Klimaatonderhandelingen voor vier grote uitdagingen

Kan de cruciale klimaattop van Kopenhagen eind dit jaar een succes worden? Dat hangt af van vier essentiële factoren, zegt Yvo de Boer, de belangrijkste VN-functionaris die het internationale klimaatonderhandelingen in goede banen moet leiden. De Boer gelooft dat de onderhandelingen op het goede spoor zitten.
In Bonn is maandag een twaalfdaagse klimaatconferentie van start gegaan, de op drie na laatste grote onderhandelingsronde voor de bijeenkomst van Kopenhagen in december. Daar moet een opvolger voor het protocol van Kyoto in de steigers worden gezet, een verdrag waarin de wereld afspreekt hoe de uitstoot van broeikasgassen na 2012 verder zal worden teruggedrongen.   

Gunstig onderhandelingsklimaat



“Het politieke klimaat is gunstig om een akkoord te bereiken”, zegt de Boer, uitvoerend secretaris van de VN-Kaderconventie over Klimaatverandering (UNFCCC). “Ik twijfel er niet aan dat de conferentie van Kopenhagen in december resultaat oplevert”. Volgens hem heeft de wereld van de internationale financiële crisis geleerd dat “mondiale uitdagingen een mondiaal antwoord vereisen.”

De Boer geeft wel toe dat er harde noten te kraken blijven. Volgens hem moeten er knopen worden doorgehakt op vier vlakken om Kopenhagen een succes te laten worden. De industrielanden moeten duidelijkheid scheppen over hoe ver ze tegen 2020 hun uitstoot aan broeikasgassen willen terugdringen. De ontwikkelingslanden moeten nu op papier zetten hoe zij hun uitstoot binnen de perken zullen houden. Er moet zekerheid komen over de internationale  financiering van de maatregelen die zich opdringen in de ontwikkelingslanden. En er moeten afspraken komen over een internationaal regime dat de strijd tegen de klimaatverandering kan beheren.

Harde eisen



Nu gaapt er nog een brede kloof tussen wat rijke landen en ontwikkelingslanden van elkaar eisen en wat ze bereid zijn zelf te ondernemen. Volgens een document dat onlangs werd gepubliceerd op de website van de Chinese Commissie voor Ontwikkeling en Hervorming, een orgaan dat de Chinese economische politiek uitwerkt, vraagt China de rijke landen hun uitstoot van broeikasgassen tegen 2020 met 40 procent te verminderen in vergelijking met 1990. Het protocol van Kyoto legde de industrielanden maar een beperking met gemiddeld vijf procent op. Europa wil tegen 2020 tot een vermindering van 20 procent gaan, maar andere rijke landen gaan lang niet zo ver.

China eist ook dat de rijke landen 0,5 tot 1 procent van hun bruto binnenlands product uittrekken om de ontwikkelingslanden te helpen de klimaatverandering de baas te worden. Dat is een verveelvoudiging van de totale ontwikkelingshulp die de rijke landen nu verstrekken.

Bemoedigende ontwikkelingen



Toch ontwaart de Boer “bemoedigende ontwikkelingen” in de internationale klimaatonderhandelingen van de afgelopen 100 dagen. “We hebben nu een bijna complete lijst met de reducties die de industrielanden na 2012 willen bereiken. Regeringen kunnen nu duidelijker zien waar ze staan in vergelijking met elkaar, en kunnen op die basis de lat hoger leggen.”

Verder bevatten veel herstelplannen die de internationale crisis moeten helpen bezweren ook een fors luik met groene maatregelen. De Boer is ook blij dat de VS tot een akkoord willen komen in Kopenhagen. De vorige Amerikaanse regering bleef weigeren het protocol van Kyoto te ratificeren, waardoor de international afspraak een deel van haar waarde verloor. Volgens de UNFCCC-baas erkennen de rijke landen ook de inspanningen die heel wat ontwikkelingslanden al doen in de strijd tegen de klimaatverandering.

Sartpunt voor discussie



Over de eerste ontwerptekst voor het akkoord dat in Kopenhagen moet worden gesloten, bestaan er dan weer nog grote meningsverschillen tussen rijke en arme landen. Het Zuiden wil dat er meer nadruk komt te liggen op de steun die de rijke landen de rest van de wereld moeten bieden om de klimaatverandering het hoofd te bieden, al vraagt de tekst de rijke landen daarvoor al 2 procent van hun bruto binnenlands product voor op te offeren. De industrielanden willen hardere toezeggingen rond uitstootbeperkingen van de ontwikkelingslanden.

Maar volgens Michael Zammit Cutajar, de voormalige uitvoerende secretaris van UNFCCC, is de tekst van 53 pagina’s “een startpunt”. “Nu moeten de partijen hun standpunt bepalen en de tekst verrijken.”

Er is nog veel gelegenheid tot onderhandelen in de laatste rechte lijn naar Kopenhagen. In augustus organiseert de UNFCCC een vierdaagse conferentie in Bonn; in oktober vergaderen alle lidstaten van de kaderconventie nog eens 12 dagen in Bangkok en tijdens de eerste twee weken van november in Barcelona.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift