De nieuwe multinationals komen uit Azië (UNCTAD)

De inkomsten uit directe buitenlandse investeringen van multinationale firma’s zijn in 2005 met 29 procent gestegen tot 732 miljard euro wereldwijd. Dat meldt de VN-conferentie voor handel en ontwikkeling Unctad in haar World Investment Report 2005. Opmerkelijk is het toenemende belang van multinationals in het Zuiden, vooral Azië, die bij voorkeur investeren in andere ontwikkelingslanden.
Investeerders uit ontwikkelings- en transitielanden investeerden in 2005 106 miljard euro in het buitenland. Hongkong, Rusland, Singapore, Taiwan, Brazilië en China voeren het lijstje van belangrijkste geldschieters aan: 70 procent van het kapitaal is afkomstig uit Azië. Het aandeel van ontwikkelingslanden in internationale fusies en overnames steeg van 4 procent in 1987 tot 13 procent in 2005.

Ook het aantal multinationals uit het Zuiden neemt toe. In 2005 telde de Fortune 500, de lijst met ’s werelds grootste firma’s, 47 groepen uit ontwikkelingslanden, tegenover slechts 19 in 1990. Daarbij zijn enkele namen die ook in Europese gezinnen een vaste waarde zijn geworden, zoals Hyundai of Samsung. Sectorieel gezien zijn electronica-, telecommunicatie- en computerbedrijven sterk vertegenwoordigd, naast de nationale petroleummaatschappijen van Brazilië, Venezuela of Maleisië.

“Multinationals uit ontwikkelingslanden willen hun concurrentiekracht vergroten door uit te breiden in snelgroeiende overgangseconomieën en industrielanden. Ze zijn niet meer weg te denken als grote spelers op het wereldtoneel”, zegt Anne Miroux, die het onderzoekswerk voor het rapport coördineerde. “Dat is een diepgaande evolutie die niet zonder verregaande politieke en economische consequenties zal blijven”.

Opvallend is dat de industriële reuzen uit het Zuiden bij voorkeur in de eigen regio investeren, wat vooral minder ontwikkelde buurlanden ten goede komt. In 2004 was een kwart van de investeringen in ontwikkelingslanden afkomstig uit een ander land van het Zuiden. Zuid-Afrika bijvoorbeeld is verantwoordelijk voor 50 procent van alle investeringen in Botswana, de Democratische Republiek Congo, Lesotho, Malawi en Swaziland.

Die Zuid-Zuidfocus is een gevolg van de betere kijk die de bedrijven doorgaans hebben op de uitdagingen, risico’s en buitenkansen van zakendoen in een ontwikkelingsland. Technologisch staan multinationals uit ontwikkelingslanden vaak minder ver dan de concurrentie uit het Noorden, maar ook dat kan een voordeel zijn voor activiteiten in de armste landen: de technologische kloof die moet worden overbrugd is minder wijd. Volgens de UNCTAD investeren bedrijven uit het Zuiden ook meer in de opleiding van het personeel in hun buitenlandse filialen.

De multi’s uit het Zuiden worden niet altijd met open armen ontvangen. Dat geldt in het bijzonder voor investeringen in sectoren “van nationaal belang”, zoals de energievoorziening en de basisinfrastructuur. Wanneer een bedrijf uit het Zuiden een concurrent uit het Noorden wil overnemen, is de vijandigheid nog groter. Recente voorbeelden zijn de heisa rond de overname van Arcelor door Mittal Steel, de door de VS afgeblokte overname van het Amerikaanse Unocal door de Chinese oliefirma CNOOC alsook de mislukte overname van zes havenbedrijven in de VS door de haven van Dubai.

De wereldwijde inkomsten uit directe investeringen stegen in 2005 voor het tweede jaar op rij tot 731 miljard euro, 29 procent meer dan in 2004. Ontwikkelingslanden ontvingen daarvan 267 miljard, 22 procent meer dan in 2004. In absolute cijfers gaat het meeste geld nog altijd naar Azië en Latijns-Amerika, respectievelijk 132 en 83 miljard euro. Relatief gezien was de groei in 2005 het sterkst in Afrika (+78 %) en West-Azië (+85 %). De investeringen in Afrika, ter waarde van 24,7 miljard euro, kwamen slechts landen ten goede die rijk zijn aan grondstoffen. IPS MDG8 (MC/BV)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift