Meer dan helft van Turkse en Marokkaanse Belgen is arm

Migranten en hun nakomelingen in België zijn ontstellend arm. Meer dan 55 procent van de mensen van Marokkaanse origine in een steekproef uit 2001 moest rondkomen met minder dan 777 euro per maand, de Europese armoedegrens. Bij de Belgen met Turkse wortels was dat zelfs bijna 59 procent. Dat blijkt uit een onderzoek dat de Koning Boudewijnstichting vandaag (16 oktober) bekend maakte.
Inkomensarmoede is een veel groter probleem onder migranten dan bij autochtone Belgen. Van die laatste groep zit maar ongeveer 10 procent onder de Europese armoedegrens. Opvallend is verder dat de armoede ook nog altijd algemener onder de nakomelingen van vroegere migratiegolven. Van de Belgen die uit Italië afkomstig zijn, was in 2001 bijvoorbeeld ruim een vijfde arm.

De cijfers lijken oud, en toch gaat het om een primeur. Nooit eerder werd in België armoede bij personen van vreemde herkomst onderzocht. Medewerkers van de Onderzoeksgroep Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad (OASES) van de Universiteit van Antwerpen en hun collega’s van de Universiteit van Luik vertrokken van gegevens uit de tweede nationale Gezondheidsenquête en een Panelstudie van Belgische Huishoudens, beide uit 2001. Ze voegden de twee steekproeven samen, een statistisch handigheidje om tot representatieve uitspraken te komen. “Andere gegevens zijn er niet”, zegt professor Jan Vranken van Oases. “Dit is een probleem dat niet alleen politici maar ook wetenschappers onder de mat vegen.”

De onderzoekers haalden frapperende cijfers uit het oude materiaal. Bijna 39 procent van de mensen van Turkse herkomst en een kwart van de mensen met Marokkaanse roots in de steekproef moesten rondkomen met minder dan 500 euro per maand. Mensen met buitenlandse wortels voélen zich ook armer dan autochtone Belgen. Bijna 30 procent van Turkse Belgen in de steekproef en bijna 38 procent van de mensen van Marokkaanse herkomst zeiden dat ze moeilijk konden rondkomen. Voor de autochtone Belgen was dat 12,2 procent.

De armoede onder allochtonen lijkt nog erger te worden. “Eén van onze hypothesen is dat er een “nieuwe groep generatiearmen” op komst is - gezinnen die net als de vierde wereld in België niet aan de bak komen op de arbeidsmarkt en bij instanties die uitkeringen verstrekken, en waar de armoede van ouders op kinderen wordt doorgegeven”, zegt Marco Martienello van het Centre d’Etudes de l’Ethnicité et des Migrations van de universiteit van Luik.

Een en ander zou een gevolg zijn van de discriminatie waaronder allochtonen lijden, en van verminderde vechtlust en veerkracht door een gebrek aan toekomstperspectieven. Harde cijfers hierover zijn er niet, maar wel aanwijzingen. Volgens ‘Kind en Gezin’ heeft vrijwel de helft van de kinderen die in arme gezinnen in België opgroeien, buitenlandse wortels.

Op basis van focusgesprekken met bevoorrechte getuigen werkten de onderzoekers voorlopige verklaringen uit voor de grote armoede onder migranten. Een lage scholingsgraad en gebrekkige kennis van het Frans of het Nederlands beperken de kansen van veel nieuwe Belgen op de arbeidsmarkt. Discriminatie in het onderwijs, bij aanwervingen en bij huisvesting levert een bijkomende handicap op. Van de actieve bevolking van Marokkaanse en Turkse origine in ons land, had in 2002 maar een kwart werk.

“We hebben het dikwijls over Fort Europa om aan te geven hoe moeilijk vreemdelingen hier nog binnenkomen”, zegt professor Vranken. “Maar binnen Europa moeten allochtonen ook hoge muren overwinnen: eerst moeten ze uit de armoede raken, en dan moeten ze ook nog eens opboksen tegen discriminatie om deel te kunnen hebben aan onze welvaart.”

De eerste generatie van migranten ging er bovendien van uit ooit terug te keren naar hun geboorteland, en ondernam daarom weinig om hun kinderen in België een goede toekomst te verzekeren. Merkwaardig genoeg gaat ook van het hechte netwerk tussen de eerste generatie van migranten een remmende werking uit: inwijkelingen voelen daardoor minder de nood goed Nederlands en Frans te leren, en verouderde waarden en normen krijgen de kans te overleven. Intussen kalft de solidariteit in de migrantengemeenschap af, waardoor de meest kwetsbaren nog sneller in de armoede belanden.

Die hypothesen zullen in een volgende fase van het onderzoek worden getest door middel van diepte-interviews met allochtonen. De resultaten daarvan zullen in de zomer van 2007 beschikbaar zijn.

Ook in onze buurlanden maken migranten en hun nakomelingen veel meer kans in armoede te leven. Afhankelijk van de berekeningsmethode leven inwijkelingen in Nederland twee tot vier keer vaker onder de armoedegrens dan autochtone Nederlanders. In Frankrijk is het aandeel van mensen van Noord-Afrikaanse origine dat in armoede leeft ruim drie keer groter dan het aandeel van armen onder de autochtone bevolking. IPS MDG1 (PD/MC)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift