Een sterk Turkije hoort bij een sterk Europa

De Europese Commissie vindt dat de EU moet beginnen praten met Turkije over toetreding tot de Unie. Op 17 december zetten de Europese staats- en regeringsleiders het licht daarvoor definitief op groen. Dat hopen althans de meeste Turken. Op een driedaagse conferentie in Istanbul spraken de Europese Groenen hun steun uit voor het langetermijnproject. MO* was erbij en noteerde passies en argumenten.
Istanbul is het kloppend hart van Turkije en de drukke wijk Beyoglu is de slagader, met veel jong, schoon en hip volk, etalages met blitse merken, straten in de schaduw van gigantische reclamegevels.Taxi’s wringen zich in gele rijen tussen het andere verkeer, de talloze geldautomaten doen een grote aanwezigheid van koopkracht vermoeden. De parel aan de Bosporus wordt vermarkt als de brug tussen Europa en Azië, het is een stad van paleizen en fonteinen, een mix van culturen, etnieën en godsdiensten. In Istiklal Caddesi, de grote winkelstraat, vind je naast de moskeeën ook Armeense, Grieks-orthodoxe en joodse gebedshuizen.
Net voor zonsondergang straalt het Taksimplein, hèt ontmoetingspunt van de stad, een lichte nervositeit uit. Het is het tijdstip waarop praktiserende moslims zich naar volgeboekte restaurants of drukke eetbars haasten om te genieten van hun eerste maaltijd na een dag vasten. De ramadanmaand baadt in een sfeer van publiek feest. Feeërieke lichtslingers hangen in de kastanjebomen en platanen, de straten rond de grote moskeeën zijn opgesmukt met zoetkraampjes, stalletjes met gepofte kastanjes, thee en waterpijpen, en uit cafés klinkt live muziek. Istanbul is een seculiere, multi-etnische stad. Wat houdt Europa nog tegen om heel Turkije te omarmen?
oktober trok de groene fractie van het Europese Parlement alvast naar Istanbul om er over een mogelijke gezamenlijke toekomst te spreken, met als leidraad het rapport van de Europese Commissie dat begin oktober verscheen. Turkse academici, intellectuelen, verdedigers van de mensenrechten, Koerdische en allevitische minderheden, kunstenaars en politici debatteerden drie dagen lang met elkaar en met de EU-parlementariërs.

De doodsstrijd van het kemalisme


Augustus 1999. Turkije wordt getroffen door een krachtige aardbeving, die aan minstens 15.000 mensen het leven kost. De ramp stemt Europa, zelfs aartsvijand Griekenland, milder tegenover Turkije. December 1999. De Europese Raad in Helsinki laat Turkije officieel binnen in het het voorportaal van de Europese Unie. Al de jaren daarvoor kreeg Ankara steeds hetzelfde antwoord op zijn verzoek tot toetreding: de sociaal-economische situatie en de mensenrechtencultuur van Turkije voldeed niet aan Europese normen.
De hervormingen die Turkije in het kader van “Helsinki” aanvatte, geraakten in een stroomversnelling toen de islamitische Partij van Gerechtigheid en Ontwikkeling, de AKP van huidig premier Tayyip Erdogan, in 2002 een ruime meerderheid kreeg bij de verkiezingen. Al eerder had het Turkse parlement de doodstraf afgeschaft, nu keurde het een pak hervormingen op het vlak van mensenrechten goed en gaf het toelating tot televisie-uitzendingen in het Koerdisch. In 2003 werd de voornaamste eis van Europa ingewilligd: de macht van het leger werd beperkt door de Nationale Veiligheidsraad een aantal bevoegdheden te ontnemen. Later werden ook nog de staatsveiligheidsrechtbanken afgeschaft en dit jaar werd het strafrecht hervormd.
De politiek heeft duidelijk de snelweg naar de democratie genomen, maar het dagelijks leven bevindt zich nog op een grindpad. Dat zeggen ook de vertegenwoordigers uit het middenveld op de Europees-Turkse ontmoeting in Istanbul. Wekelijks krijgt de Turkse Human Rights Foundation nog klachten over politiegeweld, de vrije meningsuiting is nog altijd meer dode letter dan realiteit, Koerdische media worden nog altijd tegengewerkt, en de gelijkheid tussen man en vrouw heeft nog een lange weg te gaan. Diepgaande democratisering van een land dat bijna een eeuw onder zware staatscontrole heeft gestaan, vraagt tijd.
Turkije werd tachtig jaar met harde hand geregeerd op de ideologische basis van het kemalisme (zie kader). De grip van het kemalisme op de staat sneuvelde toen Erdogan in 2002 aan de macht kwam, maar het gedachtegoed is tot op de dag van vandaag sterk aanwezig, vertelt Selçuk Gültasli, journalist bij de krant Zaman. De kemalisten, vooral sterk in het leger en het establishment, zijn absolute tegenstanders van Erdogan, die uit de islamistische politieke school stamt.
‘Erdogan mag dan een andere politieke taal spreken dan vroeger, hij zal nooit een seculiere Turk worden, net zomin als ik mij zal bekeren tot de islam’, zegt Bedri Baykam, een politieke kunstenaar. Volgens deze overtuigde kemalist, geen onbesproken figuur in zijn land, plaveit Erdogan de weg voor de islamisering van Turkije, onder het mom van democratische hervormingen in het kader van Europa. Ondanks Erdogans eigen voorkeur om als moslim-democraat gezien te worden, kraakte zijn geloofwaardigheid ook op het internationale forum, na het voorstel om overspel op te nemen in het strafrecht. Dat plan werd onder grote druk van Europa weer opgeborgen.

Legale intimidatie


‘De vrees dat Erdogan een wolf in schapenvacht zou zijn, is begrijpelijk’, zegt Joost Lagendijk, co-voorzitter van de EU-parlementaire commissie Europa-Turkije. ‘Maar ondanks de stekels die hij opzette tijdens het debacle rond overspel, durf ik toch zeggen dat Erdogan is geëvolueerd van een strikte islamist naar een moslim met democratisch-liberale ideeën. Erdogan is geen voorstander van een staatsdictatuur, hij heeft zelf gevoeld wat dat betekent voor de indviduele vrijheid toen hij achter de tralies kwam na het publiek reciteren uit de koran. Er bestaan geen islamitische wegen of riolen, dat wist hij al toen hij nog burgemeester van Istanbul was. Hij wil Turkije moderniseren tot een vrij moslimland.’
Het echte struikelblok voor de hervormingen in het dagelijks leven is de Turkse bureaucratie, zegt zowel Lagendijk als Yavuz Önen, voorzitter van de Human Rights Foundation in Ankara. De ambtenarij en het militaire apparaat zijn nog grotendeels in handen van de kemalisten, die de hervormingsagenda van het door de AKP gedomineerde parlement niet volgen. Minderheden, zoals de Koerden en de allevitische moslims, die pleiten voor meer vrijheid en een eigen cultuurbeleving, horen volgens hen niet thuis in het seculiere Turkije.
Het klimaat waarin ngo’s en mensenrechtenorganisaties opereren, is een pak warmer dan een aantal jaren geleden, maar ze voelen de adem van het politieapparaat nog steeds in hun nek. De politie blijkt zeer creatief te zijn in het uitvinden van nieuwe “legale” intimidatievormen.
Yavuz Önen: ‘De druk op mensenrechtenactivisten is systematisch en gebeurt op een wettelijke manier. De politie weigert elke toelatingsvraag voor publieke acties en stuurt haar mannen naar elke manifestatie of persconferentie. Ze doen er alles aan om ons zoveel mogelijk in een crimineel daglicht te stellen. Sociale werkers, wetenschappers en advocaten die met ons samenwerken, krijgen telefoontjes met de waarschuwing dat ze daardoor gevaar lopen.’ Dat vreet ook aan de omvang van de achterban van organisaties. Joost Lagendijk ziet het minder somber in. Hij gelooft in de opkomst van nieuwe organisaties die ‘een belangrijke schakel in het democratiseringsproces van Turkije zijn, niet alleen voor het zelfbewustzijn en de versterking van de bevolking, maar ook om als waakhond op te treden.’ .

Wie moet zich aanpassen?


De camera’s overspoelen de conferentie als de Turkse buitenlandminister, Abdullah Gül, en zijn Duitse collega, Joshka Fischer, samen aan de ronde tafel plaatsnemen. Beiden zijn het erover eens dat de toetreding niet alleen voor Turkije, maar ook voor Europa winst zal opleveren, zowel op economisch, sociaal als op strategisch vlak.
‘De aanvaarding van Europa zou onze veertig jaar oude relaties verankeren en ons eigen democratisch bestel versterken. Het democratiseringsproces en de economische vooruitgang van Turkije zijn onomkeerbaar’, aldus Gül. ‘Ook Europa zal gedwongen zijn te moderniseren en zich te herbronnen bij de verwelkoming van dit grote land’, is de repliek van Fischer. Daarbij speelt ook het religieuze aspect een grote rol: ‘De integratie van een seculiere islamsamenleving is een belangrijke stap in de dialoog tussen Europa en de mondiale islam.’
Elders in Istanbul, aan de uitgang van de bekende Blauwe Moskee, zijn enkele Turkse burgers het daar niet mee eens. Ze maken deel uit van een uiterst conservatieve islamitische beweging die hevig gekant is tegen een Europees Turkije. Terwijl ze pamfletten uitdelen waarin ze waarschuwen voor de westerse dominantie, roepen ze ‘dat al 127.000 jonge moslims in Europa zich hebben bekeerd tot het christendom’. De moskeegangers reageren lauw. De wil om zich bij Europa te voegen, is groter dan de angst dat westerse waarden zullen overheersen, zegt Selçuk Gültasli.
Toch mag je de tegenstanders van het Europese lidmaatschap niet onderschatten, reageert Murat Belge, voorzitter van Helsinki Citizens, een Turkse organisatie die zich beroept op de afspraken die de EU met Turkije in 1999 maakte in Helsinki. Die tegenstanders grijpen elke gelegenheid aan om de arrogantie en de bemoeizucht van Europa te hekelen. Daarom is het volgens Belge van cruciaal belang dat Europa het hervormingsproces begeleidt en ondersteunt, maar: ‘Het heeft geen zin ons voortdurend op te zadelen met zaken die fout zijn gelopen in het verleden, zoals de Armeense kwestie.’ Meer dan een miljoen Armeense Turken lieten het leven tijdens een pogrom onder de eerste wereldoorlog, maar Belge vindt dat ‘Turkije de ruimte moet krijgen om zelf in het reine te komen met zijn geschiedenis. De Armeense kwestie is een interne zaak en het is niet aan Europa om zich daarin te moeien.’
de laatste opiniepeilingen is tachtig procent van de Turken vóór toetreding. Logisch, zegt Bedri Baykam, de redenering erachter is naïef en uitsluitend economisch: ‘Als je iemand vraagt of hij het leven wil leiden van de gemiddelde Europeaan, dan krijg je uiteraard een ja.’ Of hij dan tegen de toetreding is? ‘Ik ben vóór Europa, op voorwaarde dat we als een gelijkwaardige partner instappen, niet in een tweederangspositie. Dat betekent geen beperking op onze vrijheden, ook niet op het vrije circulatierecht in Europa.’
Daarmee raakt hij een van de grote twistpunten in het publieke debat aan. De Europeanen vrezen voor een Turkse invasie op hun arbeidsmarkten, terwijl in Turkije verontwaardiging heerst omdat Europa de deur maar op een kier wil zetten voor de nieuwe Europeanen. Die rem op het vrije circulatierecht in Europa is nochtans geen uitzondering. Ook de inwoners van de tien landen die in mei dit jaar toegetreden zijn, hebben nog geen onbeperkte toegang tot de Unie.
‘Wees gerust, over tien, twintig jaar zitten we op onze knieën te smeken dat jullie bij ons komen werken’, werpt het Frans-Duitse Groene Europarlementslid Daniel Cohn-Bendit op. Voor de Europese Groenen is het proces van de Turkse toetreding tot de Unie onomkeerbaar, al kan dat voor hen zonder einddatum.
Ook Fischer vindt dat de onderhandelingen open moeten blijven: ‘We moeten het niet over data hebben, maar over de concrete voortzetting van de hervormingen. We praten niet enkel over een politieke verbintenis, maar over een gemeenschappelijke markt. Turkije komt een competitieve markt binnen, met een sterke industrie, sterke diensten, een eigenzinnig georganiseerde landbouwmarkt. Modernisering betekent ook aanpassing van industrie, transport, landbouw…’ Een sterk Turkije hoort bij een sterk Europa, zegt Fischer, en dat vraagt voor de beide partners tijd. Hoeveel tijd, dat vernemen we binnenkort.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur