Ontwaarding oliedollars vertraagt groei inMidden-Oosten

De economieën van het Midden-Oosten zullen dit
jaar maar met gemiddeld twee procent groeien. Dat voorspelt de Economische
en Sociale Commissie voor West-Azië (ESCWA) in een studie over 13 Arabische
landen. Volgens de VN-instelling lijdt de regio onder het voortdurende
geweld in de Palestijnse gebieden, de daling van de dollarkoers en de
verminderde vraag naar olie.


In 2000 groeiden de economieën van Bahrain, Egypte, Irak, Jordanië, Koeweit,
Libanon, Oman, Palestina, Qatar, Saudi-Arabië, Syrië, de Verenigde Arabische
Emiraten en Jemen nog met gemiddeld 4,5 procent, maar vorig jaar gingen er
van dat cijfer al 2,4 procentpunten af. Ook dit jaar zal de economische
groei in de regio achterblijven bij de aanwas van de bevolking, die 2,4
procent per jaar bedraagt.

Olie is het belangrijkste exportproduct van de 13 landen in de ESCWA-studie,
en door de wereldwijde groeivertraging wordt er nu duidelijk minder voor het
zwarte goud betaald dan twee jaar geleden. In 2000 verdiende de regio 165,6
miljard dollar met de export van olie, vorig jaar viel dat cijfer terug tot
129 miljard dollar en dit jaar zal de oliesector het er nog slechter
afbrengen, denkt de ESCWA. Omdat alle oliefacturen in dollar worden betaald,
is ook de relatieve zwakte van de Amerikaanse munt een streep door de
rekening van de landen in het Midden-Oosten. Veel regeringen moeten daardoor
nog eens extra het mes zetten in de overheidsuitgaven.

Volgens Huda Osseiran, de secretaris van de ESCWA, hebben de regeringen in
Midden-Oosten belangrijke inspanningen geleverd op het vlak van onderwijs,
gezondheidszorg en het scheppen van economische kansen voor hun burgers.
Maar volgens Osseiran blijven er in de regio grote uitdagingen bestaan: er
heerst geen vrede, de armoede en werkloosheid blijven groot, de natuurlijke
rijkdommen worden slecht beheerd, de huidige productiewijzen en
consumptiepatronen zijn op lange termijn onhoudbaar, er wordt te weinig
onderzoek verricht, het ontbreekt aan aangepaste technologieën en
burgerorganisaties zijn te zwak om mee vorm te geven aan het
ontwikkelingsproces.

Nazem Abdalla, een stafmedewerker van de ESCWA, stelt dat de huidige slapte
op de oliemarkt de landen van het Midden-Oosten er wel toe aanzet hun
economie te diversifiëren en een beter klimaat te scheppen voor buitenlandse
investeerders. In 2000 werd er maar voor 3,6 miljard dollar geïnvesteerd in
de regio - amper 0,3 procent van het wereldtotaal aan buitenlandse directe
investeringen.

Het Midden-Oosten heeft een jonge bevolking - zowat 19 procent van de 166
miljoen inwoners van de 13 landen in de ESCWA-studie is tussen 15 en 24 jaar
oud. De hoge jeugdwerkloosheid vormt op veel plaatsen een groot probleem. De
inwoners van arme landen als Egypte, Jordanië en Jemen hebben wel nog altijd
een kans om werk te vinden in een rijker buurland. In de zes landen van de
Gulf Cooperation Council (GCC) - Bahrain, Oman, Qatar, Koeweit, Saudi-Arabië
en de Verenigde Arabische Emiraten - komen 30 tot bijna 90 procent van de
werknemers uit het buitenland. Maar door de dalende olieprijzen
verslechteren ook de perspectieven van die mensen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift