Gentech: een kans, maar geen oplossing

Honger is zo’n complex probleem dat gentechnologie nooit dé oplossing kan
zijn. Daarover waren zowel voor- als tegenstanders van gentech het gisteren
(dinsdag) eens op de International Conference on Agriculture and Development
(ICAD) in Wageningen. Voorstanders wezen op een unieke kans om de honger te
bestrijden, sceptici vooral op de gevaren voor milieu of voedselveiligheid.
In Wageningen werd de vraag gesteld of, en zo ja, hoe, de biotechnologische
revolutie kan bijdragen aan de bestrijding van armoede en honger. Doordat de
opbrengst van gewassen verhoogd kan worden, bijvoorbeeld, of doordat
bepaalde voedingsstoffen, zoals vitamine A, kunnen worden ingebracht.

Brem Bindraban, onderzoeker voor Plant Research International in Wageningen,
gelooft in de zegeningen van technologie. “De groene revolutie, die in de
rest van de wereld zo succesvol was, was niet succesvol op het Afrikaanse
platteland. Biotechnologie is een krachtig middel om de opbrengsten te
verhogen of om gewassen beter geschikt te maken voor een harde omgeving.
Arme boeren krijgen daarmee net wat lucht om investeringen te kunnen doen.”

Om te onderzoeken hoe biotechnologie kan worden ingezet in de omstandigheden
van ontwikkelingslanden, is wel publiek gefinancierd onderzoek nodig, vond
Bindraban. “We worden steeds meer gekort. Dat leidt ertoe dat we alleen nog
maar onderzoek moeten doen in opdracht van klanten die geld hebben. En dat
zijn niet de arme boeren.”

Van dergelijk onderzoek wordt weinig verwacht door de tegenstanders, zoals
milieuorganisaties uit het Noorden en Zuiden. “Genetische manipulatie past
niet in de Afrikaanse landbouwcontext”, zei Teresiah Wirimu Nga’ng’a van de
organisatie Kenya GMO Concern. “Arme Afrikaanse boeren hebben al moeite om
mee te komen als het gaat om kleine vernieuwingen zoals de aanschaf van
ossen, laat staan als ze zaad moeten gaan inkopen bij een grote
multinational. Bovendien vergroot het hun afhankelijkheid.” Honger is een
heel complex probleem, aldus de Afrikaanse campagnevoerster. “Gentech helpt
daarbij niet, wel eerlijke handel, betere infrastructuur en training om
boeren nieuwe productiemethoden te leren.”

De Afrikaanse sprekers waren over het algemeen sceptischer over gentech dan
hun collega’s uit de rest van de wereld, en soms zelfs ronduit negatief. “We
hoeven jullie gif niet”, zei Clement Chipokolo van Participatory Ecological
Land-Use Management (Pelum) uit Zambia. De doemscenario’s zoals de
“terminator seeds” liggen nog vers in het geheugen: zaden die alleen
vruchtbaar zijn wanneer ze worden behandeld met een bij de multinational te
kopen behandelmiddel.

Eén van de weinige aanwezige Afrikaanse boeren wees op de omstandigheden van
kleinschalige landbouwers. “Zij kunnen niet rennen, zoals de rest van de
wereld. Ze moeten langzaam lopen. Ze kunnen niet alle landbouwrevoluties in
één keer doormaken.”

“Juist wel!” beweerde Anil Epur van de Indiase Confederation of Kisan
Organisation. “Natuurlijk moeten we voorzichtig zijn en geen genen inbrengen
die schadelijk zijn voor het milieu of de gezondheid. Monsanto is ook
gestopt met terminator seeds na publieke druk. Maar de vergroting van de
opbrengst kan boeren helpen om stappen over te slaan. Waarom de gebaande
paden dan nog helemaal aflopen? Het heeft geen zin om alles af te wijzen,
als er ook nuttige toepassingen zijn.”

Een afgevaardigde namens Oxfam zag ook wel nuttige toepassingen, maar
kapittelde de marketing achter biotechnologie. “Gentech wordt gepromoot als
dé oplossing voor honger. Terwijl er zo veel veranderingen nodig zijn op het
platteland, dat genetische modificatie hooguit een klein steentje kan
bijdragen.”

Daar leken de meeste onderzoekers het wel over eens te zijn. Honger en
ondervoeding is een complex sociaal, economisch en politiek probleem, dat
niet kan worden opgelost door een losstaande technologische vernieuw
ing.
“Het gaat er niet om dat er te weinig voedsel op aarde is”, zei Niels
Louwaars, onderzoeker bij het Centrum voor Genetische Bronnen. “India
produceert meer dan ooit, maar het lukt niet om het aantal ondervoede mensen
te laten dalen.” Het mechanisme werkt als volgt: als de prijs voor voedsel
daalt, kunnen de armen in de stad wel meer eten, maar de armen op het
platteland lopen des te meer risico omdat hun producten minder opbrengen.
“De Groene Revolutie is voor kleine boeren, in elk geval in Afrika, ook niet
gelukt. Het bleek moeilijk om de armen een stem te geven, en het bleek
moeilijk om ze te bereiken met de juiste materialen. Waarom zou de
genetische revolutie beter zijn? Het is nog erger: zelfs het onderzoek is
niet publiek meer, maar is voorbehouden aan de private sector, en de
patenten op gemodificeerde producten zijn niet beschikbaar voor de armen.”

Wat dagvoorzitter Theo van de Sande, van het Nederlandse Ministerie van
Buitenlandse Zaken, wel stoort, is het gebrek aan eigen initiatief van veel
ontwikkelingslanden. “Je moet niet bang zijn voor Monsanto. Natuurlijk
hebben ze veel meer onderzoeksbudget, maar voor gentech heb je geen
kernreactor nodig. Je hebt met vier, vijf mensen al een lab. Bepaal zelf wat
je nodig hebt, en ga daaraan werken.”

“Het echte probleem is: hoe komen boeren de markt op”, zei
landbouwdeskundige Van Ban. “Biotechnologie zou dan misschien kunnen helpen
om kwalitatief betere producten te maken, waar mensen meer voor willen
betalen. Maar dé oplossing tegen honger? Dat is het niet.”

Naar aanleiding van de ICAD-conferentie wordt vanavond in het Tropentheater
in Amsterdam een publieksdebat gehouden over GMO’s, landbouw en
armoedebestrijding. IPS MDG1 (JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift