“Europees dorp” wacht op nieuws uit Brussel

Rio de Onor is een afgelegen dorpje van 109 inwoners dat in tweeën wordt gedeeld door de grens van Spanje en Portugal. Twee jaar geleden ondertekenden alle inwoners een brief om in Brussel erkend te worden als “Europees dorp”: Rio de Honor de Europa. Er kwam nooit antwoord uit Brussel, maar de dorpelingen hebben de hoop nog niet opgegeven.
Vroeger scheidden een rivier en een ketting over de weg de 50 huizen van het Portugese Rio de Onor de Bragança van de 20 woningen in het Spaanse Rihonor de Castilla. De ketting werd intussen weggehaald, omdat je anders in het afgelegen grensgebied 50 kilometer moest omrijden om aan de andere kant te geraken.
Het idee om een brief naar Brussel te sturen ontstond twee jaar geleden op een vergadering met Spaanse en Portugese dorpsbewoners. “We hebben toen unaniem beslist dat we het eerste Europees Dorp wilden worden, iets wat eigenlijk nog niet bestaat, zelfs niet als concept”, zegt de Portugese burgemeester van Rio de Onor, Antonio José Preto.
De 75 Portugese en 35 Spaanse dorpelingen wachten sindsdien vruchteloos op een antwoord uit Brussel. “Europa ligt steeds verder weg”, is een vaak gehoorde klacht in het dorpscafé. De Portugezen zijn bijzonder bitter over Commissievoorzitter José Manuel Durão Barroso: “Hij is een Portugees, hij had voor ons iets kunnen doen”.
In de praktijk is Rio de Onor al lang een hechte eenheid. De meeste mensen zijn blond met lichte ogen, afstammelingen van de Kelten die zich lang geleden kwamen vestigen in de noordwesthoek van het Iberisch schiereiland. Ze hebben ook bijna allemaal dezelfde naam: Preto in het Portugees en Prieto aan de Spaanse kant. Bijna iedereen heeft familie of bezittingen aan de overkant. Door de talrijke huwelijken over de grens heen zijn er ook maar twee dubbele familienamen: Preto Prieto of Prieto Preto.
“We hebben ons altijd als één dorp beschouwd”, zegt burgemeester Preto, “we planten en oogsten op hetzelfde land en hadden ooit een gemeenschappelijke kudde”. De mensen spreken ook dezelfde taal: “Portuñol”, een dialect ergens tussen Spaanse en Portugees.
Toegegeven, met de plannen voor een “Europees dorp” is ook enig eigenbelang gemoeid. “We willen graag een gezondheidscentrum en een apotheek bouwen en ook een tweetalige school openen ter vervanging van de school die 15 jaar geleden haar deuren sloot”, zegt Preto. Een school is volgens de burgemeester de enige manier om te voorkomen dat jonge koppels het dorp verlaten.
Zowel de Spanjaarden als Portugezen voelen zich door hun respectievelijke vaderland in de steek gelaten. “Langs de Portugese kant is er één bus per week, de Spaanse bus komt twee keer per week”, klaagt Beatriz dos Anjos, een Portugese die in de Spaanse dorpshelft woont.
Beatriz is ervan overtuigd dat het in Spanje beter leven is. “Wanneer ik ziek wordt, wil ik niet dat ze me naar Portugal brengen”, zegt ze, “de medicijnen hier zijn goedkoper en de dokter is sneller ter plaatse.” Iedereen weet dat de gezondheidszorg in Spanje beter is, de lonen hoger en de elektriciteit, het gas en de benzine goedkoper. Het enige wat goedkoper is in Portugal is bier, wijn en een kopje koffie.
De Spanjaard Miguel Prieto komt met een bedrukt gezicht bij het gezelschap van de burgemeester, twee fotografen en een journalist staan. “Mijn Portugese vriendin heeft me laten zitten”, luidt de verklaring. Prieto is er niet zo zeker van dat het leven in Spanje beter is. “Wanneer ik iets wil weten over wat er in de wereld gebeurt, lees ik de Portugese krant want die is er elke dag. De Spaanse televisie kan ik hier zelfs niet ontvangen.”
Vanwaar plots al die lof voor het land aan de overkant? Een van de omstanders heeft er zo zijn idee over: “Het is een boodschap van verzoening voor het meisje dat hem de bons heeft gegeven”.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift