Nicaragua heelt oorlogswonden

Bijna 17 jaar na de burgeroorlog in Nicaragua wil president Ortega de slachtoffers van beide kampen financieel vergoeden. Het land bekijkt de maatregelen met hoop en scepsis.
Aníbal Rodríguez Cruz loopt op krukken door Managua, waar hij om aalmoezen bedelt. Hij is een van de vele duizenden soldaten die tijdens de tien jaar durende burgeroorlog gewond raakte en na de wapenstilstand in 1990 in de kou bleef. “In het begin gaven ze me een miserabel pensioen en in ’93 hebben ze me zelfs dat afgenomen. Sindsdien heb ik werk gezocht naar niemand hielp mij.”
De linkse president Daniel Ortega wil daar nu verandering in brengen. Hij was ten tijde van de burgeroorlog ook al president. Zijn regeringsleger vocht toen tegen de Contra-rebellen, die door Washington gefinancierd en georganiseerd waren.
In 1990 verloren Ortega en zijn Sandinistische FSLN de verkiezingen. Na twee mislukte pogingen heroverde Ortega vorig jaar de macht met een verkiezingsbelofte van vrede en verzoening.
 
“De president vecht nu om voor die duizenden rechtstreekse en onrechtstreekse slachtoffers te bereiken wat de neoliberale regeringen hen gedurende meer dan 17 jaar ontzegd hebben”, zegt Nelson Artola, secretaris van de Verificatiecommissie, die de situatie van de oorlogslachtoffers moet verbeteren. Volgens Artola wil president Ortega de slachtoffers van beide kampen tegemoet komen.
In oktober trok de regering het aantal pensioenen voor strijders, weduwen en wezen gevoelig op. Het pensioenbedrag werd verdubbeld voor gedeeltelijk gehandicapten en verdrievoudigd voor volledig gehandicapten. De schorsing van duizenden pensioenen door vorige regeringen wordt opnieuw bekeken.
Xiomara Mendoza begroette het nieuws enthousiast. In 1985 verloor ze haar zoon in Matagalpa. “Toen mijn zoon stierf, was hij 18 en liet hij twee kleine kinderen achter die honger en ziektes hebben geleden. Met deze steun gaan ze ten minste een klein beetje terugdoen voor de ellende die we hebben doorstaan.”
Contra’s sceptisch
Het kamp van de voormalige Contra’s reageert sceptisch. Luis Fley, stichter van de Partido de la Resistencia Nicaragüense (Partij van het Nicaraguaanse Verzet) en voormalig lid van de generale staf van de Contra, erkent dat de pensioenen en de behandeling van de vroegere strijders miserabel waren in de jaren ’90. “Maar het FSLN heeft vanuit de oppositie nooit geprobeerd de strijders te helpen. Ik vind het verdacht dat ze de meest behoeftigen beginnen te organiseren nu de gemeentelijke verkiezingen van 2008 eraan komen.”
Volgens een andere voormalige Contra-commandant, Óscar Sobalvarro, is er geen sprake van hulp. Niemand van de vroegere Contra’s hoorde al iets van de overheid. “De Contra’s die op televisie komen, zijn geen echte Contra’s.”
Volgens officiële cijfers stierven meer dan 50.000 mensen in het conflict en liepen er 50.000 blijvende letsels op of werden ze wees of weduwe.
Nicaragua rekent voor de betaling van al die nieuwe pensioenen op het buitenland. Er komt een internationale commissie die naar dat geld op zoek moet gaan. Nicaragua wil daarin onder meer Vietnamveteranen, Nelson Mandela, en de presidenten Hugo Chávez van Venezuela en Luiz Inácio Lula Da Silva van Brazilië.
De Commissie voor Verificatie, Verzoening, Vrede en Justitie werd in mei geïnstalleerd. Ze bestaat uit regeringsfunctionarissen en staat onder leiding van Ortega’s vroegere opponent, de katholieke kardinaal Miguel Obando y Bravo.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift