Migranten in het wit

‘In Manchester werken meer artsen uit Malawi dan in heel Malawi en in Chicago werken meer Ethiopische dokters dan in heel Ethiopië’. De uitspraak van Europarlementslid Glenys Kinnock haalde in 2005 het wereldnieuws. Toch duurt de medische braindrain onverminderd voort.
In Malawi raken zes op tien van de arbeidsplaatsen voor verpleegsters niet ingevuld. Jaarlijks verlaten 15.000 verpleegkundigen de Filipijnen voor een baan in de VS, Europa of de Arabische landen. In de Filipijnen laten artsen zich zelfs herscholen tot verplegers, weet prof. Jan De Maeseneer van de vakgroep Huisartsengeneeskunde aan de Gentse Universiteit.
Hun voornaamste motivatie is om met een verplegerdiploma naar het buitenland te trekken en, als ‘t God belieft, later eventueel hun dokterskiel weer aan te trekken. ‘Dit fenomeen van downscaling, waarbij artsen hun autonomie opgeven in ruil voor een visum, is één van de meest schrijnende voorbeelden van de wereldwijde braindrain van medisch personeel’.

De Wereldgezondheidsorganisatie schat het wereldwijde tekort aan medisch kaderpersoneel op 4,3 miljoen, waarvan ruim een kwart in Afrika. ‘Er is een wereldwijde carrousel aan de gang’, beaamt prof. Wim Van Damme van het Instituut voor Tropische Geneeskunde.
‘De Verenigde Staten halen massaal dokters en verplegers weg uit Canada, Groot-Brittannië en de ontwikkelingslanden. Canada trekt er ook aan uit Groot-Brittannië en de ontwikkelingslanden. Groot-Brittannië trekt er dan weer aan uit Zuid-Afrika, maar ook uit Nigeria, Ghana, Oeganda.’ De “rijkere” Afrikaanse landen, zoals Zuid-Afrika, Namibië en Botswana, zuigen op hun beurt medisch personeel aan uit armere buurlanden.

Manusje-van-alles


‘Carrousel is misschien niet het juiste woord, want dat suggereert dat de mensen ooit terugkomen. De medische braindrain draait helemaal niet rond, integendeel, hij draait vierkant’, zegt Aad van Geldermalsen. De Nederlander is als raadgever verbonden aan het ministerie van Volksgezondheid in Zimbabwe.
Hij merkte er de gevolgen van de braindrain van heel nabij. Zimbabwaanse districtshospitalen, zo’n 80 in totaal, moeten normaliter bemand worden door drie artsen, maar 60 procent heeft slecht één of zelfs geen arts’  ‘Eén arts moet dan alles doen: chirurgie, keizersneden, het team leiden en superviseren. Kortom, hij moet dingen doen, die anders door vier mensen worden gedaan.’
Gevolg is volgens van Geldermalsen dat artsen zich beperken tot de meest lucratieve programma’s, zoals tbc-bestrijding of borstvoedingsprogramma’s, die door overheden en ngo’s betaald worden. ‘Ze volgen hun persoonlijke interesses of doen simpelweg wat het meeste schuift. Als zij geld krijgen om vaccinaties te doen voor een bepaalde ziekte, zullen ze daarvoor kiezen. En omdat er zo weinig mensen werken, zijn ze zeer beïnvloedbaar. Hun prioriteiten worden vaak bepaald door wat een welwillende of gesponsorde instelling voor ze in petto heeft.’
Niet alleen valt de eerstelijnszorg weg bij gebrek aan artsen en verplegers, ook het onderwijs boert achteruit, omdat professoren en lectoren waar voor hun geld kiezen. Zelfs in de hogere echelons blijft de financiële nood hoog en wordt er wel al eens een loopje genomen met Hippocrates’ ethiek, weet Van Geldermalsen.

Cubanen in Zimbabwe


In Zimbabwe vertrekken jaarlijks meer dan zeventig procent van de afgestudeerden naar het buitenland. Door de inflatie van 1700 procent kan de overheid geen redelijk salaris aanbieden. Artsen zijn zo’n beetje de enige beroepsgroep die het werk durft neer te leggen en dat hebben ze de afgelopen maanden ook gedaan.  Het pakket voorzieningen -een huis met eenvoudige meubels, een kookfornuis, de belofte voor een autolening- om jonge artsen naar de rurale gebieden te lokken, kon maar ten dele worden verwezenlijkt en werkte onvoldoende.

Maar Zimbabwe werkte in het verleden ook als een magneet op Afrikaanse dokters in minder benijdenswaardige regio’s van Sub-Sahara Afrika. De gaten in de medische sector werden gevuld met Congolese en Cubaanse artsen, zegt van Geldermalsen. Jaarlijks studeren zo’n 2000 artsen af in Congo en die nemen bijna allemaal de wijk naar het buitenland. ‘Hun onderwijsniveau is adequaat en ze hebben in de bush gewerkt, dus ze weten er wel weg mee.’
Met de Cubaanse artsen die ondermeer dienst doen in Zimbabwe is het erger gesteld. De Cubaanse overheid stuurt ze voor een paar jaar uit als ambtenaar en verdient dik aan deze welkome werkkrachten, die in ruil voor bewezen diensten minder dan 20 dollar per maand krijgen -minder dan een leerling verpleegster in Zimbabwe- plus een soort van bonus in Cuba -een laptop, de mogelijkheid om te werken in Venezuela… Met een zeer hoog aantal artsen is Cuba een onuitputtelijke bron van medisch personeel, aldus Van Geldermalsen.
‘Het schijnt dat er 20.000 Cubaanse artsen in Venezuela zitten. Maar ze zijn beperkt inzetbaar: als je zoveel artsen opleidt, krijgen die minder en minder diverse patiënten voor zich. Ze hebben weinig patiënten en krijgen dus nooit de zeldzame aandoeningen onder ogen. Zimbabwanen en Congolezen zijn daarom net zo goed, omdat ze als dokter alles onder ogen krijgen.’ 

‘Mijnheer doktoor’


De aderlating van medisch personeel is ook een probleem van het platteland. Dokters en verplegers willen liever in verstedelijkte gebieden werken dan in niemandsland, waar de uitrusting en de levensomstandigheden slechter zijn en waar geen sikkepit te beleven valt.
Van Geldermalsen: ‘Een arts in Zimbabwe verdient pakweg 80 euro per maand. Dat is ongeveer het dubbele van een leraar, maar voor wie naar het platteland is gestuurd, volstaat dat niet om heen en weer te rijden naar de stad. Je kan er bijvoorbeeld geen auto mee kopen. De Congolese artsen die bij ons werken, liften of maken gebruik van het ziekenhuisvervoer. Mijn voorstel is: geef dokters uitzicht op een vervolgopleiding, een goede huisvesting, goede communicatiemogelijkheden, een satelliettelevisie en een lening voor een auto. Als je ze dat kan aanbieden, hoef je ze zelfs niet eens veel extra salaris te geven. Want zelfs in een achtergat voelt een dokter zich dan koning.’
Het wereldwijde tekort aan personeel en het wegkapen van andermans werkkrachten is al langer aan de gang, maar in 2006 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie in haar jaarrapport zeer uitdrukkelijk aan de alarmbel getrokken. De noodoproep valt alsnog in dovemansoren, zegt prof. Wim Van Damme, die enkele schrijnende gevallen aan de kaak stelt.
Neem nu de Filipijnen. Dit Aziatische land levert behalve aan Angelsaksische landen ook dokters en verpleegkundigen aan Arabische staten en Japan. Scholen in de Filipijnen, maar ook in India en Pakistan, trekken publiek aan met de expliciete boodschap dat hun diploma hét visitekaartje is voor werkgevers in Groot-Brittannië of de VS. ‘Het Amerikaanse Congres heeft net nog de immigratie vergemakkelijkt van dokters en verpleegkundigen, om het tekort in eigen land op te vangen’, aldus Van Damme.
‘En ook Australië is zijn rekrutering van dokters voor rurale gebieden aan het opdrijven. De medische braindrain wordt trouwens aangemoedigd door familie en overheden in arme landen, omdat emigranten veel geld naar huis opsturen.’ Anderzijds kost het de overheid ook handenvol geld. In Malawi betaalt de overheid opleidingen van verpleegsters: gemiddeld 7000 euro voor een rudimentaire opleiding en 24.000 euro voor een gediplomeerde verpleegster. Als zij de wijk nemen, is ook het publieke geld foetsjie.

Boerengatpremie


Zuid-Afrika beloofde in 2006 om in navolging van Groot-Brittannië niet langer verpleegsters uit ontwikkelingslanden aan te werven. Het land telde volgens de Wereldgezondheidsorganisatie in 2004 7,7 artsen per 10.000 inwoners. Ter vergelijking: Zimbabwe had er 1,6 en Malawi 0,2 per 10.000 inwoners. Behalve afspraken maken tussen regeringen onderling - waarbij men belooft geen landen te plunderen die al een nijpend tekort hebben - moeten de Afrikaanse landen vooral voor eigen deur vegen, vindt Khaya Mfenyana, voorzitter van de huisartsenvereniging Wonca Africa.
Zuid-Afrikaanse artsen werken bijvoorbeeld vooral in de steden en de gezondheidszorg op het platteland wordt overgelaten aan buitenlanders. Maar volgens hem zijn er behalve internationale akkoorden, ook andere oplossingen.
Geneeskunde-studies worden zwaar gesubsidieerd, dus mag de staat wel wat terugvragen van zijn studenten, vindt Mfenyana. Zo moeten artsen in Zuid-Afrika na hun stage ook nog één jaar gemeenschapsdienst verrichten door mee te draaien in een districtshospitaal op het platteland. Wie jarenlang een beurs kreeg tijdens zijn studies, moet zich voor dezelfde periode ten dienste stellen van de staat.
In Zuid-Afrika wordt in alle provincies een rural allowance uitgekeerd aan dokters die “buiten” werken en niet in de stad. Hoe meer afgelegen de regio, hoe hoger zijn extra premie is. Een betere uitbetaling en administratieve afhandeling, betere infrastructuur en opvolging van de artsen in buitengebied, zijn andere oplossingen. Maar vooral de instroom en de opleiding van artsen en verplegers moet veranderen, vindt Mfenyana.
‘Je mag niet alleen de allerbeste studenten rekruteren. Ook meer middelmatige studenten moeten een kans krijgen, als ze een goede attitude hebben’. Of iemand zijn landgenoten wil helpen en verantwoordelijkheidszin aan de dag legt, moet ook meetellen in de selectie. Studenten die van afgelegen gebieden en minder prestigieuze scholen komen, moeten beter begeleid worden zodat ze niet afhaken. En stages in de landelijke gebieden moeten verplicht worden. ‘Je kan geen lokale gemeenschap dienen, als je ze niet begrijpt. Je moet er passen als een hand in een handschoen.’

In het buitenland kunnen we met ons diploma twintig keer meer verdienen’, zegt Margaret Nalugo, studente aan Makarere University in Kampala, Oeganda. Dat land is in september gastheer van een internationale conferentie over de medische braindrain. Margaret kwam samen met medestudenten uit Soedan al getuigen over de braindrain op een wereldcongres aan de Gentse Universiteit, midden september 2006.
‘Veel van onze medestudenten zien deze job niet als een nobele job, maar als een business. Sommigen kiezen liever voor een specialisatie plastische chirurgie, dan voor tropische geneeskunde. In de hoop daarmee aan de bak te komen in het buitenland’. De lokroep van het geld verklaart misschien niet alles, maar is wel de drijvende kracht achter de medische braindrain. En zolang er grote vraag blijft in het buitenland, zal die aderlating niet stoppen.
www.the-networktufh.org/conference

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift