Servië is een zwakke ‘economische tijger’

Servië doet het economisch gezien goed en pronkt daar ook graag mee. Toch zijn er ook kanttekeningen te plaatsen bij het de ogenschijnlijke successen.
De Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) noemt Servië een “regionale leider” en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank prezen het land vanwege de 6 procent groei in 2006.

Minister Milan Parivodic van Externe Economische Betrekkingen stelde onlangs dat Servië een “economische tijger” aan het worden is tussen buurlanden Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Macedonië en Montenegro. “We willen de beste hervormer van de Balkan worden”, zei Parivodic. “Ons beleid van het afgelopen jaar heeft geleid tot een record van 4 miljard euro aan investeringen in Servië in 2006, en we kunnen nu al rekenen op 1,9 miljard voor 2007.”

Servië wil dit jaar het privatiseringsproces afronden dat in gang werd gezet na de val van oud-leider Slobodan Milosovic in 2000. “Als we daarmee klaar zijn, dan zal onze economie er bijzonder goed en concurrerend voor staan. In zeven tot tien jaar tijd zal het land uitgroeien tot een echte economische tijger”, zei Parivodic tegen de populaire radiozender B92 in Belgrado.

Sommige deskundigen zeggen echter dat de indrukwekkende cijfers een vertekend beeld geven. “De som van 4 miljard euro is correct”, zegt analist Misa Brkic. “Maar wat er vaak niet bijgezegd wordt, is dat het grootste deel van dat geld afkomstig is uit de verkoop van telecommunicatie- en bankbedrijven aan het buitenland. Dat zijn eenmalige verkopen. Het ontbreekt in Servië aan buitenlandse investeringen die nieuwe banen creëren en de productie laten stijgen en die meer tastbare resultaten opleveren voor de burger.”

Servië verkocht in augustus het mobiele netwerk Mobi63 voor 1,5 miljard euro aan een Noorse operator. Het grootste farmaceutische bedrijf Hemofarm werd voor 478 miljoen verkocht aan een Duits bedrijf. Verder werden er voor bijna 750 miljoen euro vijf banken verkocht aan Griekse, Hongaarse en Cypriotische banken.

Na deze verkopen lanceerde de regering een nationaal investeringsplan met een budget van bijna 1,5 miljard euro. Het plan is bedoeld om kleine en middelgrote bedrijven te steunen en voor modernisering van de infrastructuur, zoals wegen, spoorwegen en olie- en gaspijpleidingen.

Het bruto binnenlands product (bbp) van Servië is gestegen tot 34,6 miljard euro. Het inkomen per hoofd van de bevolking ligt boven 4400 euro. De economische prestaties blijven echter nog steeds achter bij het niveau van 1990, het jaar voor de oorlog in voormalig Joegoslavië. De werkloosheid bedraagt 28,1 procent en is een groot probleem. Dat probleem wordt niet alleen veroorzaakt door de overgang naar de markteconomie, maar ook door gevolgen van internationale sancties in de jaren negentig, de oorlogen en de bombardementen van de Navo in 1999.

Ook het gebrek aan onderwijs kan de economische vooruitgang dwarsbomen. Uit een onderzoek van het ministerie van Onderwijs is gebleken dat bijna de helft van de volwassen bevolking van 7,5 miljoen alleen basisonderwijs heeft. “Dat betekent dat ongeveer twee miljoen mensen ouder dan vijftien jaar, nauwelijks gekwalificeerd zijn voor welk werk dan ook”, zegt Mirjana Milanovic, onderzoeker aan het ministerie. “Dat betekent ook dat het land een strategie moet uitzetten om volwassenonderwijs te verbeteren, als het werkelijk de ambitie heeft om zich economisch te ontwikkelen.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift