Belgisch milieubeleid moet beter (Oeso)

België heeft de afgelopen acht jaar veel ondernomen tegen milieuvervuiling en voor de bescherming van onze felgeplaagde natuur. Om de zware milieuzonden uit het verleden weg te werken en echt op het pad van duurzame ontwikkeling te raken, moeten de Belgische beleidsmakers het nog beter doen. Dat zegt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) in een vandaag (26 maart) gepubliceerd rapport.
Luchtvervuiling, ontoereikende waterzuivering en vervuiling van het grondwater door de landbouw: dat zijn drie van de grootste uitdagingen die de Oeso ziet. De organisatie vindt dat België meer gebruik moet maken van heffingen en belastingen om het gedrag van burgers en bedrijven te sturen. Dat zou met name de transportsector milieuvriendelijker kunnen maken en het energieverbruik omlaag halen.

De dertig lidstaten van de Oeso, de rijkste landen van de wereld, laten hun milieuprestaties geregeld doorlichten door andere leden van de organisatie. Voor België namen experts uit Duitsland, IJsland en Mexico vorig jaar de vooruitgang sinds de eerste evaluatie in 1998 onder de loep. Ze vinden lovende woorden voor iedereen: de regering, regionale en lokale besturen, bedrijven en burgers, maar besluiten toch dat er nog veel werk aan de winkel is.

België doet het echt wel beter dan in 1998, geven de experts van de Oeso toe. Het land geeft steeds meer geld uit aan milieucontrole en de bestrijding van vervuiling, in het totaal 1,7 procent van het bruto binnenlands product. Beleidsmakers beschermen meer kwetsbare of waardevolle gebieden, voeren een uitgekiender milieubeleid en gebruiken een ruimere mix van beleidsinstrumenten, van gedetailleerde wetten en regels over taksen en premies tot informatiecampagnes en vrijwillige verplichtingen van bedrijven.

Daarmee betaalt België slechts een deel van zijn opgestapelde “ecologische schuld” terug, zegt de Oeso. In vergelijking met de buurlanden blijven Belgische bedrijven en gezinnen relatief veel energie en grondstoffen gebruiken en veel vervuilende stoffen uitstoten. België moet zijn milieubescherming en de bestrijding van de vervuiling opvoeren en kostefficiënter maken. Dat betekent onder meer dat beleidsmakers vaker kosten-batenanalyses moeten maken van beleidsmaatregelen. Bedrijven moeten de lat hoger leggen bij vrijwillige verplichtingen. En België moet resoluut optreden tegen het verdere verlies van groengebieden en dieren- en plantensoorten.

In het totaal geven de experts van de Oeso geven België niet minder dan 47 gedetailleerde aanbevelingen mee om beter te doen. Om de luchtkwaliteit verder te verbeteren, moet België onder meer bijkomende maatregelen nemen tegen de uitstoot van stofdeeltjes en tegen ozonpieken. De uiteenlopende regelingen op transportvlak worden best gecoördineerd in een nationaal transportplan. Een beleid van heffingen en taksen moet de milieukosten van de gekozen vervoersmiddelen in rekening brengen. Tenslotte moet overal worden gehamerd op een meer efficiënte omgang met energie, vooral in de bouwsector.

Nog grotere inspanningen zijn er nodig om de Belgische waterlopen en grondwatervoorraden properder te maken. In 1998 was iets meer dan een kwart van de Belgische gezinnen aangesloten op een waterzuiveringsinstallatie; intussen is dat aandeel gestegen tot 46 procent. Dat betekent dat er nog altijd zwaar geïnvesteerd moet worden in nieuwe installaties om de rest van het afvalwater te behandelen.

De intensieve landbouw is nog een groter probleem: België heeft nog altijd geen afdoende antwoord gevonden op de grote hoeveelheden nitraten en pesticiden die in het grondwater terechtkomen en loost nog altijd teveel vervuilende stoffen in de Noordzee. Weinig Oeso-landen doen slechtere waarden optekenen.

De Oeso-experts hebben lof voor de Belgische inspanningen om de zorg voor het milieu te integreren in het economisch beleid, maar vinden dat het land daarin nog verder kan gaan. België moet ook dringend werk beginnen te maken van een groene belastinghervorming, zoals de Oeso al in 1989 had aanbevolen. Dat houdt onder meer in dat de economische en ecologische effecten van heffingen, belastingen en premies tegen elkaar wordt afgewogen. Belastingverminderingen die echt schadelijk uitdraaien voor het milieu, moeten verdwijnen.

De Oeso moedigt België ook aan om nog meer aandacht te besteden aan de band tussen milieu en volksgezondheid. Er is meer onderzoek en een doorgedreven controle van alle bedreigende factoren nodig en België moet ook prioriteiten vastleggen. Fijn stof in de lucht, ozonpieken, lawaai en de hoge hoeveelheden nitraten en pesticiden in het grondwater lijken alvast enkele van de meest prangende problemen.

Ten slotte moet België er ook voor zorgen dat het zijn internationale verplichtingen nakomt. De Oeso oordeelt onder meer dat België te veel mikt op de aankoop van uitstootkredieten om zijn verplichtingen in verband met het protocol van Kyoto na te komen. België kan nochtans zelf nog veel ondernemen om zijn uitstoot aan broeikasgassen terug te dringen. De meeste buurlanden doen het nu al veel beter.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift