De Decker zoekt "nieuwe roepingen"

Wat zou jij doen als je minister van Ontwikkelingssamenwerking was? Met die vraag eindigt de tentoonstelling over vijftig jaar Belgische ontwikkelingssamenwerking die vanaf 13 september te bezoeken is in Brussel en vooral zoekt naar “nieuwe roepingen” bij jongeren. Een tentoonstelling met een zachte kritische noot over ontwikkelingssamenwerking zelf - althans over de “trial and error” uit het verleden.
Voor jongeren tussen de 14 en 18 jaar zit de kans erin dat ze een van de volgende maanden een schooluitstap naar de Belgische ontwikkelingssamenwerking zullen maken. Zij zijn het voornaamste doelpubliek van de organisatoren van de tentoonstelling “Fifty Fifty Noord/Zuid”. Minister van Ontwikkelingssamenwerking Armand De Decker had het bij de opening op 12 september zelfs over “nieuwe roepingen aanwakkeren”.

Het slot van de tentoonstelling in de Espace Jacqmotte, aan de voet van het Brusselse Justitiepaleis, maakt onder meer reclame voor Vrijwillige Dienst bij de Belgische Ontwikkelingssamenwerking die jaarlijks zo’n honderd vrijwilligers naar een van de partnerlanden van de Belgische bilaterale samenwerking wil sturen - een project dat vanuit de ngo-sector nogal wat kritiek kreeg. Daarnaast is er aandacht voor andere mogelijkheden voor Belgen in het buitenland.

Maar “roepingen” zonder te verhuizen zijn ook mogelijk: hier krijgt de bezoeker de vraag hoe hij reageert in de buurt van luidruchtige, allesoverheersende drommen toeristen die weinig respect tonen voor de natuur en de lokale bevolking, daar kan je een petitie tegen clusterbommen tekenen of word je opgeroepen een wereldwinkel te beginnen op je school. En helemaal op het einde kan je plaatsnemen op de rode stoel, de camera starten en in één minuut - het lijkt meteen een mediatraining - zeggen wat jouw ideeën zijn als minister van Ontwikkelingssamenwerking. Je bijdrage wordt meteen opgenomen in de videoreeks die ernaast continu loopt.

Witte olifanten present

Om de inspiratie op te wekken, voorziet het eerste gedeelte van de tentoonstelling over vrij veel tekstinformatie over de thema’s en methoden van ontwikkelingssamenwerking, een voorstelling van een project in Vietnam vanuit het gezichtspunt van een coöperant en een aantal portretten van coöperanten uit België en de partnerlanden. Bij binnenkomst botst de bezoeker op een reeks grote kleurenfoto’s met cynische bijschriften. ‘Extralegale voordelen?’, staat er bij een opname van arbeiders die wonen én werken in een overvol textielatelier in Bangladesh. ‘Nieuw speelgoed?’ bij een kind uit Zuid-Soedan dat lachend een (echt) geweer in de lucht steekt.

Ook zelfkritiek wordt niet volledig geschuwd: er wordt bijvoorbeeld gewag gemaakt van de “witte olifanten” - volgens het betreffende paneel infrastructuurprojecten uit het verleden die hun doel misten en onder de trial and error van ontwikkelingssamenwerking vallen. “Het is door lessen te trekken uit het verleden dat het Ontwikkelingscomité van de OESO vandaag de goede praktijken van de toekomst kan vastleggen”, staat eronder.

“We hebben impliciet willen meegeven dat er in het verleden vaak is gewerkt vanuit een slogan - terwijl er voor de ongelijkheid tussen Noord en Zuid niet één antwoord bestaat, en zeker geen antwoord dat uit één enkele sector komt”, zegt de rector van de ULB, de antropoloog Pierre de Maret. Hij is commissaris van de tentoonstelling en stond aan het hoofd van de werkgroep uit de diverse sectoren die de inhoud vastlegde. Kritiek op het heden ontbreekt, geeft hij toe.

In ons eigen belang

“Onze aanpak is nu echt heel anders dan in het verleden - nu bepalen mensen uit het Zuiden zelf de prioriteiten”, zei minister De Decker bij de vernissage op 12 september, in aanwezigheid van prinses Astrid. Volgens De Decker denken bovendien teveel mensen dat ontwikkelingssamenwerking inhoudt dat rijke mensen geven aan arme mensen. “Het gaat nu veel verder dan dat. In een geglobaliseerde wereld heeft ontwikkelingssteun ook een politieke impact.”

“Het Noorden heeft ook belang bij meer evenwicht tussen Noord en Zuid”, knikt de Maret. “Migratie weerspiegelt de globale ongelijkheid. Niemand migreert voor zijn plezier - om migratie af te remmen moeten de levensomstandigheden van mensen in het Zuiden verbeteren.”

Minder opvallend in de tentoonstelling is dat 45 procent van de Belgische ontwikkelingssamenwerking momenteel gaat naar programma’s in samenwerking met de Verenigde Naties en andere internationale instellingen, en naar programma’s van de Europese Unie.

Twintig procent wordt besteed via ngo’s, universiteiten, wetenschappelijke instellingen of vzw’s, en 15 procent betreft samenwerking tussen de Belgische regering en de regeringen van de zogenaamde partnerlanden. In Afrika zijn dat Marokko, Algerije, Senegal, Mali, Niger, Benin, Oeganda, Rwanda, Burundi, de Democratische Republiek Congo, Kenia, Mozambique en Zuid-Afrika. In Latijns-Amerika gaat het om Ecuador, Peru en Boliva, in Azië om Vietnam en in het Midden-Oosten om de Palestijnse Gebieden. Tien procent gaat naar speciale programma’s zoals humanitaire hulp en nog eens 10 procent naar “andere activiteiten” zoals schuldkwijtschelding.

11.11.11 haalde eerder deze maand uit naar De Decker omdat hij de lijst met partnerlanden voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking wil wijzigen (voor de derde keer in zes jaar) en uitbreiden met onder meer Libanon en Afghanistan. 11.11.11 vreest dat het vooral de bedoeling is de kosten voor de vredesmachten in Afghanistan en Libanon, of een deel ervan, op de begroting ontwikkelingssamenwerking af te rekenen - in hun ogen vervuiling van het budget van Ontwikkelingssamenwerking.

Het budget van de Belgische ontwikkelingssamenwerking - nog steeds een veel groter bedrag dan dat van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking - bedraagt momenteel 0,41 procent van het bruto nationaal inkomen - terwijl het streefcijfer opgelegd door de Verenigde Naties 0,70 procent bedraagt.

Maar De Decker wil het vooral optimistisch bekijken: in absolute bedragen is België momenteel de tiende of elfde actor ter wereld wat betreft het geld dat naar ontwikkelingssamenwerking gaat. En ook kwalitatief doen we het goed, zegt althans de Maret. “Er is niets dat me zo enerveert als de overdreven bescheidenheid van België over wat het doet op vlak van ontwikkelingssamenwerking.” IPS

www.expo5050.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness