Kyoto zal voor opwarming Belgische politiek zorgen

Dat iedereen op aarde in hetzelfde schuitje zit, wordt misschien wel het scherpst geïllustreerd met de opwarming van onze atmosfeer. Landen die de klimaatverandering mee veroorzaken, omdat ze veel broeikasgassen uitstoten, raken hoe dan ook de toekomst van andere landen.
Het Kyoto-protocol over de beperking van uitstoot van broeikasgassen wil daarom dat landen bijdragen tot een oplossing naargelang hun verantwoordelijkheid. De EU moet de grootste inspanning doen, omdat de VS koudweg geweigerd hebben om toe te treden tot deze internationale overeenkomst. België moet in 2012 7,5 procent minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Vorig jaar stootte ons land echter 10 procent méér uit dan in 1990. Met andere woorden: over negen jaar moeten onze emissies met 17,5 procent dalen.
Het protocol treedt in werking zodra Rusland het goedkeurt. Dat kan elk moment gebeuren want de Russen hebben er veel bij te winnen. Door de economische terugval van de voorbije jaren stoten ze nu minder broeikasgassen uit dan in 1990. Rusland heeft dus emissierechten over die het kan verkopen aan landen die teveel uitstoten. Schattingen spreken over een overschot 2 miljard ton CO2-equivalent. Aan 10 euro per ton maakt dat 20 miljard euro.
België heeft zowel federale als gewestelijke klimaatplannen maar die zijn nog niet echt operationeel. Essentiële meetgegevens en het nodige personeel ontbreken nog terwijl de moeilijke beslissingen nog op het menu staan. Het federale plan dat nu voorligt, leidt zelfs niet tot minder uitstoot. Het Vlaamse klimaatplan wil de Vlaamse uitstoot tegen 2005 stabiliseren op het niveau van 1990. Niet niks want Vlaanderen zelf zit liefst 15 procent boven de 1990-norm. Brussel scoort nog slechter, terwijl Wallonië dat veel bedrijven zag teloorgaan, amper boven de 1990-uitstoot komt.
Aanvankelijk leek Kyoto te leiden tot een rondje communautair gebakkelei: moeten alle gewesten hun uitstoot met 7,5 procent verminderen  wat voor Vlaanderen veel zwaarder is - of mag de nationale inspanning op een andere manier verdeeld worden? Die beslissing is nog niet genomen maar twee studies leren ondertussen dat de keuze voor deze of gene verdeelsleutel tussen de gewesten al bij al geen grote financiële consequenties heeft. Dat maakt een keuze in deze o zo symbolische kwestie iets makkelijker.
Beide studies suggereren ook dat Kyoto ons per jaar zo’n 250 miljoen euro of 0,1 procent van ons inkomen zal kosten. ‘In één avondje Lambermont vind je zo’n bedrag’, meent staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling Olivier Deleuze. Dat bedrag is evenwel onzeker want het hangt af van de cruciale vraag hoe we de Kyoto-norm bereiken: door onze eigen uitstoot zoveel mogelijk te verminderen of door andere landen te betalen voor hun inspanningen. Voor dat laatste bestaan verschillende zogenaamd flexibele mechanismen: het opkopen van emissie-overschotten of het financieren van projecten van schone ontwikkeling in ontwikkelingslanden én in andere landen. Kyoto zegt dat die flexibele mechanismen “aanvullend” moeten zijn ten aanzien van de eigen inspanning, maar wat heet aanvullend? De goedkoopste manier om Kyoto te halen, is emissierechten kopen, maar daarmee wordt het broeikaseffect het minst bestreden, en, wat erger is, zo wordt de technologie om het in de toekomst beter te doen niet ontwikkeld.
Op Vlaams niveau circuleert een officieuze visietekst, die op ministeriële steun kan rekenen en die stelt dat Vlaanderen 50 procent van de inspanning zelf moet leveren. Federaal staatssecretaris Deleuze zit op dezelfde golflengte, maar niet iedereen in de federale regering denkt er zo over. Wellicht maakt de regering die moeilijke keuzes niet meer vóór de verkiezingen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur