Genoomonderzoek dreigt gezondheidskloof nog te vergroten

De ontwikkeling van biotechnologische
geneesmiddelen zou in de ontwikkelingslanden elk jaar miljoenen levens
kunnen redden. Begin deze week verscheen in het magazine ‘Nature
Biotechnology’ een studie van 28 onderzoekers uit de hele wereld die zijn
verbonden aan het Gemeenschappelijk Centrum voor Bio-ethiek van de
universiteit van Toronto. Zij stellen een lijst voor van tien genoom- en
andere biotechnologieën die over tien jaar een aanzienlijke bijdrage kunnen
leveren aan de verbetering van de volksgezondheid, vooral in de armste
landen van deze wereld. Maar de grote uitdaging bestaat er in geld te
vinden voor deze technologieën, zegt professor Jeffrey Sachs van de
Universiteit van Colombia en bijzonder adviseur van de algemeen secretaris
van de Verenigde Naties Kofi Annan.


Momenteel spitst negentig procent van alle medisch onderzoek zich toe op
problemen die slechts tien procent van de wereldbevolking treffen. Met de
studie van het genoom - het stelsel van chromosomen dat al de genen van het
lichaam bevat - dreigt deze ongelijkheid nog te vergroten. Donorlanden
investeren schandalig weinig in nieuwe technologieën die een groot verschil
kunnen maken voor de armen, zegt Sachs. Hij wijt dit vooral aan het feit
dat de ontwikkelingslanden geen voldoende grote particuliere markt en geen
overheidsfinanciering hebben. Volgens Sachs is die investeringskloof niet
het resultaat van slecht bestuur of onaangepaste wetten op het
intellectueel eigendom, zoals sommigen - onder wie de regering van de
Verenigde Staten (VS) - beweren. Zelfs de VS kan zonder omvangrijke
overheidsinvesteringen niet aan de levensbelangrijke wetenschap komen die
we nodig hebben. Sachs vindt dat het Noorden gewoon andere prioriteiten
moet leggen. We zouden bijvoorbeeld geld voor onderzoek kunnen putten uit
de bedragen die opzij gelegd worden voor de oorlog tegen Irak, zegt de
professor. We lijken niet in staat geld te vinden voor miljarden arme
mensen, maar als het op oorlog aankomt, weet de Amerikaanse minister van
Financiën Paul O’Neill te vertellen dat het geen probleem vormt om honderd
miljard dollar uit te geven.

De auteurs van het onderzoek noemen hun lijst van biotechnologieën een
belangrijke eerste stap om de dreigende ‘genoomkloof’ tussen de rijke en de
arme landen te vermijden. De studie is het vervolg op een rapport van de
Wereldgezondheidsorganisatie dat al had gewezen op deze groeiende kloof
tussen Noord en Zuid. Het biotechnologisch onderzoek kost alleen al aan
materiaal miljoenen dollar en de weinige biotechnologische geneesmiddelen
die op dit moment te koop zijn in de ontwikkelingslanden behoren tot de
allerduurste medicijnen - tot een miljoen euro per jaar per patiënt, weet
Abdallah Daar, coauteur van het rapport. Gezien de enorme problemen zoals
HIV of malaria is er dringend nood aan wereldwijde publiek-private
samenwerking zoals het wereldwijde partnerschap om vaccins tegen malaria en
HIV te ontwikkelen. Wanneer sommige technologieën eenmaal op punt staan,
hoeven ze volgens Daar niet eens zo duur te zijn in gebruik. Zo zouden
eenvoudige testapparaten kunnen worden gebruikt om snel en goedkoop een
hele reeks besmettelijke ziekten te testen. In Latijns-Amerika zijn deze
technologieën al ingezet voor de diagnose van leishmaniasis en dengue.

De studie beschrijft vele manieren waarop de biotechnologie
gezondheidsproblemen in het Zuiden zou kunnen aanpakken. Zij geeft het
voorbeeld van genetisch geproduceerde vaccins die goedkoper, veiliger en
doeltreffender zijn dan bestaande middelen en die nieuwe beloften inhouden
voor de strijd tegen HIV/aids, malaria en tuberculose. Verder zijn er
eetbare vaccins die vervat zitten in aardappelen, groenten en fruit en
bescherming bieden tegen hepatitis B, cholera, mazelen en andere ziekten.
Andere veelbelovende biotechnologische middelen: genetisch gemodificeerde
bacteriën en planten die vervuilde lucht, water en grond kunnen zuiveren,
vaccins en vaginale microbiciden om vrouwen te beschermen tegen seksueel
overdraagbare aandoeningen en genetisch gemodificeerde voedselgewassen als
rijst, aardappelen, maïs en maniok met een verhoogde voedingswaarde.

Critici waarschuwen evenwel dat het onderzoek naar genetische technieken in
het Noorden al heeft geleid tot een ernstig onevenwicht, omdat er te veel
aandacht gaat naar de rol van genen bij een ziekte. De critici geven toe
dat het belangrijk is inzicht te hebben in de moleculaire structuur van
organismen, maar klagen dat de huidige hoogtechnologische geneeskunde bijna
altijd - en niet steeds terecht - van oordeel is dat het probleem in de
genen ligt.

In Afrika, een continent waar meer dan 340 miljoen mensen moeten rondkomen
met minder dan een euro per dag, worden intussen gezamenlijke inspanningen
geleverd om de groeiende genoomkloof te dichten. Een recente studie van de
Economische Commissie voor Afrika formuleert een aantal aanbevelingen: er
moet een Afrikaans beleid voor biotechnologie worden uitgestippeld, er zijn
meer investeringen in modern biotechnologisch onderzoek nodig en de
publiek-private samenwerking moet worden bevorderd. K.Y. Amoako, secretaris
van de commissie, weet wel dat de nieuwe technologie risico’s inhoudt, maar
volgens hem bestaat het grootste risico erin niets te doen en de
biotechnologische revolutie aan Afrika voorbij te laten gaan. Eerder dit
jaar hebben zeven Afrikaanse landen het Afrikaans Forum voor Genoombeleid
opgericht om druk uit te oefenen op de regeringen van de rijke landen. Die
moeten volgens het forum meer geld ter beschikking stellen voor
biotechnologisch onderzoek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift