Het geld groeit wel aan de bomen

Bossen zijn brandend actueel. Niet alleen omdat ze massaal in vlammen opgaan, zoals deze zomer in Rusland, Portugal en Spanje of vorig jaar in Australië. Ze zijn ook onmisbaar voor de gezondheid van onze planeet.
Twintig procent van de CO2-emissies zijn afkomstig van ontbossing. Bossen zijn een spons voor de opslag van CO2, een reservoir voor flora en fauna, een buffer tegen landverschuivingen en erosie. Precies omdat hun overleven van vitaal belang is voor ons overleven, vormen bossen vandaag ook het middelpunt van de klimaatonderhandelingen. Daarbij staat de zogenaamde REDD-aanpak centraal: het reduceren van emissies afkomstig van ontbossing en bosdegradatie. Het mechanisme is bedoeld voor ontwikkelingslanden en die kunnen daar miljarden mee verdienen.

Enkele cijfers op een rijtje


Op de klimaattop van Kopenhagen is afgesproken dat de industrielanden 2,7 miljard euro zouden samenbrengen in een fonds voor ontwikkelingslanden om ontbossing tegen te gaan. 
Wanneer Brazilië zijn huidige klimaatwet effectief toepast en zijn wetgeving over het afremmen van de ontbossing naleeft, kan het tegen 2030 zijn bruto inkomsten zien stijgen tot 113 of zelfs 238 miljard euro. Dat zou dan wel inhouden dat er niet meer ontbost wordt voor nieuwe landbouwgronden en dat ontbossing in het algemeen tot nul wordt herleid tegen 2030. 
Zeven industrielanden (onder andere Noorwegen, Duitsland en Australië) zijn bereid Indonesië drie miljard euro te betalen als het zijn massale houtkap stopzet. Zowat een kwart daarvan is beloofd door Noorwegen, op voorwaarde dat het Indonesië een moratorium uitvaardigt voor nieuwe concessies voor ontbossing of de vernieling van moerassen. Helaas is het moratorium slechts voor twee jaar afgekondigd en lopen bestaande concessies gewoon door. In Indonesië verdwijnt jaarlijks meer dan een miljoen hectare woud.     
Ecuador ondertekende een contract met het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) om zijn grootste oliereserves onder het Yasunipark niet te ontginnen omwille van de natuurlijke rijkdom van het park. De gedorven olie-inkomsten worden geschat op meer dan 5,5 miljard euro over een ontginningsperiode van dertien jaar. Ecuador wil dat de internationale gemeenschap de helft samenbrengt voor het behoud van het park. Duitsland zegde al toe en is bereid jaarlijks vijftig miljoen euro te schenken gedurende dertien jaar. Spanje, Frankrijk en Zwitserland overwegen hun steun. Ook aan België is de vraag gesteld, Wallonië heeft al toegezegd.
Bij al die geldstromen blijven echter nog tal van vragen onbeantwoord. Wie gaat de fondsen beheren? In welk soort projecten zal het geld geïnvesteerd worden? Worden de lokale bewoners er beter van of is een nieuw speculatieproduct gecreëerd? En hoe controleer je of de ontbossing effectief is tegengegaan?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.