeker, een Belgisch lid van de IAPL-delegatie, zei in The Inquirer,
een Filipijnse krant: “Het toont aan dat de Filipijnen één van ‘s werelds
slechtste plaatsen is voor mensenrechtenactivisten. Europa en de rest van de
wereld zouden dit op de voet moeten volgen en moeten reageren.” Volgens haar
verbieden internationale wetten de Filipijnse overheid om geweld te plegen
tegen burgers, om burgers te ontvoeren of om ze te vermoorden. “De
koelbloedige moorden op activisten en onze collega-advocaten lijken deel uit
te maken van het anti-oproerprogramma van de overheid dat geen enkel
verschil maakt tussen strijders en niet-strijders.” Amnesty International
erkent het recht van de overheid om criminaliteit te bestrijden en de
maatschappij te beschermen, maar zegt dat dit nooit ten koste mag gaan van
de mensenrechten.

De Belgische advocaat Rafael Jespers zei tijdens het IAPL-congres dat Europa
erg bezorgd was over het politieke geweld. “Sinds de start van Arroya’s
presidentsschap in 2001 zijn zevenhonderd mensen gedood, dat zijn er tien
per maand”, aldus Jespers in The Inquirer. Ook de verdwijning van
kerkleiders, journalisten en boerenleiders zorgt voor bezorgdheid. De IAPL
houdt de Filipijnse autoriteiten verantwoordelijk voor hun verdwijning.

Voor journalisten zijn de Filipijnen, na Irak, het gevaarlijkste land ter
wereld. Reporters sans Frontières telde dit jaar al negen moorden op
journalisten. Het recentste slachtoffer was Armando Pace, presentator bij
een lokaal radiostation en de 23ste journalist die vermoord werd sinds
Gloria Arroyo aan de macht kwam. Hij was erg kritisch over lokale politici
en bracht verslag uit over drugshandel. Reporters sans Frontières roept de
politie op om de moord te onderzoeken: “Er is een grondig onderzoek nodig om
te ontdekken wie verantwoordelijk was voor de moord en wat de motieven
waren. Indien hij vermoord werd voor iets wat hij op de radio gezegd heeft,
dan moeten de autoriteiten zich mede verantwoordelijk voelen door het
klimaat van straffeloosheid dat ze in de Filipijnen gevestigd hebben.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift