Daling grondstofprijzen kost arme landen miljarden

Volgens het nieuwe VN-rapport ‘World Commodity
Trends and Prospects’ is het prijsniveau van sommige grondstoffen gezakt
tot het peil van begin de jaren zeventig. Sinds 1997 is de prijsdaling voor
sommige producten zoals koffie, katoen en suiker - echt dramatisch, met
zware economische verliezen en stijgende armoede in de ontwikkelingslanden
tot gevolg. De cyclische aard van de grondstoffenmarkt en de
landbouwsubsidies van de rijke landen verergeren de effecten nog.


De zwaarst getroffen landen liggen in Afrika: zij halen het grootste deel
van hun inkomsten uit de uitvoer van grondstoffen. Burkina Faso en Mali
zijn afhankelijk van katoen, Ghana rekent op cacao en goud, Kenia en Malawi
op thee, en Ivoorkust op cacao en katoen. De gecombineerde prijsindex voor
alle grondstoffen is sinds 1997 gedaald met een zesde in reële termen en
met een vierde in de huidige dollar. Prijzen voor tropische dranken -
waaronder thee en koffie - zijn gehalveerd. Andere landbouwproducten
brengen een derde minder op, terwijl metalen en mineralen een vijfde minder
waard zijn. Van een aantal producten - zoals cacao, suiker en rubber - is
de prijs tussen 1998 en 2000 scherp gedaald, maar nadien gelukkig weer
gestegen.

Voor de International Coffee Organisation (ICO) ligt het probleem niet
enkel bij de dalende prijzen, maar ook bij de groeiende kloof tussen het
bedrag dat de producent ontvangt en het bedrag dat de consument dient te
betalen. Zo kregen koffieproducerende landen eind jaren tachtig nog tien
tot twaalf miljard dollar voor koffie die op de Amerikaanse markt voor
dertig miljard dollar werd verkocht. Vandaag vangen de producenten bij een
detailverkoop van zeventig miljard dollar slechts een bedrag van vijf en
een half miljard dollar. Volgens het VN-rapport is zowat zeventig procent
van de koffieproductie in handen van kleine boeren, voor wie de
prijsdalingen extra hard aankomen. De koffieteelt voorziet ook in heel wat
arbeidsplaatsen: in Nicaragua bijvoorbeeld tekent koffie voor veertig
procent van de jobs in de landbouwsector. De instorting van de
wereldkoffieprijs treft 125 miljoen mensen. De gevolgen voor de armoede
zijn dan ook catastrofaal.

De meeste landen die getroffen worden door de prijsdalingen zijn economisch
erg kwetsbaar en ondergaan een dubbele bedreiging. Aan de ene kant dienen
zij de daling van hun inkomsten te verwerken - waardoor hun
invoercapaciteit beperkt wordt - en aan de andere kant worden zij getroffen
door snelle prijsstijgingen van importgoederen zoals olie. Het rapport
geeft het voorbeeld van Ghana, dat vooral cacao en goud uitvoert en olie
invoert. Tussen 1998 en 2000 daalden cacao- en goudprijzen met
respectievelijk 47 en 5 procent, terwijl de olieprijs met 116 procent
steeg. Die situatie keerde in 2001-2002, toen de cacaoprijs met 76 procent
steeg en de olieprijs met 15 procent daalde. Het rapport noemt het beheer
van zulke cycli een enorm belangrijke macro-economische taak.

Indien de prijzen voor koffie, suiker en katoen in 1998 stabiel waren
gebleven, hadden de producerende landen de jaren nadien respectievelijk 19
miljard dollar, 1,4 miljard dollar en 1 miljard dollar meer verdiend dan nu
het geval was. Dat zegt de VN-Conferentie over Handel en Ontwikkeling
(UNCTAD). Verscheidene factoren zijn oorzaak van de recessie in de
grondstoffenmarkt: het overaanbod, de zwakke dollar, en de inkrimping van
de vraag wegens de vertraging in de wereldeconomie.

Voor het overaanbod op de wereldmarkt dragen de rijke landen volgens het
rapport een grote verantwoordelijkheid: de landbouwsubsidies in de
geïndustrialiseerde landen trekken de wereldhandel helemaal scheef. In juni
tekende de Amerikaanse president George W. Bush een nieuwe wet die de
komende 10 jaar 180 miljard dollar subsidies opzij zet voor de Amerikaanse
boeren die de wereldmarkt overspoelen met goedkope maïs, graan, rijst en
sojabonen. Deze producten worden dankzij de subsidies tegen de helft van de
werkelijke productieprijs verkocht, wat tot kunstmatig lage prijzen leidt.
Ook de Amerikaanse suikerboeren halen de helft van hun inkomen uit
staatssteun, waardoor ze sinds de jaren tachtig voor hun suiker twee en een
halve keer de wereldmarktprijs ontvangen. Ook de Europese Unie draait de
subsidiekraan al jaren kwistig open. Het VN-rapport is dan ook erg kritisch
voor de industrielanden: het overaanbod dat leidt tot dramatische
prijsdalingen moet eindelijk worden aangepakt”. Verder dient de
internationale gemeenschap ook maatregelen te nemen om de markttoegang voor
ontwikkelingslanden te vergemakkelijken en protectionistische obstakels
eindelijk uit de weg te ruimen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift