'Ngo's hebben imperialistisch trekje'

Noordelijke hulporganisaties en ngo’s
omschrijven hun relatie met de zuidelijke landen liefst als een band tussen
gelijke partners die streven naar een burgermaatschappij, maar een studie
schudde dat beeld deze week dooreen. In een grote Finse studie wordt gewezen
op de ongelijkheden en misverstanden die zijn blijven bestaan, ondanks de
anti-imperialistische en antipaternalistische hervormingen van de jaren
negentig.


De studie Stemmen van Zuidelijke Democratieën werd aangevraagd door het
Finse Ministerie van Buitenlandse Zaken en werd gecoördineerd door
onderzoekers aan de universiteit van Helsinki. Door onderzoek in zeven
zuidelijke landen waarmee Finland banden heeft, probeert de studie te komen
tot een nieuwe aanpak van bilateraal ontwikkelingswerk. Kenia, Namibië,
Nepal, Thailand, Vietnam, Mexico en Nicaragua dienden rapporten in waarin de
ontwikkelingshulp bekeken wordt vanuit het zuidelijke perspectief.

In het Noorden wordt vaak vergeten dat de lokale organisaties in het Zuiden
niet altijd nieuw of louter het product van ontwikkelingshulp zijn. Het
Instituut van Ontwikkelingsstudies (IOS) in Nairobi wijst er bijvoorbeeld op
dat de ‘harambee’, de reeds lang bestaande distributie van middelen voor
wederzijdse hulp in Kenia, verzwakt wordt door de nieuwe gesponsorde ngo’s.
Noordelijke hulp wordt in het Zuiden vaak gezien als een tweesnijdend
zwaard. De nadruk die door het Noorden gelegd wordt op democratie en goed
regeren is zeker welkom. In Thailand wordt het dan weer gesmaakt dat de
ngo’s die meewerken aan het Project voor Ecologisch Herstel (PEH) de
plaatselijke cultuur proberen te doorgronden, en dat ze bereid zijn om op
het terrein te werken. Maar het grootste deel van de studie benadrukt de
ongelijkheid die tussen Noordelijke en Zuidelijke hulporganisaties toch
blijft bestaan. Het Mexicaanse rapport wijst erop dat de betaler ook
controleert en beveelt. Het viel medeonderzoeker Outi Hakkarainen op dat de
Zuidelijke rapporten het vaak over de Noordelijke donors hebben, terwijl de
Noordelijke organisaties eerder van partners spreken.

De invloed van het buitenlandse geld op Zuidelijke burgerorganisaties is
enorm en niet altijd gezond, zegt Hakkarainen. Volgens Lourdes Angulo, die
meewerkte aan het Mexicaanse rapport, steken de burgerorganisaties in
Mexico veel tijd in het vinden van middelen om hun eigen overleven te
verzekeren. Waar de buitenlandse partners naartoe willen is niet altijd
even duidelijk: we begrijpen de donororganisaties van het Noorden niet
echt; we begrijpen hun bedoelingen niet omdat er te weinig informatie uit
het Noorden naar ons komt. In Kenia zijn er volgens Karuti Kanyinga van het
IOS twee soorten burgerorganisaties: de organisaties die sociale hervorming
nastreven, en privé-ondernemingen die donorfondsen willen aanspreken. De
privé-ondernemingen bestaan uit echte ondernemers die rondlopen met
aktetassen vol goede voorstellen. Meestal hebben ze geen succes, maar ze
worden wel gehoord en hebben veel invloed.

Hakkarainen vervolgt: Het geld heeft ook de neiging blind te zijn voor het
effect op de plaatselijke regionale en staatsstructuren. Het ondermijnt
bijvoorbeeld de druk op de staat om sociale dienstverlening uit te bouwen.
De landen die we bekeken hebben, moeten uiteindelijk zelf de omstandigheden
scheppen om een burgermaatschappij op te bouwen. Volgens Angulo wordt de
Mexicaanse staat vooral gevormd door invloeden van buitenaf.
Privatiseringen en globale economische parameters zijn de factoren die ons
het meest beïnvloeden. Volgens Montree Chantawong van het Thaise PEH werkt
ontwikkelingssamenwerking ongewild en onbewust in het voordeel van de
machtshebbers: hoewel ontwikkelingshulp een edel doel nastreeft en door het
publiek geaccepteerd wordt, werkt het uiteindelijk toch op zo’n manier dat
de autoriteiten hun gezag kunnen behouden.

De functionarissen van het Finse Ministerie van Buitenlandse Zaken hopen dat
de voorstellen die uit de rapporten komen, de bestaande aanpak kunnen
hervormen. De burgermaatschappij zou voor de armen een kanaal moeten zijn
om hun rechten op te eisen, zegt Christian Sundgren van het departement
voor ontwikkeling. De hulpverleners zelf wachten voorlopig af of dat
voornemen in de officiële manier van werken zal weerspiegeld worden.

In de rapporten werd ook geschetst hoe de zuidelijke landen hun zogenaamde
‘burgermaatschappij’ eigenlijk zelf zien. De burgermaatschappij versterken
is in de ontwikkelingssamenwerking sinds de hervormingen van de jaren
negentig een standaardfrase geworden, en komt meestal neer op het verlenen
van steun aan Zuidelijke ngo’s. In de studie wordt aangetoond hoeveel
verschillende vormen het eerder abstracte begrip burgermaatschappij in het
Zuiden kan aannemen, en welke invloed de geleverde steun ter plaatse heeft.
Volgens het Nepalese Zuid-Azië Centrum, dat meewerkte aan de studie, is de
burgermaatschappij in Nepal bijvoorbeeld een conglomeraat van ngo’s,
gemeenschapsverenigingen en opkomende sociale bewegingen. Het IOS stelt dat
de Keniaanse burgermaatschappij sociale en culturele groepen omvat, maar ook
religieuze, professionele en coöperatieve organisaties.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift