Servië wil psychiatrie op peil brengen

Servië gaat werk maken van betere geestelijke gezondheidszorg voor zijn geplaagde bevolking. De komende tien jaar pompt de regering 11,5 miljoen euro in zeven afgetakelde psychiatrische instellingen. Samen met alternatieve behandelingswijzen moet die investering de Serviërs helpen de Balkanoorlogen, de internationale isolatie en de ruwe overschakeling naar een vrijemarkteconomie te verteren.
:
Een derde van de Serviërs tussen 15 en 24 heeft geestelijke problemen. “Experts waarschuwden al tien jaar geleden dat er veel mentale stoornissen op komst waren bij jonge mensen, maar nu kunnen we pas iets beginnen te ondernemen”, zegt Vojislav Curcic, het hoofd van de afdeling psychiatrie van het Dragisa Misovic-ziekenhuis in Belgrado. Curcic was betrokken bij een vijf jaar durend onderzoek dat leidde tot een tienjarenplan voor geestelijke gezondheidszorg dat nu is goedgekeurd door de regering.
“Het zal jaren duren om de psychiatrische ziekenhuizen op een aanvaardbaar peil te brengen”, zegt Curcic, “maar dit is van levensbelang voor ons land.”
Jonge Serviërs hebben bijna hun hele leven in traumatische omstandigheden doorgebracht. De ellende begon met het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië vanaf 1991. Servië, dat ooit behoorlijk welvarend was, zag zijn economie in elkaar klappen als gevolg van de oorlogen in de regio en de internationale sancties die tegen Servië werden afgekondigd - de straf voor de rol die het regime in Belgrado in die oorlogen speelde. De economische neergang bracht massale werkloosheid mee en deed de zwarte markt en de misdaad opbloeien.

Bombardementen


In 1999 werd Servië elf weken lang gebombardeerd door Navo-vliegtuigen om een einde te maken aan de repressie in Kosovo, een provincie van Servië waar vooral etnische Albanezen leven. Ongeveer 1.500 Serviërs kwamen bij de aanvallen om. Wegen, bruggen en elektriciteitscentrales werden vernietigd.
De onophoudelijke bommenregen liet ook zware psychologische littekens na. “Volgens onze statistieken leed 27 porcent van de bevolking twee jaar na het einde van de bombardementen aan het posttraumatisch stresssyndroom”, zegt Milan Milic van het Nationaal Gezondheidsinstituut. “De meeste mensen gingen ervan uit dat ze die problemen wel op eigen kracht te boven zouden komen, maar dat was niet het geval.”
De overgang naar de markteconomie en de regimewissel in 2000 maakten het leven in Servië nog minder voorspelbaar en dus moeilijker. “Er kwamen massale ontslagen en veel mensen bleven maar piekeren over de toekomst”, zegt Curcic. Hij gelooft wel dat het ergste inmiddels achter de rug is.

Hart- en vaatziekten


Volgens zijn collega Milic zijn depressies na hart- en vaatziekten de belangrijkste chronische aandoening bij de Servische bevolking. “Het is de prijs die mensen betalen voor opgestapelde stress. Jarenlang moesten mensen blijven hopen dat de toekomst beter zou worden. Dat zorgt voor onzekerheid, ongerustheid en angst.”
Veel Serviërs zien een beroep doen op een psychiater als een teken van zwakte, en bovendien kon iedereen in de jaren negentig gemakkelijk aan kalmeermiddelen komen. Na de regimewissel in 2000 werd de vrije verkoop van dergelijke geneesmiddelen aan banden gelegd, en daarop begonnen meer mensen hulp te zoeken. De helft van de Servische bevolking neemt nog altijd kalmeermiddelen. Volgens de statistieken slikken de 7,5 miljoen Serviërs elke dag drie miljoen tabletten Bensedine, de populairste tranquilizer.
De nieuwe strategie voor geestelijke gezondheidszorg zet in op vernieuwde instellingen maar ook op ambulante behandeling. Huisartsen krijgen een bijkomende opleiding om lichte gevallen te kunnen behandelen. Er komen ook “beschermende tehuizen” waar patiënten die uit de echte psychiatrische instellingen worden ontslagen, verder kunnen worden begeleid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift