Groot-Brittannië trekt ontwikkelingshulp op tot 0,4 procentbbp

De Britse regering heeft maandag aangekondigd dat de
Britse ontwikkelingshulp wordt opgetrokken van 5,2 miljard euro nu tot 7,7
miljard euro in 2006. Groot-Brittannië zou daarmee binnen vier jaar 0,4
procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) besteden aan hulp aan arme
landen. Met de beslissing gaat de regering in Londen in op een resolutie van
240 leden van het Lagerhuis. De Britse niet-gouvernementele organisaties
voor ontwikkelingssamenwerking (ngo’s), die een campagne voeren voor een
verhoging van de Britse ontwikkelingssamenwerking, begroeten de beslissing
maar vinden dat het doel 0,7 procent van het bbp moet zijn.


BOND, een netwerk van meer dan 260 Britse ontwikkelingsngo’s, vindt dat
Groot-Brittannië zijn hulp nog sneller moet verhogen. Tegen dit tempo duurt
het nog tot 2020 voordat we de 0,7 bereiken, zegt Jenny Ross, een
campagnevoerder van BOND. De 0,7-norm werd in de jaren 70 vastgelegd door de
Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en is nog eens expliciet
onderschreven door de regering-Blair. De Britse ngo’s vinden dat
Groot-Brittannië de norm zo snel mogelijk moet halen, onder meer om andere
regeringen van arme en rijke landen te tonen dat Groot-Brittannië de
internationale ontwikkelingsdoelstellingen ernstig neemt.

Groot-Brittannië heeft een sterke en op politiek vlak heel actieve
ngo-beweging; dit jaar heeft die heel haar gewicht in de schaal gelegd om de
Britse ontwikkelingsbijdrage op te drijven. Naast parlementsleden werden in
de campagne ook liefdadigheidsinstellingen, vakbonden, milieugroepen en
lokale verenigingen ingeschakeld. Het ministerie van Financiën kreeg
duizenden e-mails en meer dan 40.000 brieven met de vraag meer geld vrij te
maken voor solidariteit met het Zuiden.

Nu zijn de Britse ngo’s van plan nauwkeurig na te gaan wat hun regering met
de bijkomende middelen gaat doen. Het geld zal weinig uithalen voor de arme
bevolking in de ontwikkelingslanden als het niet geïnvesteerd wordt in
basisdiensten als onderwijs en gezondheidszorg, zegt Belen Vasquez van
Action Aid, één van de grootste Britse hulporganisaties. Action Aid stelt
dat Groot-Brittannië slechts vier procent van zijn directe ontwikkelingshulp
besteedt aan de uitbouw van eerstelijnsgezondheidsdiensten, al sterven er
wereldwijd elk jaar 11 miljoen kinderen aan geneesbare ziekten als mazelen
en diarree. Van de Britse directe steun gaat ook maar twee procent naar
projecten om meer kinderen toegang te bieden tot het basisonderwijs - nog
een absolute ontwikkelingsprioriteit in een wereld waar 130 miljoen kinderen
niet naar school gaan. Veel meer Britse hulp gaat naar economische projecten
en infrastructuurwerken als de aanleg van wegen.

De ngo’s willen er ook over waken dat de ontwikkelingshulp niet wordt
verbonden aan andere politieke doelstellingen. De Britse regering stelde
vorige maand bijvoorbeeld voor ontwikkelingshulp afhankelijk te maken van de
mate waarin de ontvangende landen meewerken aan de beteugeling van illegale
immigratie.

Met haar beslissing om de komende jaren duidelijk meer uit te geven aan
ontwikkelingshulp, gaat Groot-Brittannië in tegen de Europese trend om
eerder te bezuinigen op die begrotingspost. Ierland en Denemarken hebben hun
uitgaven teruggeschroefd, en ook Duitsland vindt dat het oplopende
begrotingstekort geen speelruimte biedt voor een stijging. In België wordt
vrijdag beslist of er een stijging van de ontwikkelingsbegroting inzit. De
Belgische regering had eerder beloofd haar ontwikkelingshulp dit jaar met 75
miljoen en volgend jaar met 100 miljoen euro te verhogen om op die manier
tegen 2010 de 0,7 procent te kunnen halen. Vorig jaar gaf België 0,37
procent van zijn bbp uit aan ontwikkelingssamenwerking. Nederland haalde in
2000 0,84 procent, Groot-Brittannië 0,32 procent en Duitsland 0,27 procent.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift