School zkt gekleurde raaf

Allochtone leerlingen scoren op alle Vlaamse onderwijsniveaus ondermaats. Als onze onderwijsinstellingen er niet in slagen om deze grote groep jongeren te bereiken, staat straks een verloren generatie voor de gesloten poorten van de arbeidsmarkt. De vraag naar allochtone leerkrachten klonk nooit zo hard.
Steden als Antwerpen, Brussel en Gent haalt maar dertien procent van de leerlingen van niet-Europese origine het ASO of doorstromingsonderwijs. De rest belandt in het beroeps- en technisch onderwijs. Hogescholen en universiteiten komen er nog bekaaider van af. Recente cijfers zijn er niet, maar in 2000 was slechts twee procent van de studenten die zich inschreven aan hogescholen van niet-Europese origine. Globaal onderzoek bij de Vlaamse universiteiten ontbreekt, maar er is weinig reden om aan te nemen dat de universitaire instellingen het beter doen.
In de VUB schreven in 2000 maar 3,7 procent van de studenten met niet-Europese origine zich in, terwijl er dat op z’n minst 5,7 procent had moeten zijn. Niet alleen de instroom is een probleem, onderzoek toont aan dat studenten van allochtone origine in hun eerste jaar sneller afhaken dan de andere studenten. Jaarlijks groeit het aantal allochtone studenten in het hoger onderwijs, maar het gaat veel te traag, zeggen onderzoekers. ‘En dat terwijl het potentieel van allochtone studenten enorm is’, zegt sociologe Meyrem Almaci. ‘In steden als Antwerpen en Brussel is één op de drie leerlingen allochtoon. De realiteit is multicultureel, we moeten daar structureel in beginnen denken.’
Ook de Vlaamse onderwijsinstanties en -instituten hebben dat begrepen. In 2005 ondertekenden de Vlaamse hogescholen en universiteiten een engagementsverklaring om meer allochtone studenten in hun aula’s te krijgen en hen -via een betere studiebegeleiding- mèt een diploma terug af te leveren. Maar eerst moet werk gemaakt worden om meer allochtone leerlingen naar het ASO te doen doorstromen. Het hindernissenlijstje voor de allochtone student is lang: te late instap in het kleuteronderwijs, taalachterstand, weinig stimulerende en niet-geïnformeerde leeromgeving, financiële beperkingen, culturele verschillen en gebrek aan rolmodellen.
In het Vlaamse onderwijs is het zoeken met een vergrootglas naar allochtone leerkrachten. Om de school dichter bij de leerling te brengen, zijn die bruggen juist broodnodig. Via een resolutie riepen onder meer Vlaamse parlementsleden Anissa Temsamani (SP.A) en Marleen Vanderpoorten (VLD) dit jaar op om meer werk te maken van diversiteit binnen de lerarenopleiding. Ook Mieke Van Hecke, algemeen secretaris van het Vlaams Secretariaat voor Katholiek Onderwijs, wil meer allochtone leerkrachten in het katholiek onderwijs. Alleen, de lerarenopleiding scoort nog slechter bij allochtone studenten dan de andere studierichtingen in het hoger onderwijs. In de Karel de Grote Hogeschool, waar nochtans het KLIK-project rond diversiteit in de lerarenopleiding loopt, waren er vorig academiejaar zelfs minder inschrijvingen door allochtone studenten dan voorheen.

Roem of leerkracht


Allochtone studenten kiezen nog te veel voor prestigeberoepen en studierichtingen als rechten, economie en geneeskunde, zegt Almaci. ‘Ook het thuisfront ziet hen liever dokter of advocaat worden dan leerkracht, omdat dat maatschappelijk niet naar waarde wordt geschat. Om niet geïsoleerd te geraken, klitten allochtone studenten bovendien vaak samen in dezelfde studierichtingen.’ De noodzaak aan toegankelijke informatie over het onderwijs is groot, zowel bij de studenten als hun ouders. Dat zegt ook sociologe Ilse Van Heddegem, die voor de Katholieke Hogeschool Mechelen (KHM) onderzoek doet naar de allochtone studentenpopulatie. Het onderwijs en de scholen moeten -via zelforganisaties of de moskee- dichter bij de allochtonengemeenschap gebracht worden.
De gevoelige drempel binnen de lerarenopleiding blijft de hoofddoek. Als de verschillende onderwijskoepels geen werk maken van het hoofddoekendebat, blijven positieve signalen zoals de resolutie van Temsamani en Vanderpoorten een slag in het water, vindt Almaci. ‘Een fair debat -met respect voor godsdienstvrijheid, diversiteit en neutraliteit van het onderwijs- moet komaf maken met de we-zullen-wel-zien benadering van de hoofddoek.’ In het katholiek onderwijs blijft de grootste horde voor moslimleerkrachten dat andersgelovigen geen godsdienst mogen geven. Vooral voor leerkrachten in het kleuter- en basisonderwijs -waar godsdienst een vast onderdeel is van het totale lessenpakket- vormt dat een probleem. ‘Die mandaatkwestie kan je omzeilen’, zegt Catelijne Devriendt van Kerkwerk Multicultureel Samenleven. ‘Voor lichamelijke opvoeding bestaat een aparte leraar, waarom zou dat niet voor godsdienst kunnen? Ook via een duobaan vermijd je het probleem, al vind ik het persoonlijk niet de juiste oplossing.’

Berbers die Nederlands geven


‘Als gelovige moslim sta ik dichter bij religie dan veel van mijn gedoopte “katholieke” medestudenten die nooit een voet in een gebedshuis zetten’, zegt Saïda Arbaji, derdejaarsstudente aan de lerarenopleiding voor secundair onderwijs aan de KHM. Aan de KHM stroomden vorig jaar 21 allochtone studenten in voor de drie lerarenopleidingen, op een totale populatie van 389 studenten. Als allochtone laatstejaarsstudente is Arbaji dus -tegen wil en dank- een witte raaf. Bovendien koos ze naast Engels ook voor Nederlands en godsdienst.
‘Ik heb voor godsdienst gekozen omwille van het levensbeschouwelijke aspect, om me persoonlijk te verrijken, al weet ik dat ik er beroepshalve niets mee ben.’ Dat Arbaji les wil geven, staat vast. Ze snakt ernaar om zowel allochtone als autochtone studenten warm te maken voor kennis en cultuur. Arbaji komt zelf uit een traditioneel-conservatief gezin, waar ze vaak moest onderhandelen over haar studies. ‘
Mijn moeder staat achter mijn keuze, maar is een typische Marokkaanse huisvrouw: ze heeft nooit geweten wat studeren is. Als ik ‘s avonds naar het theater ging voor school, moest ik haar met hand en tand uitleggen dat kunst en cultuur belangrijk zijn voor de geest. De cultuurverschillen tussen school en thuis maakt de druk voor Marokkaanse of Turkse studenten een stuk groter. Bij de school is het begrip er wel, maar er wordt nog te weinig rekening mee gehouden dat de ramadan bijvoorbeeld een zware periode is. Ook de financiële druk is niet te onderschatten. Ik ken veel jongeren die hun studies met een job combineerden en afhaakten omdat de combinatie te zwaar was. Al die dingen ondermijnen het zelfvertrouwen van allochtone studenten.’ De Nederlandse taal leerde Arbaji door televisie te kijken, met Vlaamse kinderen te spelen en door boeken te lezen, nadat ze door een lerares was meegetroond naar de bibliotheek. Met moeite verraadt Arbaji’s tongval haar Berberse achtergrond. ‘Er wordt enorm gehamerd op onze uitspraak, naast onze taalbeheersing natuurlijk.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur