Essay: De migrant is koning

De plannen zijn gemaakt. De tickets zijn geboekt. En de vakantiebestemming voor de grote meerderheid van de Marokkanen is ook dit jaar het land van herkomst. Want nergens anders schijnt de zon zo helder, voelt de lucht zo fris en ruikt de aarde zo lekker. Zelfs het water lest er de dorst beter dan elders. Nergens anders op aarde krijg je zo het gevoel thuis te zijn. Met hoofddoek of jeansboek, djellaba of rok, je bent overal welkom. Geen angst om niet in het decor te passen. En in de eethuizen hoef je je geen zorgen te maken over halaal voedsel. Over deze clichés en de onderliggende complexiteiten schreef Samira Bendadi onderstaand essay voor MO*.
De houding van de Europese Marokkanen tegenover Marokko is de jongste jaren flink veranderd. De ouderen weten dat ze er nooit meer zullen gaan wonen en de jonge generatie wil ook wel eens naar Egypte, Turkije of Griekenland. Maar de affectieve band is overeind gebleven, een gouden band voor de economie van Marokko. Officieel leven er 2.582.097 Marokkanen in de diaspora, waarvan ongeveer 2.200.000 in Europa. De rest verdient zijn brood elders: in de VS, Canada en de Golfstaten. Met de sans-papiers erbij zijn ze met ongeveer drie miljoen mensen die buiten de grenzen van Marokko hun leven uitbouwen. MRE -Marocains résidents à l’etranger- is de afkorting waarmee de Marokkanen deze in het buitenland verblijvende verwanten benoemen.
Met de auto, het vliegtuig of de bus, komen de MRE in de zomer massaal naar hun land van herkomst. De toevloed is groot. 2004 was op dat vlak een recordjaar. Alleen al via de haven van Tanger arriveerden niet minder dan 755.000 MRE, in meer dan 150.000 voertuigen en 2.200 bussen. Via de haven van Nador passeerden 300.000 mensen en 73.000 voertuigen. Deze jaarlijkse bezoekers voorzien het land van een derde van zijn inkomsten aan harde valuta en leveren 8,6 procent van het BNP. Daarmee zijn de geldtransfers belangrijker geworden voor de Marokkaanse economie dan fosfaat, het eerste exportproduct van het land.
Deze transfers, die vooral voor de consumptie in de zomermaanden bestemd zijn, zijn tussen 1997 en 2003 gestegen van 2,1 naar 3,3 miljard euro. Een toename met zestig procent. Daarmee belandt Marokko in de rangorde van ontvangende landen op de vierde plaats, na India, Mexico en de Filippijnen. Abdeslam El Ftouh, directeur economische promotie bij de Stichting Hassan II voor de Marokkanen in het Buitenland, wijst er echter op dat de sommen geld die migranten terugsturen vanuit de traditionele bestemmingslanden zoals Frankrijk, België en Nederland voortdurend dalen. Het zijn de stortingen vanuit nieuwe bestemmingen zoals Spanje en Italië die voor de stijging zorgen. Maar ook de bijdrage van de mensen die illegaal in Europa verblijven is aanzienlijk. Hun band met de familie in Marokko is nog het sterkst.

Music, maestro!


Vroeger was alleen al een auto met een F van Frankrijk of een B van België aanleiding voo’r een groepje muzikanten om de ouders te komen feliciteren met een terugkerende zoon of een terugkerende familie. Malika uit Antwerpen herinnert zich hoe vroeger, toen ze zelf kind was, bij aankomst de kinderen van de hele buurt zich rond hun auto verzamelden. De dappersten staken de hand uit om te helpen uitladen, de anderen bleven gewoon staren. Snoep was er altijd bij de hand om uit te delen en de toeschouwers met een glimlach naar huis te sturen. Anno 2005 zijn er geen muzikanten die je welkom heten bij aankomst, al was het maar omdat de groepjes muzikanten die ongevraagd kwamen musiceren bij geboorte, besnijdenis, huwelijk en andere feestelijke aangelegenheden, verdwenen zijn.
De kinderen raken niet meer gefascineerd door een auto en hebben ook geen boodschap meer aan snoep, ze halen hun Kinder Surprise zelf wel bij de kruidenierswinkel om de hoek. Wie geen dure cadeaus kan schenken, hoeft niets te geven. De familie, de neven en de tantes, liggen immers niet wakker van je komst en komen soms pas na dagen of weken langs. Maar de staat ligt wel wakker van de komst van de migrant en heet hem in alle talen welkom, zelfs in het Nederlands. De verwelkoming is minder warm maar beter georganiseerd. Heel het jaar door bereidt het ministerie voor Migrantenzaken de verwelkomingcampagne voor, met affiches en posters en speciale acties.
‘Onze arbeiders en handelaars in het buitenland, welkom!’, blokletteren grote doeken die over de boulevards hangen. De campagne kreeg de laatste jaren een luidruchtig startschot. ‘Wamrahba bikoem fi bladkom’, ‘welkom in uw land’ zingen de popster Najat Atabou en de rai-idool Fadel in een spotje dat in de maand juni de campagne lanceert. De laatste jaren werden er bij de havens parkings met grote tenten erin opgezet om de vakantiegangers de kans te geven wat uit te rusten voordat ze hun reis naar het binnenland verder zetten. En de stichting Mohamed V voor de Solidariteit zet in de havens van Tanger en Nador een legertje medewerkers in om de mensen te helpen en de weg te wijzen.. Zelfs koning Mohammed VI is een paar keer in de haven van Tanger verschenen om te kijken of alles volgens plan verloopt en om de handen van de pas aangekomen migranten te schudden.

De euro zwaait de scepter


Marokko lijkt in de zomermaanden gegijzeld te zijn door de migrant en zijn nakomelingen. Vooral in de steden in het noorden en het noordoosten. De drukte in de winkelstraten, in de cafés en op de stranden is enorm. De media, de televisie op kop, geven hem veel aandacht. De banksector bombardeert hem met reclamespots. Zelfs de kleine handelaar richt zijn prijzen op zijn hogere koopkracht. De migrant wordt gevierd op 10 augustus, op de Dag van de Migrant. Maar zelf schijnt hij zich daar niet bewust van te zijn. Het is alsof hij zich niet betrokken voelt bij wat er rondom hem gebeurt. Hij is natuurlijk blij dat hij niet te lang moet wachten aan de douane, dat zijn auto niet ondersteboven gehaald wordt en dat hij dankzij een speciale regeling geen smeergeld meer moet betalen voor het smokkelen van een televisie of een video. Één ding is zeker: hij is belangrijk geworden voor het land. En hij durft daar gebruik van te maken. In ruil blijft hij, als hij een micro onder zijn neus krijgt, clichés herhalen: ‘Alhamdoelillah, Godzijdank, alles is goed verlopen. We zijn blij hier te zijn in ons land.’ Maar hij deinst er niet voor terug om te dreigen: ‘Als de doorgang niet vlotter gaat, als de toiletten niet proper worden gemaakt en als we te veel verkeersboetes krijgen, kunnen we onze kinderen niet meer overtuigen om mee te komen’.
De migrant heeft een complexe relatie met zijn land van herkomst. In zijn gedachten en in zijn gesprekken zit hij continu te vergelijken, tussen hier en daar. Hij pronkt over het land waar zijn leven zich afspeelt en geeft kritiek op het land dat hij bezoekt en waarmee hij de banden maar niet verbroken krijgt. Zijn landgenoten in Marokko noemt hij lamgarba: de Marokkanen. Naar hem wordt verwezen met nas del garij, de mensen van het buitenland, of fakansia naar het franse woord vacançiers. De migrant irriteert, komt door zijn vergelijkingen en commentaren arrogant over en wordt niet alleen verantwoordelijk gesteld voor de stijging van de prijzen maar ook voor de drukte in de soeks en voor de talloze verkeersongevallen. De Marokkaanse migrant is noch van hier noch van ginder, een buitenbeentje die het hele jaar afwezig is en in de zomer de gang van zaken komt verstoren en de prijzen de hoogte injaagt. Maar de migrant heeft geld en wie rijk is, wordt als een koning behandeld.
Voor het ministerie van Migrantenzaken is de bezoekende Marokkaan een volwaardige landgenoot. Voor het ministerie van Toerisme is hij een waardevolle toerist, die het land helpt om tegen 2010 elke jaar tien miljoen toeristen aan te trekken. Het ministerie van Toerisme feliciteert zichzelf nu al door aan te kondigen dat in 2004 voor het eerst de kaap van vijf miljoen toeristen overschreden is, een toename met 16 procent in vergelijking met 2003. Een kleine helft van al die toeristen zijn MRE. De migranten en hun nakomelingen zijn trouwe toeristen, die bovendien heel Marokko doorkruisen en gemiddeld langer blijven dan de buitenlandse toeristen.

Investeren gaat moeizaam


Toerist of niet, vaak heeft de migrant een vaste stek in Marokko. Zo’n dak boven je hoofd is nodig voor ‘je weet maar nooit’. Daar heeft de eerste generatie ervoor gezorgd. Een dak is nodig als wie elk jaar teruggaat. Je kunt niet blijven rekenen op de gastvrijheid van je familie en een vakantie in hotels is voor een doorsnee gezin gewoon onhaalbaar. Ook al benaderen de jonge mensen Marokko meer op een toeristische manier, toch gebruiken ze het onderdak van hun ouders of zorgen ze zelf voor een eigen plek om van daaruit andere steden en streken in Marokko te verkennen. De migrant blijft trouw, niet alleen aan zijn land van herkomst maar ook aan zijn streek.
‘Dat heeft in heel wat achtergestelde en vergeten streken nieuw leven ingeblazen’, zegt Mohammed Khachani, docent economie aan de universiteit van Rabat. Het kuststadje Saïdia, bijvoorbeeld, was jarenlang niet meer dan een slaperige bestemming voor dagjestoeristen. Saïdia, met zijn prachtige strand aan de Middellandse Zee, is vandaag een drukke badplaats, waar vooral mensen die in het buitenland gewerkt hebben de cafés en restaurants uitbaten. Meer dan tachtig procent van de klanten zijn ook mensen uit Frankrijk, België en Nederland, die hun vakantie komen in of rond Saïdia doorbrengen. Deze kleine investeerders zijn van vitaal belang voor de economie.
Maar Marokko heeft meer nodig om de werkeloosheid in te dijken en de levensomstandigheden te verbeteren. Marokko beschikt over een groot potentieel om buitenlandse investeerders te lokken. Dat heeft de Wereldbank berekend. Volgens de Bank kan Marokko in principe vijf miljard dollar per jaar aan buitenlandse investeringen aantrekken. Maar ondanks de vele inspanningen en de voordelen die speciaal voor buitenlandse investeerders gecreëerd zijn, geraakte het land in de jaren negentig nooit boven de 500 miljoen dollar. Die zwakke prestatie kan keren als ervoor gezorgd wordt dat het potentieel van de MRE beter gebruikt wordt, vindt het ministerie van Migrantenzaken.

De migrant heeft een baksteen in de maag


Specialisten breken zich het hoofd over het aandeel van de migranten in de investeringen, maar exacte cijfers zijn er niet. ‘Als wij een rekening openen of een lening toekennen, maken we geen onderscheid tussen Marokkanen uit het buitenland en Marokkanen die hier altijd gewoond en gewerkt hebben. Bovendien komen de migranten die hier echt zaken beginnen zich meestal terug in Marokko vestigen. Op die manier is het voor ons onmogelijk om te achterhalen wie wel en wie niet in het buitenland gewerkt heeft’, zegt Rachid Benkirane, directielid van de Groupe Bank Populaire van Tanger en Tetouan.
De enige beschikbare cijfers zijn het resultaat van een enquête die afgenomen werd door de stichting Hassan II. Als de migrant zijn spaargeld in Marokko gebruikt dan blijkt hij dat in 83 procent van de gevallen te doen om een woning aan te schaffen. Wie investeert, doet dat in kleine projecten waarvan het budget de kaap van 500.000 dirham -ongeveer 46.000 euro- niet overschrijdt. In slechts 14 procent van de gevallen gaat het om grote investeringen met budgetten tot 5 miljoen dirham -460.000 euro.
Daarom heeft de overheid een pakket maatregelen genomen om de migrant aan te zetten om te investeren. Er werd zelfs een speciale bank voor hem opgericht. Bank Al Âmal leent tegen gunstige tarieven veertig procent van het te investeren bedrag. En ze kan bemiddelen om nog eens veertig procent van een andere bank te lenen. De stichting Hassan II heeft per sector brochures in verschillende talen uitgegeven om de migrant-investeerder de weg te wijzen. En het ministerie van Migrantenzaken heeft dit jaar van de promotie van investeringen bij de migranten in Europa haar prioriteit gemaakt.
Ondanks al deze inspanningen, blijkt uit het onderzoek dat ruim 42 procent van de investeerders hun zaak geen succes noemen. Ze geven als voornaamste redenen de hoge rentevoeten en de zware garanties die de banken eisen. Ook maken de meeste investeerders nauwelijks gebruik van de faciliteiten die aangeboden worden, omdat ze niet op de hoogte zijn of omdat de maatregelen niet aansluiten op hun behoeften.
Maar er zijn ook succesverhalen. Immobiliënpromotor Nouinou bijvoorbeeld, in de jaren zeventig ploegbaas in een bedrijf in Nederland, is nu bezig op 20 kilometer afstand van Tanger een toeristisch complex te bouwen. De meesten van zijn klanten zijn migranten en om de nodige contacten te onderhouden, pendelt Nouinou tussen verschillende Europese steden. Een ander succesverhaal waarop Abdeslam El Ftouh van de Stichting Hassan II bijzonder trots is, werd uit de grond gestampt door twaalf dokters uit België. Zij startten een modern ziekenhuis in Tanger.
De dokters van het Essalam-ziekenhuis zijn vol lof over de hulp die ze kregen van de Stichting Hassan II en zijn er zeker van dat ze een echte meerwaarde leveren voor Marokko. ‘We komen uit Belgische universiteiten en ziekenhuizen, en we bedrijven de geneeskunde op een Belgische manier, heel anders dan wat men hier gewoon is’, zegt Dr. Hassan Chergui. ‘We behandelen de patiënten op een humane manier’, benadrukt hij. Elders in Tanger klaagt Karima dat wie niet over de nodige centen beschikt, in Marokko gewoonweg niet in aanmerking komt voor een medische behandeling. Ook niet voor een humane behandeling.

Waar Belgen thuis zijn


Het is zomer en de muezzin roept Allahoe akbar, God is groot. De mannelijke migrant-toerist gaat naar de moskee. Hij wordt begroet en groet terug. En als hij na een kwartiertje terug thuis komt, is de tafel al gedekt. Een heerlijke tajine, verschillende frisse slaatjes en heerlijke olijven staan op de ronde tafel te wachten. De kinderen hebben waarschijnlijk al de weg naar het strand gevonden.
Het is heet. Als later de aarde begint af te koelen, openen de winkels opnieuw hun deuren en gaan de vrouwen met hun dochters winkelen, op zoek naar de mooiste stof om in het oog springende kaftans te laten maken. Kwestie van voorbereid te zijn op de talloze huwelijksfeesten in Antwerpen en Brussel die ze voor geen geld willen missen. De kans dat ze andere shoppende Belgisch-Marokkaanse kennissen tegenkomt is in steden als Tanger, Tetouan en Oujda bijzonder groot. De jongeren willen een paar souvenirs meenemen en de mama wil met enkele voorwerpen de sfeer van het herkomstland naar haar huis in Antwerpen of Brussel importeren. Het is heerlijk om in Marokko te zijn. Zo lang je euro’s op zak hebt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift