Dossier: 

Gemiste kans in Mali

Frankrijk's militaire interventie in Mali

‘Het overhaaste militaire avontuur van Frankrijk in Mali kan wel eens een prelude zijn op de ellende die nog moet komen.’ Een opinie van MO* redacteur Olivia Rutazibwa over de militaire interventie in Mali.

  • Brecht Goris Olivia U. Rutazibwa Brecht Goris

‘Dank u België!’ en ‘In nood kent men zijn vrienden.’ De reacties liegen er niet om. Op de nieuwssite Malijet.net is het duidelijk dat heel wat Malinezen blij zijn met de militaire hulp die we vanuit België richting Bamako sturen. Een jaar van politieke chaos waarin hun land in tweeën uiteenvalt en een niet-aflatende stroom wilde verhalen over jihadisten die de sluier leggen over hun vrouwen en hun wereldberoemde cultuur. Je kan het hen moeilijk kwalijk nemen dat ze blij zijn dat de wereld met veel toeters en bellen eindelijk hun kant op kijkt.

En toch. De ervaring leert dat dit overhaaste militair avontuur van Frankrijk en co - het doet denken aan de Amerikanen en co in Irak en Afghanistan - wel eens een prelude kan zijn op de ellende die nog moet komen. Als ons lange- en kortetermijngeheugen even meewerkt, blijkt al gauw dat een buitenlandse militaire interventie zelden een succesverhaal is. De redenen daarvoor - ik noem er hier drie - zijn vrij simpel en gaan op voor de meeste vormen van buitenlandse inmenging. In het geval van Mali is dat niet anders.

Om te beginnen valt de motivatie van de helpers om in te grijpen zelden samen met de langetermijnnoden en de belangen van de bevolking. Vandaag maakt vooral de inname van Bamako door antiwesterse krachten Frankrijk om economische en ideologische redenen nerveus. De kans is groot dat de decennia oude grieven van de Toearegs in het noorden, de politieke crisis in Bamako en de armoede van álle Malinezen naar de achtergrond zullen verdwijnen tijdens deze militaire operatie.

Uitvergroot

Voorts is de lezing van het conflict door de helpers niet alleen simplistisch, maar meestal ook gekleurd door de eigen belangen. Gewoonlijk wordt er één probleem uitgepikt en uitvergroot. Na de interventie blijkt dan vaak dat het probleem nog groter is geworden dan toen het allemaal begon. Opnieuw volstaan Irak en Afghanistan allicht als voorbeeld, maar ook in Mali riskeren we met onze bommen politieke islam, jihadisme en terrorisme achteloos op één hoop te gooien. En ten slotte surft hulp op het geloof dat de betrokkenen niet in staat zijn hun problemen zelf en onderling op te lossen, terwijl precies daarin - het samen en onderling een oplossing negotiëren - de kiem van elke duurzame vrede ligt.

Ook in Mali riskeren we met onze bommen de politieke islam, het jihadisme en het terrorisme achteloos op één hoop te gooien.

Dat is de paradox van elke vorm van inmenging, zowel politiek als militair. Het is een vraagstuk waar spijtig genoeg geen eenduidig antwoord op bestaat voor wie van buitenaf echt iets nuttigs wil doen. Vrede kan maar floreren op een grond van onderling vertrouwen, en dat vertrouwen wordt precies gecreëerd in het proces van het samen naar een oplossing zoeken. Buitenlandse inmenging externaliseert dat vertrouwen.

Ook in Mali is dat niet anders. Terwijl de islamisten van Ansar Dine, de Toearegs en de Malinese overheid aan de onderhandelingstafel op elkaar waren aangewezen, stelt iedereen zijn vertrouwen vandaag in Frankrijk en bondgenoten om de situatie op te lossen. Het behoeft geen betoog dat we onmogelijk die verwachtingen zullen kunnen inlossen. Het trieste aan Mali is dat het er tot voor kort veelbelovend uit zag. Er was bijna een jaar aan gesleuteld, en voor de verandering lag er eens een internationaal plan op tafel dat afweek van de klassieke ‘Françafrique’-mantra (het soort blauwdruk waarin een ex-kolonisator of andere westerse know-it-all zich, na het nodige opblazen van het imminente en onafwendbare gevaar voor de ‘internationale vrede en veiligheid’, manu militari als de beste en onmiddellijke oplossing opwerpt).

Dialoog

De VN-resolutie 2085 van eind december getuigde van een diep besef dat de grond van het probleem in Mali politiek is en dat enkel geduld, dialoog en een kar getrokken door de betrokkenen een duurzame oplossing zouden produceren. Vandaag is het nog niet helemaal duidelijk wie de situatie in Mali precies heeft geforceerd in de richting van een snelle westerse interventie, en waarom. Zodra een situatie escaleert, voelt het bovendien nooit gepast om al te lang bij de bedenkingen hierboven stil te staan. Maar het zou toch niet slecht zijn ze mee te nemen in de verdere ontwikkeling van dit ondoordachte militaire avontuur.

Olivia U. Rutazibwa is Afrikaredacteur bij MO* en onderzoekster aan het Centrum voor EU Studies van de Universiteit Gent. Dit opiniestuk verscheen op 16 januari 2013 in de krant De Tijd. Lees ook Olivia’s analyse ‘Mali: kroniek van een aangekondigde interventie’.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift