België en de wereld volgens Verhofstadt II

Eerlijke wereldhandel leidt tot een rechtvaardiger wereld, schrijft het regeerakkoord. Die vaststelling klopt, maar hoe breng je haar in de praktijk?
Hoe kijkt de nieuwe Belgische regering naar de wereld? Door een redelijk sociale bril als je het regeerakkoord mag geloven. In het hoofdstuk Een rechtvaardiger wereld noemt de regering de kloof tussen Noord (rijk) en Zuid (arm) immers de oorzaak van zowat alle grote wereldproblemen: armoede, mensenrechtenschending, vervuiling, geweld, terrorisme… Ze vindt het de plicht van elk welvarend land om daaraan iets te doen door middel van een ethisch en voluntaristisch beleid. De verzamelde Noord-Zuidorganisaties hadden het niet beter kunnen zeggen. De vraag is echter hoe de regering die voornemens concreet zal invullen. We overlopen de voornaamste keuzes die ze terzake maakt.
Eén. Paars vindt dat de aanpak van wereldproblemen via de Verenigde Naties moet verlopen. Een duidelijke boodschap aan Bush, Blair en co: wereldproblemen worden opgelost via internationale samenwerking en niet door de sterkste die eenzijdig, zelfs militair, zijn wil oplegt. België wil zijn betrokkenheid bij die multilaterale aanpak vergroten. Het is nog niet duidelijk of daar ook een groter budget zal tegenover staan.
Twee. De regering gelooft in meer hulp aan ontwikkelingslanden: de ontwikkelingssamenwerking moet stelselmatig verhogen tot 0,7 procent van ons inkomen (BBP) in 2010. Als de regering dat echt waarmaakt, ook nu het wat minder gaat, onderscheidt ze zich van al haar voorgangers. Afspraak in 2007: de hulp moet op dat moment minstens 0,55 procent van het BBP (nu 0,42 procent) bedragen om op koers te blijven. Een groter deel van die hulp zal naar Centraal-Afrika gaan, dat een prioriteit blijft voor ons land, en naar landen die veel migranten voortbrengen. Noord-Afrika en de Balkan worden vernoemd. Harde sectoren als infrastructuurbouw en energie uit de ontwikkelingssamenwerking verwijderd na de ABOS-schandalen maken hun rentree. Benieuwd of het principe van de ongebonden hulp dat overleeft, zeker nu een VLD-er met weinig ervaring in deze materie, minister van Ontwikkelingssamenwerking is.
Drie. De regering zegt een actief vredesbeleid te willen voeren door de strikte toepassing van de nieuwe wapenwet. Na de regionalisering van de wapenexportlicenties komt dat niet erg geloofwaardig over. Wie een duidelijk beleid wil voeren op een bepaald gebied, staat de bevoegdheid erover niet meteen af.
Vier. De regering wil de wereldhandel eerlijker maken. Dat wil ze enerzijds door de sociale normen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) beter te doen respecteren, ondermeer door te pleiten voor een structurele band tussen de IAO en de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Anderzijds benadrukt de regering het belang van de volledige uitvoering van de Doha Ontwikkelingsagenda (zie bladzijde 10 van deze MO*) van de WTO. Voor de regering betekent dit vooral dat producten van ontwikkelingslanden makkelijker op onze markten moeten geraken en dat de armen van deze wereld toegang tot geneesmiddelen moeten krijgen. Opvallend: de regering wil dat de tekst van het GATS-akkoord over vrijmaking van handel in diensten wordt herzien zodat openbare diensten als gezondheid, huisvesting en onderwijs definitief uit de onderhandelingen worden gelicht en dus nooit als louter koopwaar kunnen worden beschouwd. Vermits het de Europese Unie is die namens de lidstaten onderhandelt in de WTO, kan zo’n herziening enkel als het WTO-onderhandelingsmandaat dat de lidstaten in 1999 aan de Commissie verleenden, wordt herzien. Ondertussen heeft België dit al voorgesteld. Insiders achten de kans klein dat andere lidstaten hierop ingaan.
Dit luik over eerlijke handel onthult enige ngo-invloed. Immers, zowel de vraag naar meer aandacht voor sociale normen als de herziening van het GATS-akkoord en het WTO-onderhandelingsmandaat van de EU staan in de eisenbundel die milieubeweging, ontwikkelings-ngo’s en vakbonden opstelden naar aanleiding van de WTO-top in Cancun. Naar verluidt was het informateur di Rupo die de GATS-passage in het regeerakkoord sluisde. De fundamentele vraag van de ngo’s of meer vrijhandel wel altijd in het voordeel is van ontwikkelingslanden, geraakte dan weer niet in het regeerakkoord.
Hoe dan ook, in het concert van westerse regeringen speelt Verhofstadt II met deze basisoriëntaties ongetwijfeld de progressieve partituur. Al lijkt paars, na de regionalisering van de wapenlicenties, nu al minder principieel dan de paarsgroene voorganger. De komende jaren kunnen duidelijk maken of groen een verschil maakte in het buitenlandbeleid. Dat beleid zal dit keer nog meer door minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel worden gedomineerd. Het regeerakkoord wijst hem met noodhulp en conflictpreventie al twee stukken uit het budget ontwikkelingssamenwerking toe, en ook buitenlandse handel hoort kennelijk bij Michels winkel.
Dat bleek toen we minister van Buitenlandse Handel, Fientje Moerman (VLD), om commentaar vroegen bij de top van de Wereldhandelsorganisatie in Cancun. Na enig aarzelen werden we naar het kabinet Michel doorgestuurd. Internationaal komt Michel wel wat verzwakt op het ijs. Vooral omdat hij zich een paar keer misrekende onder Verhofstadt I - denk aan de genocidewet en de Amerikaanse wapentransporten -en omdat hij niet goed ligt bij de VS. Daardoor zal hij wellicht voorzichtiger optreden. Het is dan ook afwachten of er op het terrein veel zichtbaar blijft van de mooie basisprincipes.

Cancun, de NGO’s en het VBO


De ngo’s hebben de naam zwaar te wegen op het publieke debat over wereldhandel. Zo te zien hebben ze met hun eisenbundel rond de WTO-top van Cancun ook gewogen op het regeerakkoord. Toch blijft dat erg relatief als je de verlanglijstjes van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en de ngo’s naast de standpunten legt die de Europese Unie namens België bij de WTO verdedigt.
Het VBO wil vooral dat de WTO-leden in Cancun hun engagement van Doha herbevestigen en een nieuwe dynamiek inzake vrijmaking van handel op gang brengen. Meer specifiek wil het VBO meer markttoegang voor industriële producten en voor diensten. De twee andere prioriteiten zijn vereenvoudiging van het handelsverkeer (meer transparantie en voorspelbaarheid in douane- en andere procedures) en het tot stand brengen van een investeringsakkoord. Al deze eisen horen tot de prioriteiten van de Europese Unie.
De ngo’s willen dat er geen nieuwe grote engagementen meer komen zolang de impact van het laatste vrijhandelsakkoord, dat van de Uruguayronde in 1995, niet is onderzocht. De EU daarentegen streeft een maximale onderhandelingsagenda na. Het opwaarderen van sociale en ecologische rechten is een ngo-eis waar de EU achter staat, zonder haar hard te maken. Andere ngo-eisen liggen moeilijk bij de EU: een grondige herziening van het TRIPs-akkoord over intellectuele eigendomsrechten en een brede interpretatie van wat de ‘bijzondere en gedifferentieerde behandeling’ van ontwikkelingslanden in de WTO moet inhouden. (jvd)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift