Latijns-Amerikaanse voedseltop roept regionale noodtoestand uit

De Latijns-Amerikaanse top “Voedsel voor leven” in Nicaragua is geëindigd met een akkoord tussen zestien landen om meer voedsel te produceren en het onderling te verhandelen aan eerlijke prijzen via strategische allianties.
De regionale top was samengeroepen door de Nicaraguaanse president Daniel Ortega om te praten over de globale voedselcrisis en om regionale oplossingen te zoeken. De presidenten van Honduras, Costa Rica, Ecuador, Bolivia en Haïti waren present, naast delegaties van onder meer El Salvador, Guatemala, Mexico, Venezuela, Belize en Cuba. Vertegenwoordigers van verschillende VN-agentschappen, van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), de Europese Unie en internationale financiële instellingen woonden de top bij als waarnemers.
Ortega, die de vergadering voorzat, liet niet na om tussen de discussies verschillende keren zijn afkeuring te laten blijken voor “het rijk”, waarmee hij de Verenigde Staten bedoelt, en voor het “neoliberale beleid dat opgedrongen wordt door de internationale financiële instellingen”. De presidenten van Haïti, Ecuador, Bolivia en zelfs Costa Rica waren het met Ortega eens dat vooral de westerse landen schuld hebben aan de voedselcrisis.

Voedselprijzen rijzen de pan uit


Uit cijfers van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN blijkt dat in het laatste jaar de prijs van maïs met 31 procent gestegen is, de prijs van rijst met 74 procent en die van melkproducten met 83 procent. De Cubaanse vicepresident Esteban Lazo zei dat zijn regering in 2005 nog 250 dollar betaalde voor een ton ingevoerde rijst, maar nu vier keer zoveel moet betalen. “De voedselcrisis wordt nog verergerd door de hoge prijs van olie, op zich een gevolg van de oorlog in Irak, de klimaatverandering en het neoliberale beleid in de VS en in Europa”, voegde hij daaraan toe.
De Ecuadoraanse president Correa zei dat “het grote verschil tussen de armoede in de wereld in de 21e eeuw en vroeger is dat ze niet het gevolg is van tekorten, maar van de onevenwichtige verdeling van middelen”. Correa benadrukte dat de landbouwproductie in Latijns-Amerika dringend moet toenemen. De regio moet volgens de president afzien van het neoliberale beleid dat de nadruk legt op de invoer van voedsel, en dat opgelegd is door de internationale financiële instellingen met de steun van de VS.
Op vraag van Ortega beschreef de Haïtiaanse president Préval de moeilijke situatie in zijn land, het armste op het Amerikaanse continent. “Wat in mijn land gebeurt, is ronduit een catastrofe”, zei hij, waarmee hij verwees naar de gewelddadige voedselrellen in april waarbij zes mensen omkwamen en verschillende mensen gewond raakten.

Harde taal uit Costa Rica


De grote verrassing op de top kwam van de Costa Ricaanse president Arias, die harde kritiek uitte op de Verenigde Staten en op de Europese Unie. Volgens Arias is de huidige situatie het gevolg van “de hypocrisie van de VS en de EU in hun omgang met de belangrijkste thema’s op de internationale agenda.”
Hij wees erop dat de VS amper één miljard dollar in voedselhulp beloofd hebben aan de armste landen, “het equivalent van wat ze in een halve week in Irak uitgeven”, en dat de Doha-ronde binnen de Wereldhandelsorganisatie (WHO) een voorbeeld is van de hypocrisie van de rijke landen, die hun landbouw blijven subsidiëren. Hij noemde het Kyotoprotocol als tweede voorbeeld. “Rijke landen hebben de planeet vervuild om zichzelf te verrijken, en nu vragen ze ons om dat niet te doen.”
Na de verschillende toespraken kwam de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken Nicolás Maduro met een aantal concrete punten op de proppen. Venezuela belooft een landbouwfonds van honderd miljoen dollar om de plannen te financieren die op de top goedgekeurd worden. Hij stelde ook een nieuw plan voor waarbij Petrocaribe – een samenwerkingsverband tussen Venezuela en enkele Caraïbische landen – landbouwproductie zou financieren en goedkope brandstof beschikbaar zou stellen voor voedselproductie. In ruil zouden de geholpen landen lid worden van het Bolivariaans Alternatief voor de Amerika’s (ALBA), een initiatief van de Venezolaanse president Hugo Chávez.
De verklaring aan het einde van de top werd ondertekend door alle landen behalve El Salvador en Costa Rica, volgens Arias omdat hij zich niet in alle bepalingen kon vinden. Ze spreekt van een “regionale noodtoestand” en spoort de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aan om bij haar zitting in december de voedselcrisis aan te pakken. Ze riep ook de regeringen en banken in Latijns-Amerika en de Caraïben op om meer te investeren in de ontwikkeling van de landbouw.
Verder kwamen de landen overeen om binnen de dertig dagen een eerste plan op te stellen om de voedselproductie op te krikken te zorgen voor “eerlijke handel binnen en tussen de landen, met eerlijke prijzen voor producenten en consumenten.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift