‘Mensenhandelbeleid moet opnieuw op politieke agenda’

Politici moeten de strijd tegen de mensenhandel opnieuw als absolute prioriteit op de politieke en justitiële agende plaatsen. Dat zegt het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding naar aanleiding van de publicatie van zijn jaarverslag 2007.
Sinds de afschaffing van de subcommissie mensenhandel in 2003, werden de ontwikkelingen in de mensenhandel en -smokkel binnen het parlement niet meer opgevolgd. Nochtans stelde het Centrum vast dat criminele netwerken steeds professioneler en gewiekster te werk gaan. ‘Onze analyses en de professionalisering van de criminele netwerken wijzen op de dringende nood aan een parlementair forum om de aanpak grondig op te volgen, te evalueren en indien nodig bij te sturen’, zegt Jozef De Witte, directeur van het Centrum, in een persbericht.
Mensenhandel als prioriteit
In het Nationaal Veiligheidsplan 2008-2011 –dat in februari werd goedgekeurd door de Ministerraad- wordt de strijd tegen mensenhandel alleszins als een prioriteit beschouwd. Het plan belooft vooral te focussen op een aantal deelfenomenen van de economische en de seksuele uitbuiting. Vooral voor het oprollen van verdoken prostitutienetwerken in de vorm van massagesalons en escortservices, zijn extra middelen voorzien.
Het Centrum legt in het rapport ook enkele leemtes bloot in de procedure voor de toekenning van een slachtofferstatuut aan slachtoffers van mensenhandel- en smokkel.
‘Op het vlak van de detectie en identificatie van de slachtoffers van mensenhandel blijven er zich problemen stellen’, zegt Dewitte. ‘Vooral de slachtoffers van economische exploitatie worden nog al te vaak als illegale tewerkgestelden beschouwd, die zo snel mogelijk gerepatrieerd moeten worden. Maar vanuit een justitieel perspectief kunnen hun verklaringen een belangrijke meerwaarde opleveren voor het onderzoek.’
Bescherming in ruil voor medewerking
In het jaarverslag haalt het Centrum ook aan dat slachtoffers van mensenhandel alleen in bescherming worden genomen als ze hun volledige medewerking verlenen aan het gerecht. Enkel dan kunnen ze een voorlopige of permanente verblijfstitel krijgen. De meeste slachtoffers hebben nochtans vanuit hun herkomstland de ervaring dat de politie onbetrouwbaar en corrupt is. Velen denken dat dit hier ook het geval is.
Om deze regel te omzeilen, pleit het Centrum voor een ‘objectief slachtofferstatuut’ voor minderjarige slachtoffers van mensenhandel. Als er zo’n statuut komt, zijn jonge slachtoffers niet meer verplicht om mee te werken met het gerecht maar kunnen ze een beroep doen op een multidisciplinair team dat bestaat uit een parketmagistraat, een politieman en een sociaal werker. Dit team beslist na onderling overleg of de minderjarige al dan niet een slachtoffer van mensenhandel is.
Verder wijst het Centrum ook op de moeizame samenwerking tussen de verschillende EU- landen omdat hun gerechtelijke procedures inzake mensenhandelbeleid niet altijd op elkaar afgestemd zijn. Het Centrum vindt het bijvoorbeeld absoluut niet kunnen dat slachtoffers die in België verklaringen afleggen over feiten die plaatsvonden buiten het Belgische grondgebied, niet in aanmerking komen voor het statuut. Het Centrum wenst voor dit probleem een oplossing op Europees niveau.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift