Europa's strijd tegen de maffia

Internationale politiesamenwerking is een belangrijk instrument in de strijd tegen georganiseerde misdaad. ‘Maar met alleen maar goede intenties komen we er niet’, zegt Patrick Zanders, medeoprichter van Europol. Die Europese politiesamenwerking zou het bestrijden van drugshandel, mensenhandel en andere vormen van georganiseerde misdaad moeten vergemakkelijken. ‘De resultaten zijn magertjes’, geeft Zanders toe.

Criminaliteit is een internationaal gegeven. Zo lezen we in het Belgische Jaarrapport Georganiseerde Criminaliteit van 2005 dat in ons land 288 criminele organisaties actief waren in 2004. Het gaat niet alleen om Belgische maar ook om Nederlandse, Italiaanse, Marokkaanse, Franse, Turkse, Joegoslavische, Roemeense, Russische Israëlische, Britse, Albanese en Bulgaarse maffiagroepen.

Volgens een recent rapport van Europol -het Organised Crime Threat Assesment 2006 (OCTA)- speelt België een centrale rol in de georganiseerde misdaad in Europa. ‘Dat is overdreven’, zegt Patrick Zanders, directeur van de Directie Beleid inzake Internationale Politiesamenwerking. ‘België is een van de veiligste landen in Europa, een paradijs op het vlak van criminaliteit. Je kunt de situatie in onze grootsteden toch niet vergelijken met Parijs of Londen. België wordt in het Europol-rapport afgestraft omdat we al onze beschikbare gegevens over georganiseerde misdaad hebben doorgespeeld. Sommige landen sturen enkel een gezuiverde versie van hun nationale gegevens door. De Franse georganiseerde criminaliteit bijvoorbeeld komt bijna niet aan bod in het Europol-rapport. Ik vermoed dat Frankrijk zijn gegevens gefilterd heeft of dat het land gewoon geen gegevens heeft.’

Zanders heeft niet alleen kritiek op het Europol-rapport, ook de organisatie zelf moet het ontgelden. Zanders: ‘In het Europol-hoofdkwartier in Den Haag wisselen verbindingsofficieren van de lidstaten informatie uit. Dat gaat goed. Maar welke meerwaarde biedt de organisatie daarnaast? Er is nog altijd geen analysecapaciteit of gezamenlijke databank. Het regelgevend kader is aanwezig maar de implementatie laat op zich wachten.

Europol is een paradepaard geworden, terwijl het een werkpaard zou moeten zijn. De mentaliteit binnen Europol moet wijzigen. De directeur moet meer op het terrein gaan kijken, naar de noden en problemen van de politiemensen gaan luisteren. Maar dat gebeurt niet.’ Zanders plaatst heel wat vraagtekens bij de politiesamenwerking in Europa. ‘Ik zie maar weinig vooruitgang in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit.

Het grote probleem van de EU is dat het al te vaak bij woorden alleen blijft. Zeker na de uitbreiding van de EU en nadat de Europese grondwet werd verworpen, is operationele politiesamenwerking een onmogelijke opdracht geworden. Het beslissingsproces is veel te traag en de wil van lidstaten om beslissingen te implementeren is bijna nihil. Een concreet voorbeeld: de Belgische politie mag dieven wel tot in Frankrijk achtervolgen maar ze mag hen daar niet arresteren. Anno 2006 kunnen we met Frankrijk nog altijd geen echte gemeenschappelijke patrouilles organiseren. Het probleem is de Franse grondwet, die moet eerst gewijzigd worden. Maar de Fransen hebben een heilige schrik dat de politie van een vreemd land op hun grondgebied zou werken.’

Zanders pleit ervoor om Europa even te vergeten en meer bilateraal en multilateraal te gaan samenwerken. ‘Laten we eerst binnen de Benelux vooruitgang boeken. Vervolgens kunnen we verder gaan met de landen van het Prüm-verdrag -Benelux, Spanje, Frankrijk, Oostenrijk en Duitsland- en dan kunnen we later zien of we binnen EU-verband beter kunnen samenwerken.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2563   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift