Inheemse volkeren willen 'juiste' steun

De inheemse volkeren willen dat hun
vertegenwoordigers veel nauwer betrokken worden bij ontwikkelingsprojecten
van de Europese Unie. Nu wordt vaak boven hun hoofden beslist wat goed voor
hen is. De vertegenwoordigers van 55 inheemse volkeren schoven hun eis
vorige week naar voor op een conferentie in Brussel. Europees Commissaris
voor Ontwikkelingszaken en Humanitaire Hulp Poul Nielson beloofde met de
aanbevelingen rekening te zullen houden.


De EU moet inheemse volkeren erkennen als politieke entiteiten, als
volkeren en actoren die baas zijn over hun eigen ontwikkeling. Dat was één
van de belangrijkste eisen die werd vertolkt op een conferentie
georganiseerd door de Rainforest Foundation UK, de International Alliance of
Indigenous-Tribal Peoples of the Tropical Forests en de Europese Commissie.

De Commissie moet er volgens de inheemse organisatie voor zorgen dat de
bekommernissen en gevoeligheden van de inheemse volkeren in de projecten
terug te vinden zijn. De EU moet daarom afstappen van haar buitenlandse
politiek die enkel gebaseerd is op betrekkingen tussen staten: via
vernieuwende initiatieven kunnen ook met inheemse volkeren relaties worden
aangeknoopt.

EU-commissaris voor Ontwikkelingsbeleid Poul Nielson beloofde op de
conferentie alvast dat de EU rekening zou houden met de aanbevelingen. Hij
gaf ruiterlijk toe dat ontwikkelingsprojecten veel te vaak projecties zijn
van de opvattingen en denkbeelden van de donoren. Nielson zei ook te hopen
dat deze conferentie slechts de eerste stap zou zijn. Hij wil dat er
nieuwe mechanismen komen voor een constructieve dialoog tussen de Europese
Unie en inheemse volkeren.

Inheemse volkeren zijn de oudste inwoners van een land, die door eeuwen
migratie een minderheid zijn geworden. Hun aandeel varieert: in Brazilië
maken ze slechts een duizendste van de bevolking uit, terwijl ze in Peru
veertig procent vertegenwoordigen. Er bestaan zowat vijfduizend inheemse
bevolkingsgroepen in een zeventigtal landen. Samen zijn ze naar schatting
met 250 miljoen mensen, waarvan een vijfde in het regenwoud leeft.

Op de conferentie gaven vertegenwoordigers uit Kameroen, Colombia, India,
Indonesië, Panama, de Filippijnen en Thailand concrete voorbeelden van
EU-projecten en de effecten daarvan op hun gemeenschap. Er werden goede en
slechte rapporten uitgereikt. Het voorbeeld van het dure landbouwprogramma
in de central Cordillera op de Filippijnen toonde aan dat goedbedoelde
infrastructuurprojecten plaatselijk tot woekerende corruptie kan leiden. De
beoordeling van een programma voor het inheemse Adivasi-volk in de
bergstreken van het Indiase Jharkhand bleek dan weer uiterst positief:
vooral het belangrijke aandeel van de Adivasi bij de keuze en uitwerking van
het project en de aanwerving van Adivasi-vakmensen werden geprezen. Dit
relatief goedkope project (130.000 euro) ter verbetering van de
voedselvoorziening, economische ontwikkeling, gezondheid, onderwijs en
cultureel dynamisme wordt voor de helft door de EU gefinancierd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift