Geen vrouwen aan de top van de Wereldhandelsorganisatie

Internationale handelspolitiek is weer meer dan ooit een mannenzaak geworden. Bij de nieuwe voorzitters van onderhandelingscommissies en beleidsorganen op het hoofdkwartier van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) in Genève is geen enkele vrouw.
De WHO heeft in zijn 12-jarige geschiedenis nooit echt uitgeblonken in de benoeming van vrouwen op belangrijke posten. In 2005 kwam daar voor het eerst verandering in, met de benoeming van de Keniaanse Amina Mohamed tot voorzitter van de Algemene Raad, het hoogste beslissingsorgaan van de organisatie. WHO-directeur-generaal Pascal Lamy koos verder de Rwandese Valentine Sendanayoye Rugwabiza als een van zijn vier vice-directeurs-generaal.
In 2006 was de Colombiaanse Claudia Uribe voorzitster van het Trade Policy Review Body, het departement dat rapporten maakt over de handelspolitiek van de lidstaten. Ze werd niet herkozen.
“Inderdaad. Ik zie hier geen vrouw tussen staan”, zo becommentarieerde Keith Rockwell, directeur van de informatie- en communicatieafdeling van de WHO, de benoemingen. Gevraagd of genderoverwegingen een rol spelen bij de verdeling van de functies, antwoordde Rockwell: “Ik weet het niet. Ik denk dat ze proberen op zoek te gaan naar de persoon die het best is geschikt om een bepaalde onderhandeling te leiden”.
Op de lagere echelons van de organisatie werken wel vrouwen, in totaal zijn ze zelfs lichtjes in de meerderheid. Volgens de woordvoerder zijn de lidstaten zich bewust van het probleem en doen ze er alles aan om ervoor te zorgen dat vrouwen de sporten van de hiërarchische ladder kunnen beklimmen: “Er is vooruitgang geboekt, maar niet genoeg”.

“Bekwaamheid”


De Colombiaane Claudia Uribe, ex-voorzitster van het Trade Policy Review Body, is het daar niet helemaal mee eens. “Ik ben niet gewonnen voor het verdedigen van minderheden. Wat voor mij telt is bekwaamheid”. Uribe geeft zichzelf als voorbeeld van een vrouw die haar hoge positie te danken heeft aan haar professionele kwaliteiten: “Ik ben niet de dochter van een invloedrijke politicus, maar heb toch altijd de beste kansen gekregen”.
Een deel van het probleem is dat er weinig vrouwen zijn in de handelsvertegenwoordigingen van de lidstaten. “Hoe kunnen we een strikte proportionaliteit bereiken wanneer we maar met zo weinig zijn ?”, zegt Uribe, “Ik ken twee vrouwelijke onderhandelaars uit Afrika die in het kader van de nieuwe benoemingen zijn gecontacteerd. De weinige vrouwen die hier zijn hebben het te druk of zijn niet geïnteresseerd in de verantwoordelijkheid”.
De Maleise handelsdiplomaat Muhamad Nord werd verkozen tot voorzitter van de Algemene Raad. De Australiër Bruce Gosper wordt voorzitter van het Orgaan voor Geschillenbeslechting en de Fin Vesa Himanen van het Trade Policy Review Body. De andere voorzitters van raden en commissies komen uit Denemarken, Barbados, Nigeria, Mauritius, Zimbabwe, Nieuw-Zeeland, de Filipijnen, Groot-Brittannië, India en Ghana.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift