Nepalese vluchtelingen kunnen niet terug

Tienduizenden Nepalese vluchtelingen kunnen voorlopig niet terugkeren naar hun dorp. Er zijn geen terugkeerprogramma’s, vele huizen zijn kapot en velden kunnen niet bewerkt worden. En wie wil terugkeren naar het platteland, moet eerst nog toestemming krijgen van plaatselijke rebellenleiders.
De afgelopen jaren sloegen 250.000 à 300.000 Nepalezen op de vlucht voor de maoïsten, schat de nieuwe Nepalese regering. Nu er weer vrede heerst in het Himalaya-landje, willen velen terug naar huis.

“Plaatselijke (maoïstische) commandanten kennen de belofte van hun partij (om interne vluchtelingen een veilige doorgang naar huis te verlenen), maar in werkelijkheid leggen ze voorwaarden op”, zegt Bjorn Pettersson van het Nepalese VN-bureau voor de Mensenrechten (OHCHR). “Ze zeggen dat ze voor een volksrechtbank moeten verschijnen of dwangarbeid verrichten.”

Pettersson reisde samen met veertien andere vertegenwoordigers van VN-agentschappen en niet-gouvernementele organisaties gedurende bijna twee weken door acht districten in Nepal om er de situatie in te schatten. In sommige gebieden waren al tien jaar geen internationale vertegenwoordigers meer geweest. Zo lang duurt het conflict tussen de maoïstische rebellen en de Nepalese overheid al.

“Eerst moeten onze districtvertegenwoordigers goedkeuring vragen aan de plaatselijke maoïstische leiding. Die spelen de vraag door aan de regionale leiding. Pas daarna kan ons werk beginnen. Het is een lang proces”, zegt Rupesh Nepal. Hij werkt bij de niet-gouvernmentele organisatie Informal Sector Service Centre (INSEC), die al een paar honderd Nepalezen die in eigen land migreerden hielp terugkeren.

Dinsdag zei het VN-bureau voor de Mensenrechten (OHCHR) dat de maoïsten sinds 3 mei negen mensen hebben gedood in het centrale deel van Nepal, waartoe ook Kathmandu behoort. “In de meeste gevallen waren de slachtoffers beschuldigd van ‘misdaden’ of ‘inbreuken’. In sommige zaken hebben plaatselijke maoïstenleiders de verantwoordelijkheid aanvaard en zich verontschuldigd”, zeggen de VN.

“Elk district is anders”, zegt Nepal. “Op sommige plaatsen zijn de maoïsten soepeler, willen ze tonen dat ze de mensenrechten respecteren… Maar sommigen laten ze nog niet teruggaan - mensen die een van hun leden hebben gedood of die als spion hebben gewerkt of hen op andere manieren ernstig hebben tegengewerkt.”

Twee weken geleden ontmoetten maoïstische leiders die tot twee maanden geleden werden gebrandmerkt als terroristen, premier Girija Prasad Koirala in zijn residentie. Ze vergaderden er over de weg naar een nieuwe grondwet en de toekomst van de monarchie. Begin april versterkte een alliantie van politieke partijen met steun van de maoïstische rebellen de volksopstand tegen koning Gyanendra, die vorig jaar alle macht naar zich had toegetrokken.

Maar de politieke partijen en de maoïsten blijven het voorlopig nog wel oneens over het tijdstip waarop het parlement moet worden ontbonden en wanneer de rebellen hun wapens moeten inleveren en aan wie. Een ander punt van onenigheid is de voortdurende intimidatie van de bevolking door plaatselijke rebellenleiders, die een grote autonomie genieten. Dat laatste hindert veel mensen die graag naar huis zouden terugkeren.

Het VN-team van de diverse agentschappen schat dat tijdens het conflict met de maoïsten elk dorpsontwikkelingscomité gemiddeld dertig mensen zag vertrekken. Per district zijn er ruwweg 50 van dat soort comités. De OHCHR schat het totale aantal interne vluchtelingen in Nepal op 200.000, de internationale ngo Caritas had het over 350.000 toen het in februari een miljoen dollar vroeg om de vluchtelingen te helpen. De overheidsschatting ligt daar tussenin. Rijkere Nepalezen trokken vaak weg uit angst voor afpersing, armere vreesden dwangarbeid.

Volgens Diliraj Khanal, lid van het financiële comité van het Nepalese parlement, wil de regering nog voor de julibudgettering steun toekennen aan de vluchtelingen. Hoeveel geld ze zouden krijgen en wat er moet gebeuren met de duizenden Nepalezen die niet voor de maoïsten maar voor de regeringstroepen op de vlucht sloegen, kon hij niet zeggen. Ook het leger beging ernstige mensenrechtenschendingen: het martelde gevangenen en liet mensen verdwijnen. Eerdere terugkeerprogramma’s van de overheid hebben deze groep steeds genegeerd.

De enkele honderden mensen die de ngo INSEC de afgelopen twee jaar repatrieerde met steun van internationale ngo’s en de VN, kregen van de ngo elk 3000 Nepalese roepie (32 euro) om voedsel te kopen. “Hun grootste probleem is land”, zegt Nepal. “Ze hebben twee of drie jaar lang niet aan landbouw gedaan, dus ze hebben geen seizoensopbrengst om te overleven.” (ADR/PD)
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift