Johan Leman: 'De managers van de mensenhandel blijven buiten schot'

Buitenlandse Zaken dekt visazwendel vanuit Belgische ambassades toe. Dat is de conclusie die Johan Leman trekt uit enkele dossiers die hij als directeur van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding opvolgde. In Ongeleid projectiel, zijn pas verschenen “tussentijdse autobiografische nota’s” beschrijft Leman de botsingen met de regering rond dossiers die te maken hadden met mensenhandel. Hoofdredacteur Gie Goris van MO* kreeg het hele verhaal te horen.
<//em>Werkloos? Geen nood, er is toekomst voor wie ondernemend in het leven staat, op voorwaarde dat je de nodige connecties op een Belgische ambassade hebt. Dat is in elk geval de overtuiging die Johan Leman overhield aan zijn confrontatie met allerlei handeltjes die halverwege de jaren negentig opgezet werden vanuit Bulgarije. Kort samengevat komt het verhaal hierop neer: iemand in België start een exporthandel, hij inviteert geïnteresseerde buitenlanders -Bulgaren, bijvoorbeeld- om zijn fijne waren te komen bekijken, en vraagt daarvoor honderd visa aan. De ambassade in Sofia verleent die visa, in principe op basis van advies van Vreemdelingenzaken, maar vaak ook zonder dat advies. Het verhaal wordt problematisch als blijkt dat het Belgische bedrijfje alleen maar dient om visa aan te vragen of wanneer meerdere van die uitgenodigde Bulgaren niet arriveren in België, maar zich in andere Schengenlanden actief gaan bezighouden met allerlei onoorbare praktijken, zoals autodiefstal of het opzetten van prostitutienetwerken. Als bovendien duidelijk wordt dat de namen van de uit te nodigen Bulgaren naar het Belgische bedrijfje gefaxt worden van op de Belgische ambassade in Sofia, dan is er echt stront aan de knikker.

Stilte op alle fronten


Het Dossier Sofia, dat grote gelijkenissen vertoont met verhaal dat hierboven kort geschetst wordt, kwam op de grote tafel van Johan Leman terecht toen mevrouw Coen -destijds eerste secretaris van de Belgische ambassade in Sofia- met haar klachten over zwendel in visa en vermeende mensenhandel bij hem aanklopte. In Ongeleid projectiel schrijft Johan Leman (op bladzijde 70): ‘Het is daar op die Belgische ambassade in de jaren negentig duidelijk een ‘boeltje’ geweest: maffiosi en mensenhandelaren waren er kind aan huis, visa werden ambtshalve (anders gezegd: zonder de Dienst Vreemdelingenzaken in Brussel te informeren) uitgedeeld aan wie bereid was extra te betalen of geschenken achter te laten, prostituees konden er een tijdlang zo binnenlopen om een visum af te halen, enzovoort. Met die visumzwendel moeten enorme bedragen gemoeid geweest zijn.’
Mevrouw Coen had al klacht neergelegd bij het gerecht, maar dat leidde op zijn zachtst gezegd niet tot een krachtdadig optreden. Johan Leman: ‘We weten dat er minstens 500 visa- en het waren er in feite veel meer- op onrechtmatige wijze uitgereikt werden. Op zes jaar tijd werden er echter zes verschillende onderzoeksrechters op de zaak gezet, die bovendien verhuisde van de Franse naar de Nederlandse taalrol. Dat is een uitstekend recept om procedurefouten uit te lokken. Ik kreeg het door die vreemde gang van zaken zo op mijn heupen, dat ik naar toenmalig minister van Justitie Verwilghen gestapt ben met de vraag of ik zelf naar Sofia kon gaan om een en ander te onderzoeken. Ik heb die toestemming gekregen. Daar vertelden goed geplaatste Bulgaren mij dat er al voor de val van het communisme een heimelijke samenwerking ontstaan was tussen voormalige veiligheidsagenten en diplomatiek personeel uit verschillende Europese landen. Die filières werden oorspronkelijk gebruikt om grote sommen geld het land uit te sluizen, maar na verloop van tijd zorgden ze ook voor illegale handel in sigaretten, wapens, namaak-cd’s, kunst, drugs en uiteindelijk mensen. Na dat korte verblijf in Sofia heb ik een rapport gemaakt -zoals een goede ambtenaar behoort te doen. De minister van Justitie heeft dat rapport doorgegeven aan de minister van Buitenlandse Zaken en aan de premier. De enige reactie was: stilte op alle fronten.’
Leman heeft op die stilte gereageerd door zijn voornaamste bevindingen samen te vatten in het jaarrapport 2001 over mensenhandel. Dat gaf aanleiding tot een parlementaire subcommissie over mensenhandel. Het verslag Mensenhandel en visafraude van die subcommissie (gepubliceerd op 27 januari 2003) is overigens zeer interessante lectuur, waarin details en namen staan die Leman zelf liever niet noemt.
‘De leden van die commissie waren gewonnen voor een echte onderzoekscommissie’, volgens Leman, ‘tot Louis Michel voor diezelfde subcommissie verschenen is en zich behoorlijk boos gemaakt heeft, waarna iedereen in zijn schulp is gekropen. De parlementairen hebben ook niet gereageerd toen diezelfde minister van Buitenlandse Zaken in zijn getuigenis wel verwees naar de eerste twee inspectiebezoeken aan Sofia, waarbij geen onregelmatigheden vastgesteld werden, maar het derde inspectiebezoek, dat wel degelijk problemen constateerde, verzweeg. Het verzet van Michel tegen een onderzoekscommissie heeft wellicht te maken met het feit dat een heleboel mensen uit de diplomatie zich in dit soort affaires verbrand heeft. Je mag niet vergeten dat de praktijk die zich enkele jaren voorgedaan heeft in Bulgarije, vergelijkbaar is met wat zich in de Filipijnen, Nigeria en Marokko heeft afgespeeld. Het gaat dus niet om één rotte appel, maar om een meer structureel probleem.’

Promotie als sanctie


Eén van de vragen die bij deze hele historie achterblijft, is of de ambassadeur zelf verantwoordelijk is voor het gesjoemel dat onmiskenbaar op zijn ambassade heeft plaatsgevonden. Johan Leman vindt van wel: ‘In elk geval in formele zin, want hij is eindverantwoordelijk voor wat er in en vanuit de ambassade gebeurt. Bovendien zegt men mij dat het moeilijk voorstelbaar is dat de ambassadeur of zijn onmiddellijke ondergeschikten “niet gezien hebben wie er allemaal in de gang stond aan te schuiven”. Er zijn ook maar twee mensen die toegekende visa kunnen ondertekenen: de ambassadeur en de kanselier. Ik kan niet geloven dat deze twee diplomaten gedurende jaren misleid geweest zijn.’
De visumplicht voor Bulgaren is intussen afgeschaft, dus dit misbruik is zeker gestopt. Heeft de actie van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding zin gehad? Leman: ‘Er is een grotere alertheid voor dit soort misbruiken. Dat betekent natuurlijk niet dat ze voor eeuwig en altijd verdwenen zijn. In 2002 is er nog een probleem geweest met “studenten” uit Marokko, die visa kregen om te komen studeren aan allerlei privé-universiteiten in Brussel -ik wist niet dat er zoveel universiteiten waren in Brussel. Een aantal van die “studenten” bleek nauwelijks te kunnen lezen of schrijven. Het ging in dit geval wellicht niet om mensenhandel, maar het toont wel aan dat de verleiding om te sjoemelen blijft bestaan, en dat een degelijke controle nodig blijft. Het is mogelijk om dit soort zaken te organiseren en toch formeel binnen de wet te blijven. Het parlement moet daarom een grotere rol spelen en de gaten in de rechtsstaat dichten. Want als je vandaag tolereert dat in de diplomatieke wereld zaken gebeuren die buiten de legaliteit vallen of de tekorten van de wetgeving exploiteren, dan verkleint de kans dat je zo’n gaten morgen elders effectief kunt opsporen of bestrijden. Buitenlandse Zaken is echter een wereld die bij voorkeur zichzelf controleert. Het resultaat is dat iemand die van op een Belgische ambassade betrokken was bij diamantsmokkel, geen sanctie maar een overplaatsing kreeg. Of dat een ambtenaar van de dienst Protocol van de administratie van Buitenlandse Zaken in Brussel, die in 1997 toegaf dat hij zeker 300 verblijfskaarten verkocht heeft, onder andere aan mensen met vermeende banden met de Russische maffia, een jaarwedde uitbetaald kreeg, met het verzoek elders te gaan werken. Alle hiërarchische verantwoordelijken op zijn dienst werden gepromoveerd. De Franse ambassadeur in Sofia werd ooit uit de Franse ambassade teruggeroepen wegens praktijken die vergelijkbaar zijn met wat we in de Belgische ambassade vastgesteld hebben, en het volledige personeel van de ambassade van Portugal is ook eens in één klap gewisseld. In België bleef de zaak beperkt tot het ontslag van een hulpagente. En toen men uiteindelijk beslist heeft een rogatoire missie naar Sofia te sturen, werd de ambassade een maand voor aankomst van die onderzoeksgroep telefonisch op de hoogte gebracht door de onderzoeksrechter’.

De criminaliteit van de bovenklasse


Zolang de rechtszaak niet afgehandeld is, blijft de zaak Sofia actueel, vindt Leman. Toch is hij momenteel vooral benieuwd hoe het gaat met de mensen die gekend zijn uit dat dossier: waar zitten ze, waarmee zijn ze bezig, weten we voldoende over hen? ‘De zichtbare en getoonde feiten vormen meestal maar een deel van de hele realiteit. Aan de onderkant van de rechtsstaat bevindt zich een veld van illegale activiteit -en er is een heel apparaat dat erop gericht is om die illegaliteit te stoppen en uit te roeien. Maar ook aan de bovenkant heb je illegale activiteit, alleen verneem je daarover heel weinig. De criminaliteit van de bovenklasse ontsnapt aan de waakzaamheid van de rechtsstaat -en dat ondermijnt die rechtsstaat.’
De mazen van de Belgische rechtsspraak zijn zo groot, omdat de muurtjes tussen de gerechtelijke arrondissementen zo hoog blijven. Een slimme crimineel verhuist met zijn activiteiten van Antwerpen naar Brussel naar Kortrijk naar de Kempen. De kans is groot dat al die zogenaamde faillissementen die hij in zijn bedrijfjes organiseert nooit in één dossier zullen samenkomen. Dat was ook de aanpak met de Bulgaarse visumaanvragen, die telkens vanuit een andere hoek van het land kwamen. Bovendien richt een onderzoeksrechter zijn onderzoek op een bepaald moment op één aspect van een zaak, een aspect waarvan hij het gevoel heeft dat hij er een goed onderbouwde aanklacht rond kan bouwen. Bij het focussen vallen natuurlijk een heleboel andere aspecten weg.
Johan Leman vindt het opvallend dat bij die “wegvallende” aspecten vrij vaak dezelfde namen voorkomen. ‘Mijnheer Brammerz van het federaal parket heeft er trouwens ook al op gewezen dat het interessant zou zijn om al die gegevens -los van concrete dossiers- eens samen te brengen, om te kijken welke eventuele tendensen of constanten daaruit zouden komen bovendrijven. In dat verband citeert Johan Leman instemmend Chris De Stoop, die schrijft dat de strijd tegen de mensenhandel in België vooral een strijd tegen de illegale immigratie geworden is. Leman: ‘De echte mensenhandel pur et dur is een business, en de managers van dat soort criminaliteit zijn buiten schot gebleven. Zonder te willen insinueren dat betrokkene iets met de mensenhandel te maken had, is bijvoorbeeld vastgesteld dat een in Bulgarije wonende Belg, die al driemaal veroordeeld was wegens oplichting, meerdere keren met een diplomatieke koffer heen en weer reisde tussen Bulgarije en Macedonië. Het is u en mij niet gegeven om zo’n onschendbare diplomatieke koffer te gebruiken, mensen met een strafblad mochten dat blijkbaar wel.’
Ongeleid projectiel. Tussentijdse memoires door Johan Leman is uitgegeven door Uitgeverij Van Halewijck. 176 blzn, ISBN 90-5617-536x

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur