Olifanten worden plaag in Zimbabwe

Precious Nyoni (35), inwoner van het Gokwe-district in het zuidwesten van Zimbabwe, overziet zijn tuin. De suikerrietstengels zijn vertrapt en de half opgegeten groenten liggen overal verspreid. De tuin was zijn enige bron van levensonderhoud.
“We mogen de olifanten niet doden omdat het beschermde dieren zijn. We kunnen ze alleen maar wegjagen”, zegt hij. “Maar hoe moet ik overleven als ze alles kapotmaken ? Het zijn er gewoon teveel, we moeten de populatie uitdunnen.” De olifanten vernielden kort geleden vijftig hectare maïs van een paar dorpsbewoners, zegt Nyoni. “Dat betekent dat we allemaal al voedselhulp nodig hebben.” Meer dan 600 kilometer ten noorden van Gokwe, in Omay in het Nyaminyami-district, bewaken boeren ‘s nachts in ploegendienst hun gewassen vanuit een wachttoren.

In de jaren zeventig en tachtig nam de olifantenpopulatie in Zuidelijk Afrika sterk af als gevolg van de handel in ivoor. De olifanten werden gedood voor hun slagtanden. Nadat de Conventie inzake Internationale Handel en Bedreigde Soorten Flora en Fauna (CITES) de ivoorhandel in 1989 verbood, begon de populatie zich te herstellen. Nu concurreren olifanten in sommige regio’s met de bevolking om bezit van voedsel en land.

Er zijn naar schatting 600.000 olifanten op het Afrikaanse continent. Zimbabwe heeft ongeveer een zesde van de totale olifantenpopulatie op zijn grondgebied. Pakweg de helft daarvan leeft in het Nationale Park Hwange.

Regeringen in de regio geloven dat een legale en gecontroleerde handel in ivoor substantiële economische voordelen kan opleveren, zonder dat het voortbestaan van de olifant of de biodiversiteit daarmee in gevaar komt. Olifanten zouden ook getransporteerd kunnen worden naar regio’s waar ze nu veel minder voorkomen, een methode die door CITES is toegestaan. Het doden van olifanten om het probleem op te lossen, is omstreden. Maar ook daarover wordt serieus gesproken in Zimbabwe.

De Afrikaanse landen zijn verdeeld over het doden van de olifanten en het opnieuw toestaan van de handel in ivoor. Kenia en enkele West-Afrikaanse landen zijn tegen het hervatten van de ivoorhandel. Die zou volgens hen een dekmantel kunnen worden voor stroperij. Namibië, Botswana en Zuid-Afrika zijn voor het uitdunnen van de olifantenpopulatie. Ze willen ook hun voorraden ivoor gebruiken om natuurbeheer te financieren.

CITES weigerde vorige week in te stemmen met een verzoek van de drie landen om zestig ton onbewerkte slagtanden van olifanten, die al sinds 2002 liggen opgeslagen, te verkopen. Dat besluit zal tijdens de veertiende Conferentie van Partijen (COP14), die tussen 3 en 15 juni 2007 wordt gehouden in Den Haag, opnieuw overwogen worden.

Tijdens de laatste CITES-conferentie in 2004 in Thailand, werd een voorstel van Kenia voor een zesjarig moratorium op ivoorhandel, teruggetrokken. Het voorstel van Namibië om exportquota in te voeren voor twee ton ruwe ivoor per jaar, werd verworpen. Wel werd toestemming gegeven voor de handel in olifantenhuiden en haar. Ook niet-commerciële handel in ivoor werd toegestaan, op voorwaarde dat die ivoor voorzien is van een certificaat.

Tapera Chimuti, directeur van de Zimbabwaanse Parks and Wildlife Management Authority, zegt dat zijn land tijdens COP14 waarschijnlijk geen voorstel zal indienen voor het vrijgeven van de handel in ivoor. “Als we dat zouden doen, dan zou de hele wereld zich tegen ons keren. En dat terwijl we bijna het beste wildlife-management hebben van heel Afrika.”

De Zimbabwaanse autoriteiten moedigen participatie van de lokale bevolking bij het beschermen van olifanten aan. Dorpen worden onder meer betrokken bij besluitvormingsprocessen en ze zijn de belangrijkste begunstigden als het gaat om de opbrengsten uit het wildbeheer.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift