De impact van 11 september op de Vlamingen

11 september is nog lang niet voorbij. Uit een exclusieve MO*enquête blijkt dat Vlamingen, sinds die fatale dag in 2001, anders aankijken tegen thema’s als veiligheid, multiculturele samenleving, islam, internationale samenwerking en de rol van de Verenigde Staten in de wereld. Mark Elchardus, Sami Zemni en Rik Coolsaet geven commentaar bij de cijfers.
  • 56 procent van de Vlamingen voelt zich minder veilig sinds 11 september
  • 38 procent van de Vlamingen vindt dat het samenleven tussen autochtonen en allochtonen de voorbije jaren verbeterd is. 39 procent is het daarmee niet eens
  • 73 procent van de Vlamingen zegt in hun eigen leven geen overlast te ervaren, veroorzaakt door allochtonen
  • 21 procent van de Vlamingen laat zijn houding tegenover allochtonen eerder bepalen door de AEL van Abou Jahjah dan door 11 september. 60 procent is het daarmee niet eens
  • 31 procent van de Vlamingen vindt dat wettelijke migratie toegelaten moet worden, aangezien illegalen vatbaarder zijn voor extremisme en criminaliteit
  • 55 procent van de Vlamingen is tegen stemrecht voor iedereen die in België woont en er belastingen betaalt (ook al heeft hij niet de Belgische nationaliteit), 36 procent is vóór
  • 34 procent van de Vlamingen staat sinds 11 september negatiever tegenover de islam
  • 71 procent van de Vlamingen zegt dat ze zich na 11 sqeptember niet méér geïnformeerd hebben over de islam
  • 53 procent van de Vlamingen vertrouwen de berichtgeving over de islamitische wereld niet
  • 45 procent van de Vlamingen is niet akkoord met de stelling dat de islam een godsdienst van vrede en verdraagzaamheid is, gebaseerd op een fundamenteel repect voor de mensenrechten
  • 70 procent van de Vlamingen wil dat de overheid strenger optreedt tegen elke uiting van religieus extremisme
  • 45 procent van de Vlamingen staat vandaag negatiever tegenover de VS dan twee jaar geleden
  • 53 procent va de Vlamingen gelooft niet dat de VS in landen als Irak en Afghanistan de democratie hersteld hebben
  • 68 procent van de Vlamingen is ervan overtuigd dat de oorlog in Irak om olie draaide
  • 62 procent van de Vlamingen verzet zich tegen de idee van een preventieve oorlog
  • 64 procent van de Vlamingen verzet zich tegen het afschaffen van de Verenigde Naties
  • 57 procent van de Vlamingen is voorstander van een Europees leger
  • 58 procent van de Vlamingen gelooft dat meer rechtvaardigheid het terrorisme kan stoppen
  • 62 procent van de Vlamingen is ervan overtuigd dat meer democratie in de ontwikkelingslanden het terrorisme de pas kan afsnijden
  • 52 procent van de Vlamingen wil dat er meer geld gaat naar ontwikkelingssamenwerking, 35 procent is daar tegen

Het geheugen van de media- en dus van het grote publiek -is bijzonder kort en onderhevig aan grote schokken. Wat in de dagen onmiddellijk na 11 september een historische omslag in de geschiedenis van de mensheid heette, wordt twee jaar later bijna achteloos afgedaan als “weer die verjaardag”. De inschatting van 2001 was wellicht overtrokken, maar het grote vergeten van vandaag is minstens voorbarig.
In opdracht van MO* voerde het studiebureau TNS Media een enquête uit bij vijfhonderd Vlamingen, een representatief staal van de bevolking. Bedoeling was na te gaan of de aanslagen in New York en Washington, en de vele gevolgen daarvan in de internationale verhoudingen sindsdien, een impact hebben op de manier waarop Vlamingen zich in de brede wereld situeren. Met een vragenlijst die 20 stellingen bevatte, trokken de onderzoekers op pad. De resultaten vindt u samengevat in kaders op de volgende bladzijden.
Omdat loutere cijfers ook niet alles zeggen, legden we de resultaten van deze MO*enquête ook voor aan drie academische commentatoren. Marc Elchardus, Sami Zemni en Rik Coolsaet pikken elk enkele gegevens uit de hoge stapel en plaatsen die in een breder perspectief. Eén ding is duidelijk: het stof van de WTC-torens is nog lang niet gaan liggen. Met een Amerikaanse regering als die van George W. Bush zouden de naschokken nog wel eens een hele tijd kunnen duren.
56 procent van de Vlamingen voelt zich onveiliger sinds 11 september
‘Op 11 september 2001 maakten de piloten die de aanslagen op New York en Washington pleegden voorgoed een einde aan de heersende normale situatie en daarmee aan een gevoel van vrijheid dat de Eerste Wereld na het uiteenvallen van de Sovjetunie beheerste.’ Essayist John Berger is duidelijk, maar leven wij sinds 11 september inderdaad met het gevoel dat de wereld onveiliger geworden is? 56 procent van de Vlamingen vindt van wel, vooral de oudere en niet-actieve bevolking. Al is dat niet de groep die zich sindsdien meer is gaan informeren.
Professor Mark Elchardus, socioloog aan de Vrije Universiteit Brussel, interpreteert dit gegeven als volgt: ‘De ouderen vormen een segment van de bevolking dat bijzonder vatbaar is voor angst en onveiligheidsgevoelens. Het gaat om mensen die zich om heel verschillende redenen kwetsbaar en bedreigd voelen en die deze gevoelens projecteren op criminaliteit en terrorisme.’
Volgens Elchardus moet de grond van dat onveiligheidsgevoel niet zozeer in de terroristische aanslagen gezocht worden, eerder in de eigen samenleving, in de maatschappelijke positie en levensstijl van de bange mens. Uit eigen onderzoek weet Elchardus dat bij driekwart van de bevolking het gevoel van onveiligheid de voorbije tien jaar gegroeid is, en vooral sinds 2000. ‘Het onveiligheidsgevoel,’ zegt hij, ‘is minder sterk bij mensen die geregeld deelnemen aan sociale en culturele activiteiten buitenhuis. Wie het huis uitgaat, al is het voor een mosselsouper, merkt al gauw dat je ‘s avonds nog wel kunt buitenkomen zonder bestolen of verkracht te worden.’ Net als ouderen voelen ook mensen met een lage scholing zich weerlozer, omdat ze het gevoel hebben dat ze verloren lopen in de kennismaatschappij.
Leven in een verloederde buurt, sociaal isolement en financiële onzekerheid verscherpen het onveiligheidsgevoel volgens Elchardus. Conservatieve commentatoren beweren wel eens dat de aanwezigheid van allochtonen in de buurt ook voor onzekerheid en dus onveiligheidsgevoelens zorgt.
De MO*enquête vroeg de Vlamingen of het samenleven tussen autochtonen en allochtonen er sinds 11 september op verbeterd is. De meningen daarover zijn verdeeld: 38 procent van de ondervraagden heeft het gevoel van wel, 39 procent vindt van niet en 19 procent weet het niet goed. Een vrij groot deel van de bevolking blijft het multicultureel samenleven als een moeilijke opdracht ervaren, ook al zegt 52 procent van de Vlamingen dat allochtonen in hun eigen leven helemaal geen overlast hebben veroorzaakt. 18 procent van de Vlamingen rapporteert wel negatieve ervaringen.
Voor Elchardus is dit laatste cijfer ontstellend hoog: ‘Het lijkt wel alsof we de grote problemen nog voor de boeg hebben wat betreft het samenleven van autochtonen en allochtonen. Hoewel migratie van alle tijden is, leidt het bijna altijd en overal tot moeilijkheden. Die moeilijkheden worden groter als men radicaliseert, in extreem-rechts, in Arabisch machonationalisme of moslimfundamentalisme, dat doet er niet toe. En spijtig genoeg zal er nog worden geradicaliseerd.’
34 procent van de Vlamingen staat sinds 11 september negatiever tegenover de islam
In de nadagen van 11 september tekende het Centrum voor Racismebestrijding meer uitingen van racisme op. Niet dat we daarom anders zijn gaan kijken naar de islam: in de MO*enquête antwoordt maar 34 procent van de ondervraagden dat de aanslagen van 11 september hun houding tegenover de islam in negatieve zin hebben beïnvloed. 55 procent van de geënquêteerden zegt dat dit niet het geval is.
Elchardus: ‘Die eerste reacties waren een opwelling, en je had ook een sterke wisselwerking: niet-moslims die bitser reageerden, en moslims die al anticipeerden op de aangescherpte negatieve gevoelens. Die overdreven reactie is inmiddels wat afgesleten. Maar toch: 34 procent Vlamingen die nu negatiever staan tegenover de islam is misschien minder dan we vreesden, maar lang niet weinig. Het betekent dat een derde van onze bevolking het verschil niet maakt tussen een bende criminelen en een levensbeschouwing. Dat is veel en dat is erg. Het is evident dat men zich als moslim diep beledigd voelt door zo’n houding. Het is echter eveneens zorgwekkend dat sommigen een aanslag als die van 11 september niet kunnen veroordelen, omwille van hun toebehoren tot de islam.’
Hebben wij dan in die twee jaar geen diepere kennis opgedaan over de islam? Uit de MO*enquête blijkt dat de meerderheid (71 procent van de ondervraagden) zich niet méér ging informeren over de islam, al hebben alle media ons om de oren geslagen met extra-bijlagen of speciale uitzendingen. 53 procent vindt trouwens dat de media onvoldoende of niet-correcte informatie brengen. Dat cijfer moet wellicht vooral begrepen worden als een algemeen wantrouwen tegenover de pers, eerder dan dat het een specifiek oordeel zou inhouden over de berichtgeving over de islam.
Toch loopt het ook met die berichtgeving behoorlijk mis, vindt Sami Zemni, doctor in de Politieke Wetenschappen en verbonden aan de vakgroep Derde Wereld van de Universiteit van Gent. De berichtgeving heeft zich ingespannen om aan te tonen dat de islam een godsdienst is als alle andere, en daar is niets fout mee, vindt Zemni.
De fundamentele fout ligt volgens hem in de manier waarop men die godsdienst is gaan verbinden met wat er gebeurd is, door te stellen dat Atta en zijn companen tegen de torens gevlogen zijn omdat ze moslim zijn. ‘Men heeft veel te weinig oog gehad voor de politieke motieven en voor het verschil tussen de islam en de twintigste-eeuwse islamisten, (de extremisten die hun extremistische ideologie verwoorden in religieuze argumenten, nvdr)’ Vandaar dat in de MO*enquête toch nog 45 procent van de ondervraagden niet akkoord gaat met de stelling dat de islam een godsdienst van vrede en verdraagzaamheid is, gebaseerd op een fundamenteel respect voor de mensenrechten.
Volgens Zemni heeft dat te maken met de manier waarop het Westen al twee, drie eeuwen lang andere culturen bestudeert. ‘Sociale en maatschappelijke processen heeft men steevast willen verklaren door naar een soort onveranderlijke religie te verwijzen. Deze westerse benadering heeft vooral de islam parten gespeeld, omdat het als vreemde godsdienst onze directe buur is. De conclusie uit deze analyses is dan steevast dat de islam moet moderniseren.’
Er vinden volgens Zemni heel wat veranderingsprocessen plaats binnen de islam, maar we zien die vaak niet omdat ze niet de lijnen volgen die wij vooropstellen. ‘Islamitische landen willen best wel democratie, maar ze willen daarom nog niet het hele westerse model overnemen. Bovendien is het wellicht eerder de seksuele revolutie van de jaren zestig die het Westen scheidt van de islamitische wereld, dan wel de religie.’
Wil je de realiteit van vandaag beter begrijpen, dan moet je je verdiepen in de politieke context, de sociaal-economische wisselwerkingen, in persoonlijke biografieën van mensen, zegt Zemni. En dan kom je uit bij analyses die wijzen op een geschiedenis van kolonisatie en dekolonisatie en op posities van macht en onmacht. De moslims zijn maatschappelijk de zwakkeren, die leven in socio-economisch moeilijke omstandigheden. De reacties van de moslims zelf bevestigen op hun beurt het negatieve beeld dat er leeft, stelt Zemni.
‘Het is haast een geuzenverhaal, de jongeren die zich opstellen conform het negatieve clichébeeld: “Hier zijn wij, de agressieve, fundamentalistische nietsnutten.” Aan die manier van omgaan met elkaar hebben we ongeveer één generatie opgeofferd. Ik hoop dat de volgende generatie, die opgegroeid is hier in Europa, ertoe in staat zal zijn om wel kritiek te geven op Europa, maar ook autokritiek te formuleren, om zo in echte interculturele dialoog te gaan.’ De machtskloof dichten, is voor Zemni de weg om het samenleven te verbeteren. ‘De inzet van politiek geëngageerde allochtonen - Turkse en Marokkaanse dokters, advokaten, politici-is een instrument hiertoe.’
45 procent van de Vlamingen staat vandaag negatiever tegenover de VS dan twee jaar geleden
Onmiddellijk na de aanslagen brachten de VS en Europa de Globale Coalitie tegen het Terrorisme op de been. De EU sprak zich ondubbelzinnig uit voor solidariteit en samenwerking met de VS. Bij de herdenking van 11 september vorig jaar las Europees Commissaris Chris Patten in naam van de gezamenlijke EU de volgende verklaring voor: ‘De gebeurtenissen van 11 september hebben duidelijk gemaakt hoe onlosmakelijk onze lotsbestemmingen met elkaar zijn verbonden. De vastberadenheid van de EU om bij te dragen aan de strijd van de internationale gemeenschap tegen het terrorisme zal niet verslappen.’
Intussen kregen we de diplomatieke crisis rond Irak, nadien de oorlog en het nog altijd onopgehelderde mysterie van de massavernietigingswapens. 45 procent van de Vlamingen is zich de afgelopen twee jaar negatiever gaan opstellen ten aanzien van de Verenigde Staten. Marc Elchardus vindt dit de meest opvallende bevinding van de MO*enquête. ‘11 september heeft, méér dan een breuklijn te slaan in onze eigen samenleving, de Atlantische Oceaan veel breder en dieper gemaakt. Misschien veranderen de nakende presidentsverkiezingen in de VS nog een en ander, maar op dit ogenblik gaapt een ware kloof tussen de Amerikaanse en de Europese publieke opinie.’
Dat verschil is volgens Elchardus een symptoom van diepere en meer omvattende culturele en religieuze verschillen tussen Europa en Amerika. ‘Het huidige Amerika, dat zijn spreekbuis en uithangbord vindt in het zogeheten corporate conservatism en evangelisch christendom, lijkt, bekeken vanuit Europees perspectief, steeds meer een fundamentalistisch land, met een heel groot leger, zeer gesofisticeerde wapens en een bevolking die bereid lijkt velen onder hen armoede te laten lijden om zo’n leger op de been te houden.’ Is het misschien daarom dat we bang worden?
Elchardus: ‘De manier waarop de huidige Amerikaanse regering spreekt over de religieuze grondslagen van hun variant van het kapitalisme, of over de missie van Amerika, verschilt niet zo grondig van het discours van moslimfundamentalisten. Europeanen hebben het er, gelukkig, wat moeilijker mee om geopolitieke vraagstukken te zien als een kwestie van goeden en slechten, duivels en heiligen. Culturele nuances en botsende belangen lijken ons redelijker begrippen om over oorlog te spreken en, als het enigszins kan, oorlog te vermijden.’
58 procent van de Vlamingen gelooft dat meer rechtvaardigheid het terrorisme kan stoppen
Zijn de tendensen uit de Vlaamse MO*enquête te veralgemenen voor Europa? Met die vraag trokken we naar Rik Coolsaet, professor Internationale Politiek aan de Universiteit Gent. Om de mening van de Vlamingen in een breder perspectief te plaatsen, vergeleek Coolsaet de resultaten van de MO*enquête met een onderzoek, uitgevoerd door het gerenommeerde PEW Research Center in de VS, over de veranderde relatie tussen de VS en Europa. Daaruit blijkt dat de houding van Vlaanderen ingebed is in een brede Europese tendens. Vooral de oorlog tegen Irak is doorslaggevend geweest voor de negatievere houding tgenover de VS.
Een enquête afgenomen door hetzelfde instituut vóór de oorlog toonde een iets minder negatieve houding. Die veranderde positie ziet Coolsaet ook weerspiegeld in de 57 procent van de Vlamingen die opteren voor een eigen Europees leger. Ook uit de PEW-enquête blijkt duidelijk dat Europa wil evolueren naar een grotere onafhankelijkheid van de VS. Elk van de 44 ondervraagde Europese landen wil dat, behalve Groot-Brittannië. Ligt de verklaring hiervoor exclusief in 11 september? Coolsaet meent van niet. De relaties tussen de twee machtsblokken bevinden zich al een decennium lang op een hellend vlak. De regering Bush heeft dit proces alleen in een stroomversnelling gebracht.
Een meerderheid van de ondervraagden in de MO*enquête (53 procent) gelooft ook niet dat de regering Bush de democratie wil herstellen in Irak of Afghanistan. Bijna 70 procent is van mening dat het eerder om olie draait. Toch meent 62 procent dat meer democratie in de ontwikkelingslanden het terrorisme de pas kan afsnijden.
Maar democratie is een vaag begrip. ‘Ook Pearl en Wolfowitz, de kopstukken van de neoconservatieve lobby in de VS, willen democratie’, merkt Coolsaet op. ‘Het wordt veel moeilijker wanneer we het hebben over de verdeling van de rijkdom. In die kwestie scheiden de wegen van de VS en de EU. In Europa voelt men met de ellebogen aan dat er een verband is tussen terrorisme en de ongelijke verdeling van de welvaart, in de VS is dat aanvoelen afwezig.’ Het Vlaamse publiek bevestigt deze Europese tendens. 58 procent van de geënquêteerden vindt dat terrorisme alleen kan worden gestopt door een rechtvaardiger verdeling van de welvaart en rijkdom.
Voor Elchardus heeft die houding niets te maken met 11 september, maar met een kernelement van de hedendaagse Europese beschaving. ‘Wij geloven dat welvaart, gecombineerd met rechtvaardigheid en een mate van gelijkheid, heel veel problemen kan oplossen, conflicten kan voorkomen en de kans op welzijn vergroot. Dat is ook de kern van de maatschappijordening die we in Europa hebben opgebouwd. De mensen die werden ondervraagd, projecteren die overtuiging op de wereldsituatie.’ Het is opvallend, volgens de socioloog, dat laaggeschoolden die geopolitieke oplossing proportioneel méér voorstaan. Zij zijn ook een grotere voorstander van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid als oplossing voor binnenlandse problemen.
Even opvallend is voor Elchardus dat de jongeren er minder van overtuigd zijn dat welvaart en rechtvaardigheid een einde kunnen maken aan het terrorisme. ‘Misschien mogen we daaraan niet meteen al te grote of onrustwekkende conclusies vastknopen en dient het een en het ander nader geanalyseerd, maar misschien vindt die sociale en warme Europese visie minder aanhang bij de jongeren. Misschien is hun kijk op de wereld al wat meer veramerikaniseerd.’
Coolsaet plaatst die botsing van beschavingen in een breder perspectief: ‘Op internationaal vlak was 11 september het hoogtepunt van een verruwing in de internationale politiek die al langer aan de gang was. Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving is in de loop van de jaren negentig vergleden in toenemende uitzichtloosheid en een verruwing van de internationale relaties.’ Misschien daarom dat 64 procent van de ondervraagde Vlamingen vindt dat de VN best niet afgeschaft worden. Het cijfer is in elk geval hoog en verrassend. De Vlamingen verschillen hierin duidelijk met de meeste Europeanen.
Coolsaet: ‘Dit wil nog niet zeggen dat men vindt dat de VN optimaal functioneren. Het duidt wel aan dat de Vlaamse publieke opinie opteert voor een alternatief buitenlands beleid, een alternatief voor het superpowerbeleid van de regering Bush. Dat was ook duidelijk zichtbaar in de steun van de bevolking voor het buitenlands beleid van onze regering in de Irak-crisis. De Vlamingen zien een rechtvaardigere verdeling van de rijkdom als een anker van stabiliteit en veiligheid. Dit moet zeker een opdracht zijn voor de diplomatie van de regering Verhofstadt II.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.