Ecuadoranen testen Alien Tort Claims Act uit

Deze week beslist het federaal hof van beroep
in New York of een klacht van Ecuadoraanse Amazone-indianen en andere
Ecuadoraanse burgers tegen de Amerikaanse petroleumfirma ChevronTexaco
ontvankelijk is. Vertegenwoordigers van zowat 30.000 Ecuadoranen proberen
het later met Chevron samengesmolten Texaco al sinds 1993 voor een
Amerikaanse rechtbank te dagen voor de vervuiling die de onderneming in de
jaren 70 en 80 in de jungle van Ecuador heeft veroorzaakt. Die
ongebruikelijke rechtsgang kan een belangrijk precedent scheppen.


De klagers voeren aan dat ze met hun zaak bij het Ecuadoraanse gerecht niet
terechtkunnen, en roepen daarom de Alien Tort Claims Act in. Dat is een
Amerikaanse wet die buitenlanders toelaat ondernemingen die in de VS
vertegenwoordigd zijn voor een Amerikaanse rechtbank te dagen in verband met
schendingen van internationale rechtsregels.

In hun ‘class-action lawsuit’, een klacht die ingediend wordt in naam van
een groep van burgers die allemaal nadeel hebben ondervonden als gevolg van
hetzelfde feit, stellen de Ecuadoranen dat ChevronTexaco bij de olieboringen
in Ecuador onachtzaam en roekeloos te werk is gegaan en bewust het
regenwoud rond haar boortorens in Ecuador heeft vervuild. Miljoenen liters
afvalwater en olieresten werden in ondichte spaarbekkens opgeslagen in
plaats van het giftige water weer diep in de ondergrond te injecteren, zoals
de gangbare praktijk was. Op die manier heeft de onderneming tienduizenden
mensen blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen, beweren de klagers. Ook
nu nog vormen de olieresten een gevaar voor mens en dier. ChevronTexaco
verwerpt die beschuldigingen.

De Ecuadoraanse klagers brachten de zaak in 1993 naar Manhattan, in de buurt
van het voormalige hoofdkwartier van Texaco, omdat ze in Ecuador zelf geen
kans zagen op een eerlijk proces. Volgens hen is het Ecuadoraanse
rechtssysteem niet voldoende onafhankelijk en onpartijdig, en erkent het ook
geen gemeenschappelijke aanklachten waarbij benadeelden compensatie
vorderen.

Ons doel is erg eenvoudig, zegt Humberto Piyaguage, een van de
Ecuadoraanse deelnemers aan de hoorzitting van maandag. We willen dat
ChevronTexaco de schoonmaakoperatie betaalt die nodig is om alle troep die
ze hebben geloosd weer op te ruimen. Volgens de advocaten van de
Ecuadoranen zou die operatie meer dan een miljard dollar kosten. Maar de
klagers willen ook een compensatieregeling voor de duizenden mensen die
volgens hen ziek zijn geworden als gevolg van de vervuiling.

Texaco, dat 20 jaar olie bovenhaalde in Ecuador maar die exploitatie in 1992
staakte, blijft volhouden dat het niets verkeerds heeft gedaan en dat de
zaak in Ecuador moet worden afgehandeld. De inmiddels met Chevron
samengesmolten onderneming stelt dat ze zich bij de exploitatie van de
olievoorraden in Ecuador altijd aan de wet en de toen geldende industriële
normen heeft gehouden.

In 1995 stemde een dochterbedrijf van Texaco, TexPet, er wel mee in
weggelekte olie op te ruimen die bepaalde indianengemeenschappen in Ecuador
in de problemen bracht. Texpet trok daarvoor toen 40 miljoen dollar uit, een
bedrag dat volgens de klagers veel te laag was.

De advocaten van de Ecuadoranen hebben een hele klus aan de klacht tegen
Texaco. De zaak is sinds 1993 al twee keer heen en weer gegaan tussen het
federaal gerechtshof en het hof van beroep in New York. De federale rechter
Jed S. Rakoff vonniste in eerste aanleg dat de zaak in in Ecuador moest
voorkomen. In 1998 besliste het hof van beroep dat de klacht toch in New
York moest worden behandeld, maar twee jaar later stuurde Rakoff de klagers
weer naar af. Nu valt het af te wachten of die uitspraak in beroep opnieuw
wordt vernietigd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift