Clandestiene arbeidsmigranten in België

Tienduizenden arbeidsmigranten zonder papieren zijn in ons land aan de slag. In ruil voor wat snel geld of noodgedwongen op zoek naar een ander leven. De clandestino’s opereren in de meest duistere hoeken van onze arbeidsmarkt waar het risico op uitbuiting en rechteloosheid groot is. Niet iedereen legt zich daar bij neer.
Lees ook onderaan het kaderstukje ‘Van dienstbode tot huisslaaf’
De Belgische zwarte economie is vandaag goed voor zo’n 20 procent van onze arbeidsmarkt. In de bouw en de horeca ligt dat gemiddelde een stuk hoger en de Belgische schoonmaaksector alleen al zou goed zijn voor 200.000 zwartwerkers. De cijfers komen van de Oostenrijkse onderzoeker Friedrich Schneider, officiële cijfers van het fenomeen bestaan niet.
Wat in deze zwarte zone het aandeel is van arbeiders zonder een wettelijke verblijfsvergunning, blijft giswerk. Horeca-Chinezen, Filipijnse huishoudsters, Poolse havenarbeiders, Roemeense en Braziliaanse bouwvakkers, aardbeiplukkend sikhs, het zijn de “bekende” arbeidsmigranten. Maar het aanbod van de illegale tewerkstellingsplaatsen groeit en de diversiteit aan nationaliteiten die er tewerkgesteld worden, gaat steeds breder. Vooral buitenlandse economische gelukszoekers zijn bereid een hondenjob te doen tegen bedellonen -zonder verblijfsvergunning of arbeidskaart, laat staan een contract, zonder te weten voor wie ze werken.
De clandestiene arbeidsmarkt kent een verbazend goede organisatie van tewerkstellingsnetwerken, met eendagsinterimkantoren en een doorschuifsysteem van onderaannemers. Het andere hoofdkenmerk van de sector is de afwezigheid van rechten. Veel te lange werkdagen, korte of onbestaande rustpauzes, te zware arbeid, onbetaalde arbeidsuren, dumpingprakijken na arbeidsongevallen, het zijn geen uitzonderingen op de illegale werkvloer. Wie daar problemen mee heeft, kan opstappen: er zijn nog duizenden wachtende sans-papiers na u.

Mensen moeten eten


‘In het begin betaalde mijn baas me dagelijks uit, daarna pas na twee dagen en gaandeweg talmde hij meer en meer met uitbetalen. Zo rolde ik in het systeem’, vertelt Edino, een Braziliaan die gedurende drie maanden bouwwerven schoonmaakte. ‘Als ik dreigde weg te gaan, hield hij me aan het lijntje door me kleine voorschotten te geven en door me de facturen te tonen die nog aan hem betaald moesten worden. Na drie maanden was hij me 1600 euro schuldig. Ook anderen moet hij geld. De meesten gaan weg, zonder aanspraak te maken op hun onbetaalde loon, uit angst. En dan begint hij gewoon opnieuw.’ Uiteindelijk dreigde Edino ermee naar de sociale inspectie te stappen als zijn baas zijn achterstallige loon niet betaalde. Maar die was niet onder de indruk. ‘Hij antwoordde dat hij dan met deze handel zou stoppen en voor 5000 euro een nieuw bedrijf zou starten.’ Edino liet zich niet intimideren en zette toch de stap om hulp te vragen: hij eist zijn loon èn wil een einde maken aan de straffeloosheid van zijn baas.
‘In de wereld van clandestienen en mensen zonder papieren is het aspect werk het minst gekend, terwijl het juist de enige manier is om er te overleven’, zegt Sabine Craenen van de Belgische Organisatie voor Clandestiene Arbeidsmigranten OR.C.A, die Edino’s dossier opvolgt. ‘Wie wil eten, moet werken, en bij gebrek aan verblijfspapieren moet dat dus illegaal. We moeten die mensen informeren over hun rechten, hen vertellen wat ze niet hoeven te pikken. Wanneer ze aan mijn deur staan, vooral met de klacht dat hun loon niet is uitbetaald, is het vaak te laat. Meestal hebben ze er niet aan gedacht bewijzen te verzamelen van waar en met wie ze gewerkt hebben. Dat is nochtans belangrijk, want via moeilijk traceerbare constructies zoals onderaanneming en doorschuifsystemen van werkplaatsen, dekken werkgevers zich goed in. Als je niet weet voor wíe je hebt gewerkt, is het onmogelijk te bewijzen dàt je gewerkt hebt.’  

Geen papieren, wel rechten


Kan een werknemer de relatie met zijn werkgever aantonen, dan heeft hij recht op loon, ook al verblijft hij illegaal in het land. Wie voor een werkgever werkt, heeft een feitelijke arbeidsovereenkomst, en dus ook rechten zoals het wettelijke minimumloon, stelt OR.C.A. Dat recht op loon vervalt niet als de illegale verblijver uitgezet wordt. Al is de uitbetaling dan vaak moeilijk te realiseren. ‘Als de rechthebbende niet terug te vinden is, wordt het geld in de Belgische consignatiekas (die gelden voor onbekende rechthebbenden bewaart, nvdr.) gestort’, zegt een inspecteur sociale wetten die anoniem wenst te blijven.
‘Recent werd een Ivoriaan, die hier clandestien als fruitplukker werkte, bij een arbeidscontrole opgepakt en het land uitgezet, terwijl hij nog maanden loon tegoed had’, vertelt Bart Vannetelbosch van de ACV-vakcentrale Voeding en Diensten. ‘Via de lokale werkgeversorganisatie hebben we onderhandeld dat die man toch nog zijn centen ontving.’
Een uitgezette illegaal opsporen om zijn achterstallige loon vooralsnog uit te betalen, is een bijna onmogelijke opdracht. Daarom pleit OR.C.A. voor het omkeren van die logica. ‘Zonder loon, geen uitzetting’, is hun standpunt. Het verhaal van de Ivoriaanse fruitplukker legt de vinger op een zere wonde. ‘Inspecteurs die sociale fraude moeten bestrijden en de naleving van de sociale wetten op de arbeidsvloer moeten controleren, worden vaak eerder ingezet als vreemdelingenpolitie’, stelt Sabine Craenen. De drang om illegalen op te pakken staat de sociale rechtsregels in de weg, vindt OR.C.A. Sinds 2003 werken verschillende federale en arrondissementsgebonden inspectiediensten wettelijk samen in de strijd tegen illegale arbeid en sociale fraude. Ook inspecteurs die toezicht houden op de sociale wetten, zijn volgens het gerechtelijk wetboek verplicht de politiediensten te verwittigen wanneer ze bij een arbeidscontrole arbeiders zonder papieren aantreffen. Dat werkt soms tegenstrijdig, zegt de inspecteur sociale wetten. ‘De koppeling van deze bevoegdheden mag niet ten koste gaan van de controle op de loon- en arbeidsvoorwaarden bij werkgevers. Als je ziet tegen welke belachelijk minimale voorwaarden sommige mensen werken, is die meldingsplicht soms echt een dilemma.’

Angst beschermt werkgever


OR.C.A. geeft sinds kort een rechtengids uit voor arbeidsmigranten zonder papieren. Met deze toegankelijke brochure wil ze mensen overtuigen misbruik aan te pakken. Dat is niet makkelijk, zegt Craenen. ‘Het is vooral de angst die mensen tegenhoudt. Wanneer clandestiene arbeiders op hun rechten willen staan, lopen ze het risico het land uitgezet te worden en alles te verliezen waarvoor ze geknokt hebben.’
Malafide werkgevers teren op die angst, want het risico dat illegalen hun beklag gaan doen bij de autoriteiten is behoorlijk klein. De werkgevers zijn ook niet onder de indruk van de boetes die ze riskeren wanneer ze betrapt worden. Die zijn te laag tegenover de winst die ze opstrijken wanneer ze goedkope en hardwerkende -illegale- arbeiders tewerkstellen.
Volgens de sociale inspecteur is strafrechtelijke vervolging beperkt bij inbreuken op loon- en arbeidsvoorwaarden. ‘Wordt er een proces verbaal opgemaakt, dan varieert het te betalen bedrag tussen 20 en 50 euro per inbreuk. Een Nederlands interimkantoor in de Antwerpse haven betaalde lonen van 7,5 euro aan arbeiders zonder arbeidsvergunning die vooral uit de nieuwe Europese lidstaten kwamen, terwijl het minimumloon 13,14 euro is. Zo’n bureau ligt er niet wakker van dat het een boete van 20 euro per hoofd moet betalen, nadat het maandenlang van goedkope arbeid heeft geprofiteerd.’

Clandestino, sta op


Zowel de christelijke vakbond ACV als de socialistische ABVV werkten mee aan de OR.C.A.-rechtengids voor clandestiene arbeidsmigranten. ‘Vanwege de vragen die we kregen naar bemiddeling voor illegale arbeiders en de noodzaak om als vakbond gerichte dienstverlening te geven, beschouwen we deze werknemers nu als een specifieke doelgroep. Illegaal of niet, het zijn werknemers. Zij kunnen -als ze lid worden- ook aanspraak maken op onze eerstelijnshulp en onze juridische diensten’, zegt Johan Stassen, nationaal ACV-verantwoordelijke voor het project Diversiteit. De hulp aan werknemers zonder papieren is een gevoelige kwestie, want niet alle militanten hebben dezelfde visie op het probleem. Clandestiene arbeiders worden nogal eens verward met zwartwerkende “profiteurs” die na hun uren bijklussen. Maar globaal genomen is er toch een solidair standpunt, zegt Stassen.
‘Wij krijgen via OR.C.A. of andere organisaties dossiers doorgeschoven van clandestiene arbeidsmigranten’, zegt Bart Vannetelbosch van de ACV-vakcentrale Voeding en Diensten. ‘De meeste klachten gaan over het loon en hebben betrekking op de land- en tuinbouw of de schoonmaak- en voedingsbedrijven, waar illegale arbeid geen uitzondering is.’ Wanneer clandestiene arbeiders bij de vakbond terechtkomen, tracht die eerst met de werkgever tot een minnelijke schikking te komen.
Als onderhandeling niet helpt, gaan de vakbonden -eerder uitzonderlijk, en als het dossier het toelaat- over tot juridische stappen. Dat blijkt evidenter bij arbeidsongevallen dan bij problemen met lonen en vergoedingen. Zo trok ACV naar de rechtbank met Basile Caisin, de  Moldavische bouwwakker die voor dood werd achtergelaten na een arbeidsongeval in Aalst. De nalatige aannemer werd veroordeeld tot een jaar cel en een geldboete. Het ABVV verwacht rond deze tijd een uitspraak in de zaak van een illegale Marokkaanse arbeider die op een Antwerpse bouwwerf slachtoffer werd van een arbeidsongeval. Het was de eerste keer dat het ABVV met een dossier van een illegaal naar de arbeidsrechtbank trok.

(On)berekend risico


Het zou fout zijn om al deze illegale arbeiders te bekijken of te behandelen als hulpeloze slachtoffers. Dat zegt ook Liesbet Polspoel, straathoekwerkster bij de Braziliaanse gemeenschap in Sint-Gillis, die Edino en zijn gevecht met de niet-betalende werkgever kent. ‘Veel Brazilianen die hier clandestien werken, komen bewust naar Europa om een aantal jaar geld te verdienen in de illegaliteit. Ze weten waar ze aan beginnen, al kunnen ze de consequenties vaak niet helemaal inschatten. Edino heeft een tijd goed verdiend, maar in een rechteloze situatie loop je snel het risico slachtoffer te worden.’
Van die kwetsbaarheid krijg je de meest extreme vormen te zien in opvanghuizen voor slachtoffers van mensenhandel, zoals Pag-Asa in Brussel. Coördinatrice Heidi De Pauw bevestigt het verhaal van Polspoel: ‘ook de slachtoffers van mensenhandel zijn niet allemaal Sneeuwwitjes. Steeds meer mensen die we over de vloer krijgen, weten wat ze doen, ook de vrouwen die in de prostitutie stappen. Het gaat om mensen die bewust hun familie en land verlaten om hier te werken en geld naar huis te kunnen sturen. Waar ze geen besef over hebben, zijn de omstandigheden waarin ze zullen werken. We hadden vorig jaar een zaak met twee Poolse jongens die overdag in de bouw werkten en ‘s avonds werden opgesloten in een depot met chemische middelen. Terwijl seksuele uitbuiting stagneert, zien we dat economische uitbuiting in de lift zit.’   

Van dienstbode tot huisslaaf

‘Als je ‘s morgens het openbaar vervoer naar de rand rond Brussel neemt, zie je de Braziliaanse huishoudsters naar hun “werk” vertrekken’, zegt straathoekwerkster Liesbet Polspoel. Vaak gaat het om illegaal huispersoneel, tewerkgesteld bij welgestelde tweeverdieners. Vier jaar geleden stelden Welzijnszorg en de Koning Boudewijnstichting de uitbuiting van deze kwetsbare groep door buitenlandse diplomaten al aan de kaak.

Intussen werd voor huispersoneel een paritair comité opgericht, waardoor er niet langer sprake is van een uitzonderlijk statuut en het makkelijker wordt om te onderhandelen met de werkgever. De Dienst Protocol bij Buitenlandse Zaken is ook alerter geworden voor de problematiek. Maar het fenomeen van illegaal huispersoneel bestaat nog steeds, zeggen diverse organisaties. Volgens Polspoel zit het aanwerven van illegaal personeel bij welgestelde gezinnen zelfs in de lift.

Gerrit Jappens, juridisch adviseur bij het Brusselse ACV-verbond, volgt twee juridische dossiers op die betrekking hebben op huispersoneel. Eén dossier betreft een Filipijnse vrouw die voor een Britse diplomaat werkte. Zij kreeg onder meer haar loon niet uitbetaald en moest, toen ze weg wou, zelf haar vervanging regelen en betalen. Tegen de diplomaat werd een verstekvonnis uitgesproken voor het niet betalen van lonen en opzeg. Hij tekende verzet aan, en Jappens verwacht nog in 2007 een uitspraak. Jappens is gematigd optimistisch omdat het verstekvonnis door de Arbeidsrechtbank aantoont dat die niet ongevoelig is voor de problematiek van clandestiene arbeiders.

Het dossier zou een doorbraak kunnen betekenen, hoopt Jappens. Bij het tweede dossier is de werkgever -een Turkse diplomaat die evenmin loon uitbetaalde- spoorloos verdwenen achter het gordijn van diplomatieke onschendbaarheid. ‘Het gaat om een Filipijnse vrouw die vier jaar wachtte om hiermee naar buiten te komen. Ze werkt intussen clandestien als huishoudster bij een andere werkgever. Het dossier is zwak. Zelfs als we die diplomaat vinden -binnen de vijf jaar na de laatste arbeidsovereenkomst met de huishoudster- kan de procedure nog een aantal jaar aanslepen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur